Finanzplatz Schweiz vreest de toekomst

Zwitserland verliest zijn positie als toevluchtsoord voor het grote geld. De Finanzplatz Schweiz vreest voor de toekomst. Een sanering onder de vele banken lijkt onvermijdelijk. Mogelijk biedt het lidmaatschap van de EG uitkomst.

Het sombere, hoekige nieuwe beursgebouw van Zürich is mikpunt van spot in Zwitserse financiële kringen. Want hoewel pas vorige week officieel in gebruik genomen, is het bouwsel nu al misplaatst. De nieuwe beurs werd tien jaar geleden ontworpen als vervanger van het oude gebouw dat te klein werd, maar hevige discussies erover leidden tot uitstel van de bouw. Nu het er toch staat, blijkt het gebouw veel te groot voor de in verval geraakte Finanzplatz Schweiz.

De tijd dat Zwitserland zonder meer gold als centrum van de financiële wereld is voorbij. Strenge regels, ingevoerd na een reeks witwas-schandalen, en afzwakking van het bankgeheim hebben een einde gemaakt aan Zwitserland als vanzelfsprekend toevluchtoord voor "crimineel' geld. Maar de belangrijkste reden voor de veranderende positie van de Finanzplatz is dat Zwitserland moet opboksen tegen nieuwe financiële centra.

's Lands toekomst als financieel centrum is een bron van zorg voor de Zwitsers, zeker voor de 5,4 procent van de beroepsbevolking die er zijn werk vindt. Steeds meer buitenlandse banken, vooral Japanse en Amerikaanse, sluiten hun deuren en vertrekken naar elders. De Zwitserse banken zoeken elkaar noodgedwongen op om te praten over de opzet van een commissie die de problemen van de banken zal bestuderen. In de komende tien jaar, zo verwachten bankspecialisten, moet bijna een vijfde van de 120.000 banen in de banksector verdwijnen om Zwitserland niet helemaal kopje onder te laten gaan in de internationale financiële concurrentiestrijd.

“Zwitserland heeft zijn leidende rol in de bankwereld in het laatste decennium moeten afstaan aan concurrerende centra als Londen, New York en Frankfurt”, constateert Hans-Dieter Vontobel, voorzitter van de raad van bestuur van de bank J. Vontobel in Zürich. De bankier publiceerde onlangs een doorwrocht werk over de moeilijkheden van de Zwitserse Finanzplatz en de oorzaken ervan.

Een van de belangrijkste problemen waarmee financieel Zwitserland kampt, legt Vontobel in zijn werkkamer in het Züricher bankkwartier uit, is het verkeerde beeld dat de Zwitsers zelf over hun Finanzplatz hebben. “De doorsnee Zwitser denkt nog steeds dat we het best draaiende financiële centrum ter wereld zijn en dat de groei eeuwig doorgaat. Ze geloven eenvoudig niet dat we steeds meer concurrentie ondervinden. Dat beeld is echt een probleem, want het maakt dat op politiek niveau steeds de verkeerde beslissingen worden genomen, bij voorbeeld wat betreft de belastingen.”

Vontobel bespeurt een lichtpuntje, zij het jaren te laat: “Men begint in Bern nu eindelijk te begrijpen dat er iets moet gebeuren.” Hij doelt op de zogenoemde stamp-tax, de 0,3 procent belasting die over elke financiële transactie moet worden betaald. De regering wil deze belasting, die in de rest van Europa al is afgeschaft en daardoor zeer nadelig werkt voor de Zwitserse banken, verlagen. Aanstaande zondag mogen de Zwitsers zich in een referendum uitspreken over het plan.

In financiële kringen wordt gevreesd voor de uitslag. Het verzet van de Zwitserse bevolking tegen afschaffing van de stamp-tax is groot. Zelfs de minister van financiën is tegen. “Veel Zwitsers”, zegt Kenneth Korfmann, vice-president van de in Zürich gevestigde Britse particuliere bank Coutts & Co AG, “zijn van mening dat de regering, die voor het eerst sinds mensenheugenis kampt met een tekort op de begroting, de opbrengst van de stamp-tax niet kan missen.”

Een "nee' tegen verlaging van de stamp-tax is een ramp voor Zwitserland als financieel centrum; daarover is iedereen in de financiële sector het wel eens. Korfmann: “Het zou niet alleen de groei van de banksector in gevaar brengen, maar ook die van de Zwitserse economie als geheel, aangezien de banken de belangrijkste belastingbetalers zijn en tot de grootste werkgevers in de particuliere sector behoren.”

