Euro-karavaan

HET HEEFT EVEN geduurd, maar nu krijgt Nederland toch ook zijn Europa-debat. Onder auspiciën van het ministerie van buitenlandse zaken trekt vanaf midden volgende maand een karavaan door Nederland in een poging de "gewone burger' die zich maar niet voor dat ene Europa wil interesseren, er alsnog bij te betrekken.

Iedereen doet mee: de minister-president, de minister van buitenlandse zaken, de minister van financiën, parlementariërs van zowel regeringsfracties als oppositie, wetenschapsbeoefenaars, journalisten, de voorlichtingsdienst van het Europese parlement en de voorlichtingsdienst van de Europese Commissie. Wie eigenlijk niet? Het mag geen eenzijdige pro-Europashow worden, verzekeren de organisatoren. Vandaar de uitnodiging aan de critici van Maastricht.

Kan het nog Nederlandser? De nationale identiteit had niet beter tot uitdrukking kunnen worden gebracht dan met de opzet van dit Europa-debat. De regering die van bovenaf haar eigen maatschappelijke oppositie organiseert. Debat mag, maar met mate. Het is niet de bedoeling dat de campagne zodanige vormen gaat aannemen dat er een massale anti-Maastrichtstemming ontstaat. Dat wil zeggen, het mag wel maar zo'n beweging zal geen enkele invloed hebben. Want terwijl het debat in het land wordt gevoerd, zal de Tweede Kamer in Den Haag zich uitspreken over het verdrag. De betrekkelijkheid van het debat staat dus bij voorbaat vast. De burgers krijgen informatie, geen invloed.

OVERIGENS IS DIT de regering niet kwalijk te nemen. Dat er in Nederland, althans in politiek verband, nauwelijks fundamenteel over Europa is gesproken, ligt aan de partijen. Lange tijd is Europa daar beschouwd als iets dat net zo onveranderlijk is als het weer. Men sprak er niet over, men deed er aan mee. Zolang er maar bezorgde aandacht bleef voor het "democratisch deficiet', anders gezegd, dat er ook werd gewaakt voor het belang van de partijgenoten in Straatsburg, mocht de Eurotrein voortrollen.

De twijfels zijn pas van recente datum en vooral vrijblijvend. PvdA-fractievoorzitter Wöltgens is zo eerlijk te erkennen dat hij te weinig oog heeft gehad voor Europa. “Er waren per fractie drie, vier of vijf mensen die zich met Europa bezighielden. Zij werden beschouwd als specialisten, net zoals je specialisten had voor onderwijs of financiën. Jarenlang hebben we niet de vraag gesteld welke trein we in beweging hadden gezet en of de koers nog wel juist was”, zei hij een jaar geleden. Wöltgens plaatst vraagtekens, maar niet meer dan dat omdat de fractie waaraan hij leiding moet geven verschillende stromingen kent.

De VVD doet ook niet echt moeite om het debat inzichtelijk te maken. Onder leiding van fractievoorzitter Bolkestein heeft de partij het afgelopen jaar een draai van 180 graden gemaakt. De partij heeft echter moeite het nieuwe geluid met veel verve uit te dragen, omdat anders het conflict met de eigen Europarlementariërs zo duidelijk zou blijken.

EEN BASISVOORWAARDE voor een goed en inhoudelijk debat is dat er heldere standpunten zijn. Maar nu bij een aantal partijen zoveel onduidelijkheid heerst over het eigen standpunt mag van zo'n debat eigenlijk niets worden verwacht.