Bonn wil meer verdragen met Oost-Europa voor uitwijzen asielzoekers

BONN, 25 SEPT. Na de ondertekening van een Roemeens-Duitse overeenkomst over directe uitwijzing van afgewezen asielzoekers, of illegaal aanwezigen, heeft de Duitse minister van binnenlandse zaken Rudolf Seiters (CDU) gisteren in Boekarest meegedeeld dat hij binnenkort met Tsjechoslowakije en Bulgarije net zulke overeenkomsten wil sluiten. Een in het buitenland en door delen van de FDP en de oppositionele SPD aangevochten onderdeel van de overeenkomst is dat afgewezen asielzoekers niet meer in Duitsland maar alleen in hun land van herkomst in beroep kunnen gaan.

Volgens Seiters' ministerie is het aantal Roemeense asielaanvragers dit jaar intussen gestegen tot 58.000 (nu een vijfde van het totaal in Duitsland). Omstreeks 60 procent van hen zijn Sinti- of Roma-zigeuners. Van de Roemeense asielzoekers wordt uiteindelijk, zij het na soms landurige procedures van toetsing en beroep, maar 0,2 procent erkend als vervolgde wegens ras, geloof of politieke overtuiging. In circa 70 procent van de gevallen komen zij aan zonder paspoort of ander identificatiebewijs, dat zij vaak hebben weggegooid op advies van zogenoemde Schlepper-organisaties die hen tegen betaling illegaal over de grens helpen. Dat maakte het moeilijk om hen uit te wijzen omdat hun landen van herkomst tot nu toe eisen dat hun identiteit onomstotelijk moet vaststaan.

In de nieuwe Duits-Roemeense overeenkomst, die 1 november van kracht wordt, heet het dat de nationaliteit van de uitgewezene “geloofwaardig” moet zijn aangetoond. Het land dat uitwijst (in alle gevallen dus Duitsland) draagt de kosten van terugreis naar het land van herkomst. Duitsland financiert een aantal scholings- en integratieprojecten in Roemenië, die voor dit jaar zijn begroot op 10 miljoen mark dit jaar, en op 30 miljoen in totaal.

In een televisiedebat met de SPD'er Scharping, premier van Rijnland-Palts, zei Seiters gisteravond dat er geen sprake is van grootscheepse deportatie van zigeuners, zoals Rudko Kawczynski, de voorzitter van de Europese bundeling van hun organisaties, het in interviews omschreef. De overeenkomst “zal pas volle werking krijgen” en “geleidelijk” worden uitgevoerd, zei hij, als de grondwet zó is veranderd dat de Geneefse vluchtelingenconventie grondslag voor het asielbeleid geworden is, zoals hij deze week met de CDU/CSU-fractie in de Bondsdag heeft voorgesteld.

Dan zou, net als bij voorbeeld pas in Zwitserland is gebeurd, worden gewerkt met door de Bondsdag te toetsen lijsten van het VN-vluchtelingensecretariaat van landen waar wel of niet wordt vervolgd. Pas dan, en alleen voor nieuwe gevallen, zou ook de verplaatsing van het beroepsrecht naar het land van herkomst van kracht kunnen worden. Overigens, onderstreepte Seiters, moet het recht op asiel van werkelijk vervolgden onverkort gehandhaafd blijven (het erkenningpercentage is circa 5, bij een voor dit jaar geraamd aantal aanvragen van 450.000 en een nog niet afgehandeld aantal van een kleine 400.000).