Pag 14: Karteleconomie hindert banken; "Zwitserland heeft haar leidende rol in de bankwereld verloren'

Ook Claudio Generali, voorzitter van de raad van bestuur van de Japanse Gotthard-Bank en vice-president van de Organisatie van buitenlandse banken in Zwitserland, ziet het referendum somber tegemoet. Een "nee' “zou zonder meer het vertrek van vele buitenlandse banken betekenen”, zei hij onlangs in het financiële tijdschrift Schweizer Bank. De boodschap aan de buitenlandse banken is dan duidelijk, volgens Generali: Zwitserland is niet bereid een gunstiger financieel klimaat te scheppen.

Maar er zijn meer problemen die de Finanzplatz teisteren. Zoals de wijd verbreide kartelvorming in Zwitserland. De banken werd vorming van kartels vorig jaar wettelijk verboden, maar nog steeds bestaat 60 procent van de economie van de bergstaat uit kartels. “De Zwitserse economie is enorm geremd, stram, door het ontbreken van die concurrentie”, zegt bankier Vontobel. “Het is moeilijk de banken los te weken uit die karteleconomie. Toch is economische liberalisering de enige manier om wereldwijd concurrerend te blijven.”

De regionale en kantonale banken hebben geheel eigen zorgen: de hypotheeksector. Zwitsers nemen traditiegetrouw hoge hypotheken, omdat dat belastingtechnisch voordelig is en de hypotheekrente laag was. Reden genoeg voor veel Zwitsers om zoveel mogelijk onroerend goed te kopen. Inmiddels echter heeft de hypotheekrente in Zwitserland "normale' proporties aangenomen (ongeveer 8 procent) en is de huizenprijs flink gezakt. De banken zagen zich daardoor geconfronteerd met veel niet-inbare leningen.

Catastrofes als de ineenstorting van het Maxwell-imperium hebben ook hun steentje bijgedragen aan de nood van de banken. Toen vorig jaar de Spar und Leihkasse Thun (een regionale bank) over de kop ging en zich voor de deur lange rijen paniekerige klanten verdrongen, besefte de Finanzplatz dat er iets goed fout ging.

Dat gevoel werd nog eens versterkt toen het Amerikaanse bureau Moody's, dat bedrijven beoordeelt op hun kredietwaardigheid, begin dit jaar Crédit Suisse, de op twee na grootste bank van Zwitserland, de triple-A rating ontnam. Nu Crédit Suisse niet langer in de hoogste categorie van Moody's valt, wordt het voor de bank duurder om te lenen op de internationale kapitaalmarkt. De Swiss Banking Corporation (SBC), de op een na grootste bank, onderging hetzelfde lot. Vontobel tilt er niet zo zwaar aan: “Deze banken blijven de crême de la crême. Zwitserland is het enige land met drie banken in de beste categorie. Frankrijk, Duitsland en de Verenigde Staten hebben in die groep elk maar één bank.”

De enorme drukte in financieel Zwitserland - er zijn bijna zeshonderd verschillende banken - is eveneens debet aan de problemen. Op de aantrekkelijke winstmarges in de jaren zeventig en tachtig kwamen grote aantallen banken af. Die gouden tijden zijn voorbij. In het tijdschrift Schweizer bank rekent Jean Pierre Cuoni, president van Coutts & Co en voorzitter van de Organisatie van buitenlandse banken in Zwitserland, voor dat het snel bergafwaarts gaat met de buitenlandse banken. Werd begin jaren tachtig nog één op de vijf "bankfranken' verdiend door een buitenlandse bank, nu is dat nog maar één op de zeven.

Ook de Zwitserse banken zelf laten het in eigen land afweten. In de periode tussen 1980 en 1990 groeide het aantal filialen in Zwitserland met 13,7 procent, terwijl hun groeipercentage in het buitenland 210 procent bedroeg. Verwacht wordt dat in de komende tien jaar ongeveer 100 van de bijna 600 banken in het land de deuren zullen sluiten.

Volgens de Zwitserse bankiersassociatie verdienden alle Zwitserse banken samen in 1989 bijna een derde van hun inkomsten in het buitenland. Bankier Vontobel noemt het misleidend dat de Zwitserse banken dit jaar opnieuw recordwinsten boekten, omdat een belangrijk deel daarvan in het buitenland wordt verdiend. “Maar dat winstgegeven draagt wel voor een heel belangrijk deel bij aan het verkeerde beeld dat de Zwitser van zijn Finanzplatz heeft”, klaagt hij. “De banken zoeken the business op' ”, stelt hij. En die is momenteel niet in Zwitserland te vinden.

