De kick van de blik; Maartje 't Hart en haar garderobe

Mensje van Keulen: Geheime dame. Uitg. Atlas, 213 blz, met foto's. Prijs ƒ 29,90.

Roem opent deuren die voor anderen gesloten blijven. Iemand die onder normale omstandigheden niet meer dan een nondescripte bioloog zou zijn gebleven, is na twee dozijn goed verkopende boeken klaarblijkelijk voor sommige vrouwen een gewild lustobject. Aan vriendinnen geen gebrek, en dan komen er ook nog literaire groupies bij, vrouwen die na lezingen in de provincie de schrijver een lift aanbieden naar het station, alwaar zij hem om de nek vliegen en zorgen dat hij toch nog de trein mist.

Maar in de diepste lagen van zijn ziel heeft Maarten 't Hart - want over hem gaat het hier - andere wensen. Hij zou een vrouw willen zijn. Sinds een paar jaar treedt hij dan ook soms in het openbaar als zodanig op. Hij smeert pancake (dikke, ondoorschijnende make-up) op zijn gezicht, verft zijn ogen, zet een pruik op, draagt valse nagels, kokerrokken en rode jasjes, strompelt op te nauwe pumps, kortom: echt een vrouw. Maartje 't Hart.

Als hij niet een beroemd schrijver was, zou 't Hart dan ook als travestiet ”uit de kast' zijn gekomen? Het is een vraag die slechts zijdelings aan de orde komt in Geheime dame, het boek dat Mensje van Keulen, een oude vriendin van 't Hart, over diens travestie geschreven heeft. ”Wat jij doet, kan een arme boerenjongen niet,' zegt zij zelf, en de geheime dame geeft toe dat hij ”als artiest' in het voordeel is.

Passages als deze, waar met een zekere skepsis wordt ingegaan op achtergronden van 't Harts - wat moet je zeggen? aandoening? liefhebberij? zijn in het boek van Van Keulen verder vrij zeldzaam. Het bevat, 213 bladzijden lang, voornamelijk dialogen, en daar tussendoor vertelt de schrijfster over hoe het allemaal in zijn werk gaat. Hoe 't Hart met zijn reistas arriveert om zich bij haar - want thuis kan het niet vanwege zijn vrouw - in de badkamer te verkleden. Hoe zij samen een pruik gaan afhalen, of bij Frans Molenaar een pakje gaan kopen dat 't Hart zo mooi vond, over hoe zij samen naar optredens gaan.

Alles wat 't Hart zelf vindt en voelt wordt zo veel mogelijk in de dialogen verpakt, zodat hij het schijnbaar zelf formuleert. Van Keulen wilde vooral geen afstandelijke beschouwing schrijven; zij wilde het doen ”zonder de psychologie eromheen, zonder een woord als ”genderidentiteit' en dat hele jargon, en zonder droeve noten,' zo staat op bladzij 31. Waaraan de hoofdpersoon toevoegt: ”En nog iets: je mag me niet sparen'.

Over de vraag of dat laatste gelukt is kan men van mening verschillen. Geheime dame is een vriendelijk, een vriendschappelijk boek. Slechts in zeer bedekte termen wordt gewezen op het potsierlijke van een grof gebouwde, kalende man, die ondanks alle kunstgrepen en de illusies die hij zich zelf maakt, natuurlijk nooit langer dan één ogenblik lang iemand kan misleiden omtrent zijn geslacht.

Als Van Keulen haar eigen verwarring, lichte weerzin soms zelfs, beschrijft bij het gadeslaan van de travestiet, dan is dat toch maar een zwakke weerspiegeling van mijn eigen onbehagen. De aversie die travestie bij de anderen, de normalen oproept, zo moet Dick Hillenius gezegd hebben, is te verklaren uit het feit dat wij allemaal geconditioneerd zijn. Maar er is geloof ik nog een belangrijker reden waarom het zo moeilijk is om adequaat te reageren op het verschijnsel: het feit namelijk dat de toeschouwer erbij hoort, dat zonder de kick van zijn blik de hele verkleedpartij zinloos was. Een travestiet reduceert zijn medemensen tot voyeurs.

Een andere moeilijkheid bij het ”gewoon vinden' van de travestiet - want op de een of andere manier is dat toch de sociale imperatief die de meesten zullen voelen - is het feit dat hij niet zomaar een vrouw wil zijn, maar een trut. Van Keulen zegt ergens in het boek dat zij met een vrouw nog nooit zo veel over kleren heeft gepraat als met hem. En het is duidelijk dat ook zij vindt dat die netkousen, die oorbellen, die hoeden, die couturepakjes, allemaal blijk geven van een opvatting van vrouwelijkheid die een denkend mens gênant moet vinden. Maar ze blijft heel mild, te mild misschien. Dat gezwijmel over een bruidsjurk - hoe primitief mogen zieleroerselen zijn? De travestiet, denk je soms, is de grootste seksist die er is.

Ach, laat mij toch mijnen goesting doen, just enen keer, grapt/citeert de schrijver als hij weer eens bij Van Keulen op bezoek komt. Vervolgens gaat het gesprek een poosje over 't Harts vrouw Hanneke, die het allemaal zo naar vindt. (Daarom, zegt de schrijver als een verwend kind, moet hij het wel stiekem doen.) Hanneke is het levende argument tegen het vergoelijkende ”ach, hij doet er toch niemand kwaad mee...'. Maar Van Keulen laat het oordelen aan de lezer over; zij vindt het te makkelijk.

Geheime dame is geen roman en geen beschouwing, het is eigenlijk datgene wat het oorspronkelijk moest worden: een artikel, maar dan tot boeklengte uitgedijd. Het is goed geschreven, heel soms schiet je even in de lach (zoals wanneer iemand bij een literair forum op een briefje de vraag indient Moet hij 20 croquetten... die bij tweede lezing blijkt te luiden Moet hij zo coquetteren met zijn habitus?). Maar het zou leuk zijn geweest als de schrijfster zich iets meer van die grapjes had gepermitteerd. Het zou meer levendigheid hebben gegeven aan dit ingetogen boek over een sensationeel onderwerp.