Herinneringen van Muriel Spark; Hoe ik ophield met pudding eten

Muriel Spark: Curriculum Vitae, Autobiography. Uitg. Constable, 213 blz. Prijs ƒ 60,70.

Hoewel Muriel Camberg een meisje van eenvoudige huize uit Edinburgh was schrijft zij de autobiografie van haar eerste veertig jaar als een aristocratische mevrouw die zich beminnelijk onderhoudt met de klanten van de boekhandel. Lezers van Memento Mori, The Prime of Miss Jean Brodie, The Abbess of Crewe en andere van haar romans kennen die toon, maar zullen opmerken dat die in dit soort werk minder goed past. De autobiografie is geen geschikt genre voor auteurs die afstand willen bewaren, of die van nature afstand houden al proberen zij iets anders.

Sinds jaren had ik het voornemen, horen wij in het voorwoord van Muriel Spark (zoals zij heet sinds een kort vroeg huwelijk), een boek te schrijven dat "would help to explain, to myself and others: Who am I'. Nu komt het, denkt de lezer: wij zullen begrijpen hoe het voelt om haar te zijn. Die verwachting heeft een kort leven. Als ik thee moest maken, vertelt zij, goot ik eerst warm water in de pot dat ik er uitgooide zodra de ketel kookte; dan deed ik er een lepel thee in per persoon, plus een extra... Je nam nooit de ketel mee naar de pot, altijd de pot naar de ketel, en daar vulde je hem, maar niet tot de rand.

Zo'n herinnering is te onpersoonlijk om iets te betekenen. Hetzelfde moet gezegd worden van de beschrijving van de Noordzee zestig jaar geleden: schoon, maar niet altijd gastvrij, want soms onstuimig. En het station, wanneer wij naar opa en oma in Watford gingen: treinen reden in die tijd op stoom, met een stoker die het vuur de hele nacht gaande hield; voor ons vertrek was het station gevuld met rook die prikte in onze ogen.

“Details fascinate me,” maakt Muriel Spark in het voorwoord bekend, maar zij kon weten dat sommige details fascinerender zijn dan andere, en vele niet vermeldenswaard. Wel heeft zij een heldere zelfverzekerde stijl die iets goed maakt, en een reputatie sinds vele jaren om onze belangstelling gaande te houden; en later in het boek doen wij nadere informatie op over haar levensloop, hoewel nog niet over wie zij is. Hoofdstuk II gaat over haar schooltijd, met als voornaamste figuur de lerares Christina Kay, die model heeft gestaan voor Jean Brodie. Er is vervolgens een hoofdstuk over haar Afrikaanse ervaringen, toen zij in 1937 Sydney Oswald Spark nagereisd was om met hem te trouwen en in Zuid-Rhodesië te gaan wonen. Dan komt een hoofdstuk over haar werk in de oorlog toen zij in 1944 in Engeland was teruggekeerd, allang weer gescheiden; en een over haar baan na de oorlog bij de Poetry Society, waar zij met vele dichters overhoop lag.

Aan de latere herinneringen is meer te onderscheiden dan aan de vroege. Vooral het hoofdstuk over de Afrikaanse jaren spreekt tot de verbeelding, het meest in een passage over haar bezoek aan de Victoria Falls. Op weg er naartoe al, en nog sterker toen zij stond te kijken naar het water dat honderd meter omlaag stort in een ravijn, had zij de ervaring dat zij de wereld anders zag. “Amid this great roar, one looks up, one looks down, and from side tot side: no more sky, no more forest - everywhere is a mighty cascade of water.” Vredesconferenties zouden daar gehouden moeten worden, oppert zij: geen andere plaats werkt zo sterk op het gevoel voor verhoudingen.

Vijftien jaar later, in 1954, liet zij zich opnemen in de Katholieke kerk. Er loopt een lijn van het bezoek aan de waterval naar haar bekering, duidelijk zichtbaar in een tekst waar weinig innerlijke ervaring in beschreven wordt. Meer dan een lijn is het niet. Het bezoek aan de waterval gaf haar de geestelijke kracht om de volgende moeilijke jaren door te komen, herinneren wij ons bij het lezen over 1954. Verdere vragen naar wat zij miste en zocht worden afgedaan met een verwijzing naar kardinaal Newman, die zei dat zijn bekering niet verklaard kan worden tussen de soep en de vis aan een diner.

Ruzies

Niet tussen de soep en de vis, en dus ook niet in een autobiografie? Tegenover het recht van Muriel Spark om het zo te stellen staat het recht van de lezer om iets meer te verlangen. De meeste voldoening schenkt haar boek, behalve met de Victoria Falls, met het hoofdstuk over haar werk bij de Poetry Society en over haar ruzies met dichters en tijdelijke vrienden. Haar reden om daarover uit te pakken, heeft zij in het voorwoord uitgelegd, is dat er door zulke mensen veel verhalen over haar verteld zijn niet kloppen. Zijzelf weet nog heel wat van hoe het in werkelijkheid ging, want zij heeft altijd brieven en papieren bewaard. “I felt it time to put the record straight.”

Niemand zal daar bezwaar tegen maken, en menigeen zal beurtelings lachen en knarsetanden bij de verhalen over een dichter-belastingambtenaar, een dichter-bankier en Dr Marie Stopes, beroemd om haar strijd voor geboortebeperking en lid van de Poetry Society. Daarna komt nog Derek Stamford, met wie de schrijfster een tijd lang zo intiem bevriend was dat zij vijfhonderd brieven van hem over heeft, maar tegen wie zij uitvalt om zijn versie van hun relaties in zijn herinneringen onder de titel Inside the Forties.

Zo is er veel te vertellen en veel te bestrijden. Bewonderaars van Muriel Sparks werk zullen het allemaal willen lezen en sommige bijzonderheden in hun geheugen opslaan, maar erkennen dat zij niet aldoor het respect afdwingt waar zij recht op heeft. In Londen in 1944 "we were young and full of fun, despite the war' - hoe kon zij zo'n onnozele uitspraak doen?

De lezer moet zich maar concentreren op de beste momenten, waarvan er zelfs in de beschrijving van de kindertijd een paar voorkomen. “Look at them tucking in!” zei een moeder op een partijtje toen Muriel en de andere kinderen hun pudding naar binnen sloegen. De toekomstige schrijfster was zo verbluft of geërgerd, zij weet niet goed wat, dat zij haar lepel neerlegde en geen hap meer nam. “Fortunately nobody noticed that I'd stopped eating.” Aan zulke herinneringen is iets te zien van wie zij was.