In zijn boek over de Finanzplatz Schweiz, getiteld Concurrentie - een troef, heeft Vontobel ter vergelijking cijfers met betrekking tot de veel sneller groeiende Britse banken opgenomen. Daaruit blijkt dat de BTW-inkomsten door de banksector in Groot-Brittannië tussen 1980-90 met 57,8 procent groeiden, tegen 36,9 procent in Zwitserland. In diezelfde periode groeide het aantal bankemployées in Zwitserland met 25,6 procent en in Groot-Brittannië - waar overigens nu wel massaal ontslagen vallen - met 108 procent. “Zwitserland heeft haar leidende rol in de bankenwereld verloren”, concludeert Vontobel.

Zelfs private banking (vermogensbeheer voor particulieren), vanouds een Zwitserse specialiteit, begint een zorgenkindje te worden. Op het eerste gezicht gaat het goed; de particuliere banken deden het vorig jaar beter dan het jaar daarvoor. Maar ook in deze sector wordt de concurrentie groter.“Er was een tijd dat elke rijke zijn geld naar Zwitserland bracht”, zegt Kenneth Korfmann van Coutts & Co AG. “En hoewel Zwitserland nog steeds het epicentrum is van de internationale private banking, komt thans nog maar de helft van alle internationale private banking-transacties in dit land terecht. We ondervinden vooral veel concurrentie uit Londen, Luxemburg en Frankfurt, onder andere omdat zij goedkoper zijn (door het ontbreken van een stamp-tax). Een klant neemt geen genoegen meer met de 10 procent winst die hij uit zijn Zwitserse beleggingen haalt, hij wil 12 of 14 procent.”

Het bankgeheim is evenmin wat het geweest is, meent Korfmann. Door de strengere regels en controle van de Zwitserse overheid, ingevoerd na een aantal geruchtmakende witwas-schandalen in de jaren tachtig, is het niet meer zo eenvoudig een rekening te openen in Zwitserland. Het aantal privé-rekeningen groeit dus niet meer zo hard als vroeger. Korfmann schat de jaarlijks groei van de beheerde gelden in de privé-sector nu op 10 procent: 6 à 7 procent uit rendementen en 3 procent uit nieuwe inleg. In Londen en Luxemburg melden zich meer nieuwe klanten aan. Korfmann schat de groei van hun aantal per jaar op 10 procent. Toch trekt Zwitserland als traditioneel financieel centrum nog altijd viermaal zoveel particuliere beleggers als New York.

Of een eventueel Zwitsers lidmaatschap van de EG (waarover het land waarschijnlijk over vier jaar een beslissing neemt) een oplossing zal brengen voor de problemen van de Finanzplatz, wordt betwijfeld in het bankmilieu. Wel is men het eens over de negatieve gevolgen voor het land als het buiten de EG blijft. “De groei gaat eruit als we geen lid worden”, zegt bankier Korfmann. “Dan wordt Zwitserland een klein fort, een anomalie in de financiële wereld en dat is niet goed. Bovendien heeft een verenigd Europa mèt Zwitserland meer financiële kracht en dat is belangrijk in een wereld waarin de VS en Japan soms niet bij machte blijken om de economische kar te trekken.”

Zwitserland zal echter nooit meer terugkrijgen wat het aan handel heeft verloren, stelt zijn collega Vontobel. “Als we ons best doen, kunnen we wel een sterke positie in de particuliere banksector en het vermogensbeheer behouden. De grote uitdaging voor Zwitserland is: mensen nog beter opleiden zodat we de concurrentie in New York en Londen voorblijven. We moeten nog professioneler worden, zeker als we straks, in de EG, onze bijzondere positie verliezen.”

Niet onbelangrijk voor de toekomst van de Finanzplatz is, volgens Vontobel, wat de EG tijdens onderhandelingen over het lidmaatschap zal zeggen over het bankgeheim. “Ik denk dat het bankgeheim intact kan blijven zolang we misbruik straffen. Ik vind dat de harmonisatie in Europa zo ver moet gaan als nodig is. Ze kunnen ook moeilijk anders in Brussel, anders vliegt het geld Europa uit. Ze doen er heel verstandig aan wat bankgeheimen te handhaven. Mocht Brussel toch zeggen: als jullie lid willen worden, dan is het afgelopen met het bankgeheim, dan denk ik dat Zwitserland voor de eer zal bedanken.”