Enquête gezondheidszorg; Meerderheid is voorstander van eigen bijdrage

ROTTERDAM, 25 SEPT. Een krappe meerderheid van de bevolking is voorstander van eigen bijdragen in de gezondheidzorg.

Dat blijkt uit enquête die de Consumentenbond dit voorjaar onder ruim 1.600 Nederlanders heeft gehouden. Van de artsen is 58 procent voorstander van eigen bijdragen, onder verpleegkundigen ligt dat percentage op 32,7.

Een meerderheid van de bevolking is tevens tegenstander van het verhogen van bestaande eigen bijdragen. De enquête is een herhaling van een begin 1991 gehouden onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen. In die studie waren echter alleen artsen en verpleegkundigen betrokken en was uitgevoerd in opdracht van de Commissie Keuzen in de Zorg, die de grondslag heeft gelegd voor de huidige plannen van staatssecretaris Simons (volksgezondheid).

Er bestaat grote overeenstemming over de voorrang die de "gewone' zorg moet hebben boven nieuwe - veelal dure - medische technologie. Van de artsen is bijna 90 procent die mening toegedaan, van de verpleegkundigen 98,5 en van de consumenten 90,4 procent. Een groot aantal ondervraagden - vooral verpleegkundigen - meent dat de alledaagse zorg door de medisch-technologische ontwikkelingen in de knel komt.

Ruim 80 procent van de consumenten vindt de kwaliteit van de gezondheidszorg goed, tot zeer goed. Artsen zijn nog positiever (92 procent), maar van de verpleegkundigen vindt bijna eenderde de kwaliteit matig of slecht.

Ook de consumenten zien, zij het in mindere mate dan de artsen, de “consumptiegeneigdheid” van het publiek als een belangrijke oorzaak van de kostenstijging in de gezondheidszorg. De meningen verschillen als het gaat om de bijdrage van de vergevorderde technieken, zoals orgaantransplantaties, genetisch onderzoek e.d. aan de kosten. In tegenstelling tot de andere ondervraagden hebben artsen niet het idee dat die technieken zo'n beslag op de kosten leggen. Publiek en verpleegkundigen noemen vaker dan de artsen zaken als verspilling en ondoelmatigheid. Ook routine-onderzoek scoort als kostenveroorzaker bij de artsen lager dan bij de andere groepen. Omgekeerd noemen de artsen vaker alternatieve geneeswijzen.