Energieraad bekritiseert ministerie EZ; Aandacht voor ontwikkeling stroomvoorziening op lange termijn schiet tekort

ROTTERDAM, 25 SEPT. De Algemene Energieraad vindt dat het ministerie van economische zaken in de Structuurnota elektriciteitsvoorziening (SEV) onvoldoende aandacht besteedt aan ontwikkelingen op langere termijn, zoals de toenemende internationalisering van de stroomvoorziening.

Minister Andriessen zou een "Strategienota' moeten laten opstellen, zegt de Eenergieraad. Daarin moet worden ingegaan op de fundamentele veranderingen die in de elektriciteitssector kunnen optreden door het Europese beleid, gericht op doorbreken van nationale monopolitieposities in opwekking, transport, inkoop en verkoop van stroom. Daardoor zal de nauwe relatie van de overheid met deze nutssector sterk van karakter veranderen.

Als planologisch kader voor de lokaties van grote elektriciteitscentrales en hoogspanningslijnen voldoet de SEV, aldus de Algemene Energieraad. Maar de raad vindt ook dat de minister in de nota moet uiteenzetten hoe hij denkt in te spelen op internationale ontwikkelingen, de toenemende wederzijdse beïnvloeding van het milieu- en energiebesparingsbeleid, de integratie van stroomopwekking en warmtevoorziening en de kostenontwikkeling. Bij dit laatste gaat het om de vraag welke investeringen meer kosteneffectief zijn, die in de produktie of die in besparing van elektriciteit.

Op verzoek van de raad heeft prof. dr. L. Hancher, hoogleraar economisch publiekrecht aan de Erasmusuniversiteit, een inventarisatie gemaakt van de gevolgen voor de elektriciteitssector als het beleid van de Europese Commissie om de energiemarkt in de Gemeenschap vergaand te liberaliseren wordt aanvaard. Kernpunt in de Europese voorstellen is het verlenen van vrije toegang voor grote ondernemingen en distributiebedrijven tot het leidingsysteem, zodat zij zo goedkoop mogelijke energie kunnen inkopen. Daarmee kunnen nationale stroomproducenten worden gepasseerd als de elektriciteitsprijs in Nederland (nu nog de laagste in de EG) stijgt en wordt de concurrentie bevorderd (hoofddoelstelling van de Commissie in Brussel).

Ook wil de Commissie vrijere voorschriften voor het aanleggen van nieuwe leidingen, het openstellen van de energieproduktie voor de concurrentie en een sterke vermindering van de overheidsinvloed op de commerciële activiteiten van de Europese elektriciteitsvoorziening en ontkoppeling van activiteiten die veel bedrijven nu nog combineren op de terreinen van produktie, transport en distributie.

Volgens prof. Hancher betekent een en ander dat de Nederlandse Elektriciteitswet moet worden aangepast. Beperkingen bij de produktie en export van elektriciteit moeten worden opgeheven, evenals de verplichting tot levering aan lokale distributiebedrijven. De organisatie Samenwerkende elektriciteitsproducenten (Sep) zou niet langer energie kunnen kopen, verkopen en transporteren, want deze taken worden in het ideaal van de Commissie van een vrije markt vervuld door onafhankelijke bedrijven die onder afzonderlijke leiding staan.

In afzonderlijk advies over het Elektriciteitsplan voor de jaren 1993-2002 van de Sep zegt de Algemene Energieraad node cijfers te ontberen over de noodzakelijke investeringen voor nieuwe centrales en milieuvoorzieningen. Minister Andriessen moet zich een oordeel kunnen vormen over de belangrijkste effecten die de investeringsbeslissingen van het plan, vindt de raad. Verder vindt de raad dat de Sep ondanks het stijgende stroomverbruik ook in de toekomst rekening moet blijven houden met de gewenste besparing en een doelmatiger gebruik van elektriciteit. De Sep wil dat in haar volgende plan niet meer doen als de trendbreuk in het verbruik zich niet spoedig manifesteert.