Bij blikproducent TDV is personeel de weg kwijt

Vorige week kwam het opnieuw tot arbeidsonrust bij het verpakkingsconcern Thomassen & Drijver-Verblifa (TDV). De directie kondigde verlies van arbeidsplaatsen in Nederlandse en Belgische vestigingen aan. Voor de werknemers is dit het zoveelste "incident' op rij.

DEVENTER, 25 SEPT. De directie van het Nederlandse verpakkingsconcern TDV bracht afgelopen maandag het slechte nieuws naar buiten. Overcapaciteit op de Europese markt maakt kostenbesparing nodig, aldus de raad van bestuur. De gevolgen zijn pijnlijk; de fabriek in het Belgische Lint moet sluiten (200 werknemers) en in Oss gaan 50 van de 150 arbeidsplaatsen verloren. Toch halen sommige werknemers ook opgelucht adem. De vestiging Oss is, zij het voor even, weer gered.

Ondanks redelijk ogende resultaten, lijkt er iets fundamenteel mis met TDV. De netto omzet steeg van 956 miljoen gulden in 1988 naar 1063 miljoen gulden in 1991, terwijl het netto resultaat in die zelfde periode verdubbelde van 32 miljoen naar 64 miljoen gulden. Maar de onderneming is al jaren een speelbal van ongrijpbare belangen. De afgelopen zes jaar wisselden eigenaars, kreeg een zustermaatschappij plotseling de leiding over TDV, moest een president-directeur het veld ruimen. Onbegrip heerst onder de werknemers, en ook de directie lijkt het spoor bijster. De onderneming is een waar eldorado voor adviesbureaus, die extern en intern allerlei onderzoeken uitvoeren.

De geschiedenis herhaalt zich. Al weken voor de jongste aankondiging van banenverlies circuleren geruchten binnen TDV dat een sluiting van de fabriek in Oss onvermijdelijk is. Dat is ook in 1987 het geval, als de Amerikaanse moedermaatschappij Continental Can die fabriek, mèt de vestigingen in Doesburg en Leeuwarden, op de nominatie zet voor sluiting. Felle weerstand van het personeel voorkomt dat het voornemen worden uitgevoerd. Een vergevorderd plan van TDV om zich af te scheiden van de Amerikaanse moeder wordt ingetrokken. Een grote reorganisatie, die in 1986 is ingezet, vindt wel doorgang. In twee jaar tijd vervallen 1500 van de 5000 banen in België en Nederland, bijna 500 mensen worden uiteindelijk ontslagen.

De werknemers van TDV hebben nauwelijks tijd om op adem te komen. In 1988 kondigt de directie aan dat het hoofdkantoor in Deventer wordt overgeplaatst naar Duitsland, TDV is dan al onderdeel van het Duitse VIAG-concern. Van de 248 medewerkers op het hoofdkantoor in Deventer worden er 180 her- of overgeplaatst. Opnieuw trekt het personeel ten strijde. De vakbonden stellen een ultimatum en de directie trekt op het laatste ogenblik haar plannen in.

In 1990 begint de touwtrekkerij rond produktiepakketten die het moederbedrijf in Duitsland en Frankrijk wil concentrerern. De Nederlandse bonden roeren zich; ze vermoeden dat TDV op slinkse wijze werk wordt ontnomen. De leiding van het bedrijf heeft niet zoveel te vertellen. De vroegere zustermaatschappij Smalbach Lubeca AG - met TDV en het Britse Can Company UK in het inmiddels Europese samenwerkingsverband Continental Can Europe (CCE) ondergebracht - is de nieuwe moedermaatschappij geworden en deelt de lakens uit. Het VIAG-concern blijft overigens de grootste aandeelhouder.

CCE bouwt twee moderne fabrieken. Met het openbreken van de Oosteuropese markt vestigt de organisatie een fabriek in Oost-Duitsland en in het Franse Duinkerken, waar CCE zich vestigt naast frisdrankgigant Coca Cola. De nieuwe trend is "dicht bij de afnemer', want het vervoer van lucht (lege blikken) is een dure aangelegenheid.

De constatering van overcapaciteit - mede als gevolg van die nieuwbouw - verrast M. de Ruiter, voorzitter van de centrale ondernemingsraad, niet. “Maar die heeft de directie zelf in de hand gewerkt en nu moeten wij ervoor opdraaien.” De bonden vermoeden achter de aangekondigde sanering opnieuw een “stelselmatig uitverkopen van produktiepakketten naar met name Duitsland”. De raad van bestuur volhardt in zijn weigering de komende weken commentaar te geven, eerst moet de rust in het bedrijf zijn teruggekeerd.

Volgens bestuurder T. Verdijsseldonk van de Industriebond FNV werkten er voor 1986 bijna 6000 mensen bij TDV, tegenwoordig zijn dat er een krappe 3800. Ruim 1500 arbeidsplaatsen zijn bij de grote reorganisatie weggesaneerd, maar de FNV-bond heeft geen idee waar de overige 700 personeelsleden zijn gebleven. “Wellicht is het natuurlijk verloop niet aangevuld”, vermoedt Verdijsseldonk. Hij wijst op het achterblijven van de noodzakelijke investeringen. “In de vestiging Hoogeveen staan veel machines stil, het is daar gewoon een oude troep.”

Het grootste deel van de problemen is te wijten aan de manier van bedrijfsvoering, zegt de Industriebond FNV. De Duitse leiding zou op mega-niveau denken; een efficiente manier van werken staat voorop, gevolgd door een sterke produktgerichtheid met als doelstelling zoveel mogelijk geld uit het produkt te genereren. Bij TDV in Nederland zou dit allemaal anders liggen. Hier staat kleinschaligheid voorop, zijn de werknemers sterk op de markt gericht met als doelstelling de klant zo breed mogelijk te bedienen.

De werknemers menen dat de zes Nederlandse vestigingen wel degelijk bestaansrecht hebben, juist dank zij hun kleinschaligheid en de behaalde winst. Om te zien waar de zes bedrijven in het jaar 2000 staan, hebben de vakbond en de ondernemingsraad deze week een extern adviesbureau ingeschakeld dat eind oktober verslag uitbrengt. Afgelopen woensdag liet de raad van bestuur het personeel weten rondom die tijd ook gesprekken met de vakorganisaties te voeren over de ontwikkeling van de markt, de organisatie van de diverse Europese produktgroepen en de positie van TDV daarin.

In het kantoor van de FNV-bond pakt bestuurder F. van der Smissen gehaast zijn tas in. Hij heeft een afspraak met de TDV-directie in Deventer, waar overleg wordt gevoerd over de verplaatsing van het pakket equipment & engineering naar, hoe kan het ook anders, Duitsland. Bij dit onderdeel zijn 83 mensen werkzaam. “Het is bijna te ironisch om waar te zijn”, lacht Van der Smissen voordat hij naar zijn auto snelt.

    • Yaël Vinckx