Documentaires op de Filmdagen van zeer hoog niveau

"De Domeinen Ditvoorst' is behalve vanavond te zien op zaterdag en maandag. "Landschappen waar niemand van weet' is behalve vanavond te zien op dinsdag. "Stap voor stap/The Nex Step' zijn te zien op zondag en dinsdag.

UTRECHT, 25 SEPT. Tijdens deze twaalfde versie van de Nederlandse Filmdagen wordt bewaarheid wat al elf jaar lang duidelijk is: de Nederlandse filmwereld zou een grotere bescheidenheid passen bij de presentatie van haar lange speelfilms, en ze zou wel eens wat meer mogen opscheppen over haar documentaires. Wie terugblikt op een jaar Nederlandse film wordt vooral getroffen door de hoge kwaliteit die de documentaire regisseurs hier weten te bereiken, vooral wanneer ze er niet voor terugschrikken hun allerindividueelste gedachten op een allerindividueelste wijze los te laten op hun onderwerp. Waren ze zo moedig om hun onderwerp na aan het eigen hart te kiezen, dan heb je grote kans op een even aangrijpende als originele en mooie film.

De Nederlandse Filmdagen beleven vanavond het voorrecht van twee premières van zulke documentaires. Beide zijn op hun eigen manier zowel gracieus als sterk, beide trekken cirkels rond een overledene en allebei zijn ze des te uitzonderlijker, omdat ze het werk zijn van gelegenheidscineasten.

In de ene, Landschappen waar niemand van weet, benadert Melle van Essen, normaal gesproken cameraman, op uitermate persoonlijke wijze zijn oudoom, de schilder Melle Oldeboerrigter. In de andere, De Domeinen Ditvoorst, doet Thom Hoffman, in het dagelijks leven acteur, een indrukwekkende poging om leven, gedachtenwereld en vooral het zelfverkozen sterven in kaart te brengen van de cineast Adriaan Ditvoorst, die hij nadrukkelijk aanduidt als "mijn vriend'. Van Essen zomin als Hoffman doen moeite zichzelf te verbergen in hun films. Zo stelt Van Essen, in samenwerking met co-regisseur Riekje Ziengs, tegenover de woorden en de door hem mysterieus gefilmde schilderijen van zijn oudoom, zijn eigen visuele fantasieën, en de beelden die hij eerder, bijvoorbeeld in dienst van VPRO's Diogenes, in verre uithoeken van de wereld zag vanachter zijn camera. De personages uit het leven van de schilder Melle identificeert hij, intiem maar zonder klef te worden, als personages uit zijn eigen leven: "oma', "tante Puck', "opa', hij laat ze vertellen en ontlokt ze de prachtigste uitspraken en nog mooiere stiltes.

Om posthuum door te dringen tot zijn vriend bewandelde Thom Hoffman aan de hand van talloze "getuigen' wat hij "de Domeinen Ditvoorst' heeft genoemd. Hoffman begint zijn film binnen. Hij plaatst de eerste vrienden van Ditvoorst, die samen weer een portret van Nederlands eerste naoorlogse filmende generatie vormen, als vreemde snuiters in de holle gewelven van een vervallen landhuis. Nieuwe bekenden ontmoet hij buiten en tenslotte arriveert hij, via veld, duinen en strand, aan de rand van de zee. Inmiddels heeft Hoffman zijn publiek dan zo ver met Adriaan Ditvoorst laten meegroeien, dat we in dat golvende water niet alleen diens dood zien maar ook zijn vrijheid herkennen.

De films van Van Essen en Hoffman zijn spannend, niet alleen doordat hun makers kozen voor een eigengereide vorm, maar ook doordat er grote hoeveelheden mensen aan het woord komen. Van Essen zette zich gisteren tijdens een openbare discussie dan ook fel af tegen commissies van filmfondsen en omroepen die bij zo'n plan vrijwel automatisch afwijzen wat ze, tot zijn ergernis "talking heads' noemen. “Of daar wat mis mee is,” sneerde Van Essen, om vervolgens te wijzen op de emotionele winst voor de documentaire die direct bij het onderwerp betrokkenen de ruimte geeft en niet hun stiltes en denkpauzes wegmonteert. Hij werd van harte bijgevallen door Tom Verheul en Niek Coppen, respectievelijk makers van De ontkenning en Siki, eerder dit jaar voltooide, inmiddels alom gewaardeerde documentaires, die tijdens de Nederlandse Filmdagen opnieuw worden vertoond.

Zakelijker van benadering maar eveneens het vermelden waard is The Next Step waarvoor Marijke Jongbloed de dansers opzocht die ze twaalf jaar terug als leerlingetjes van het Haags conservatorium volgde voor haar eigen filmdebuut Stap voor stap (1980). In combinatie stijgen deze films boven zichzelf uit en bieden ze uitzicht op de dans en inzicht in het leven dat iemand beschoren is die zich uitlevert aan de danskunst.

Het is verheugend dat al deze première-films bedoeld zijn om in de nabije toekomst vertoond te worden op de doeken van reguliere bioscopen. Wie daarop niet wachten wil, spoede zich naar Utrecht.