Chemiegigant Dow zegt vertrouwen in EMS op

ROTTERDAM, 25 SEPT. De chaos op de Europese valutamarkt wordt door het Europese bedrijfsleven nauwlettend gevolgd: de abrupte koerswijzigingen zijn van grote invloed op de marges van de exporterende industrieën.

De recente devaluaties en depreciaties hebben grote gevolgen voor Europa's exporterende ondernemingen. Exportindustrieën in devaluatielanden als Groot-Brittannië zien hun concurrentiepositie verbeteren, terwijl exportbedrijven in harde-valutalanden, als Duitsland, hun positie achteruit zien gaan.

Zo bezien valt de valutacrisis slecht uit voor Nederlandse ondernemingen die hier produceren en in Zuid-Europese landen en in Groot-Brittannië afzetten. “Er zullen maar weinig Nederlandse bedrijven zijn die zeggen: dat komt me nu eens goed van pas”, aldus financieel directeur E.F. van Veen van Nutricia.

De Britse exportindustrie reageerde vorige week bijna euforisch op de devalutie van de koers van het pond. Chemiegigant ICI verwacht dat de sterling-crisis onmiddellijk een sterke stijging van de export tot gevolg zal hebben.

Tegenover winnaars als ICI staan ook verliezers: bedrijven die exporteren naar de devaluatielanden. Nutricia verwacht dat de devaluaties van pond, lire en peseta een negatieve invloed zullen hebben op de winst van 1992. “Voor ons is die ontwikkeling niet positief, maar ook zeker niet traumatisch”, aldus directeur Van Veen. Nutricia is voor bijna een kwart van de omzet afhankelijk van Groot-Brittannië en voor bijna 10 procent van de Zuid-Europese devaluatielanden, terwijl de produktie zich grotendeels buiten de devaluatiezone bevindt.

Van Veen - die zich vanochtend nog over de valutamarkten liet adviseren - wist Nutricia voor een al te grote winstdaling ten gevolge van de devalutie van het pond te behoeden door zich tijdig in te dekken tegen een daling van de Britse munt. “We hebben gekeken naar de macro-economische situatie in Groot-Brittanië en geconstateerd dat het pond op het oude niveau niet houdbaar was.”

Een van de eerste bedrijven die ten gevolge van de EMS-crisis zijn strategie moest bijstellen, was de Europese tak van de Amerikaanse chemiegigant Dow Chemical. Gisteren maakte het bedrijf bekend dat het zijn klanten met onmiddellijke ingang wil laten betalen in D-mark en zich niet langer zal bedienen van de overige Europese valuta.

Het is vermoedelijk de eerste keer dat een onderneming betaling in één Europese munt vereist. De onderneming geeft daarmee te kennen niet langer te geloven in de werking van het Europese Monetaire Stelsel (EMS), dat met het vertrek van de lire en het Britse pond en recente aanvallen op de Franse franc al twee weken vecht om zijn voortbestaan.

Voor Dow kwamen de recente verschuivingen in de wisselkoersen uiterst ongelegen. Het bedrijf betaalt zijn grondstoffen - petrochemische produkten en energie - hoofdzakelijk in dollars. De eindprodukten worden afgezet in Europa en betaald met Europese valuta. De devaluaties en koersdalingen van onder andere de lire, het pond en de peseta treffen ongeveer een derde van de omzet van het bedrijf.

Volgens vice-president F. Kaufman zijn de marges van Dow zo gering dat de onderneming de devaluaties niet meer kan absorberen. “Het grootste deel van onze kosten is niet variabel, maar de devaluaties hebben onze marges met 2 tot 3 procent verminderd.” Dow Europa heeft in het tweede kwartaal voor het eerst in tien jaar met verlies gedraaid. Prijsverhogingen zouden dit najaar weer voor winstgevendheid moeten zorgen, maar de devaluaties dreigen die extra opbrengsten teniet te doen.

Ook bij chemieconcern Akzo kijkt men met zorg naar de valutaschommelingen. Meer dan de helft van de omzet naar herkomst komt voor rekening van Nederland en Duitsland, terwijl het merendeel van de omzet naar bestemming in de Europese devaluatiezone valt. Met name de vezeldivisie - in aanzienlijke mate afhankelijk van Italië en Groot-Brittannië - heeft last van de nieuwe valutaverhoudingen binnen Europa. Het sterk gedecentraliseerde Akzo laat mogelijke maatregelen over aan de ruim veertig business units en zal, aldus een woordvoerder, geen maatregelen nemen op concernniveau.

Voor bedrijven als Nutricia betekenen de abrupte koersdalingen van munten in belangrijke afzetmarkten dat de pijn onmiddellijk voelbaar is, maar de devaluatie kan op langere termijn zelf weer een deel van de schade goedmaken. Omdat devaluatie op den duur de inflatie aanwakkert, kunnen straks de prijzen van de produkten waarschijnlijk omhoog. “Er zijn altijd wel corrigerende mechanismen in de economie,” aldus Van Veen, “het probleem is dat de voors en de tegens niet altijd samenvallen.”