AHOY!

Gerrit Jan Zwier: Vlieland in gevaar. Uitg. Kluwer. ƒ 22,90. Vanaf 10 jaar.

Michael Morpurgo: De reus uit zee. Vert. Tjalling Bos. Met tekeningen van Els van Egeraat. Uitg. Ploegsma. ƒ 21,95. Vanaf 9 jaar.

Nog twaalf nachtjes slapen en dan is het weer Kinderboekenweek. Het thema is deze keer "Land in ziiicht!'. Met dank aan kapitein Columbus die precies vijfhonderd jaar geleden per ongeluk in Amerika terechtkwam en dat meteen maar even "ontdekte'.

De CPNB drukt ons op het hart dat we met het thema kinderboeken en zeereizen alle kanten op kunnen: piraten, strandjutters, schipbreukelingen en walvissen mogen net zo goed meedoen als de stoere knapen van de V.O.C. in De scheepsjongens van Bontekoe of Paddeltje, zodat met recht van een mer à boire kan worden gesproken. Op de tentoonstelling "Boek Ahoy!', die vanaf 2 oktober in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam wordt gehouden, zijn al meer dan 550 titels van Nederlandse maritieme kinderboeken te zien. En vanaf morgen is in het Letterkundig Museum in Den Haag een soortgelijke tentoonstelling te zien, onder de titel "Het zeegat uit!'

Of Gerrit Jan Zwier zijn eerste jeugdroman heeft geschreven met het thema van de Kinderboekenweek in het achterhoofd weet ik niet, maar een goed gevoel voor timing kan hem niet worden ontzegd. Zijn boek begint met een zeereis, al voert die nu eens niet naar tropische oorden maar slechts naar Vlieland. De hoofdpersoon van Vlieland in gevaar is Wienke, een oer-Hollandse frisse meid die al in het eerste hoofdstuk mag kennismaken met de schurk van het verhaal. Op het moment dat deze kogelronde blaaskaak zijn secondant - die hem aanspreekt met "chef', iets wat geloof ik alleen maar in boeken gebeurt - opdraagt een meeuw de nek om te draaien weten we genoeg: dit kwaad dient bestreden te worden. Het toeval wil dat hij ook nog eens het brein blijkt te zijn achter het zogeheten "Vlieplan', een plan om het Waddeneiland om te bouwen tot één groot pretpark.

Ik kreeg sterk de indruk dat Zwier, met zijn onmiskenbare liefde voor en kennis van het eiland, de gauw verveelde videoclipgeneratie heeft willen behoeden voor een overmaat aan natuurschoon en eilandcultuur en er in godsnaam maar een avonturenverhaaltje omheen heeft gebreid. Had hij dat maar niet gedaan, want Vlieland in gevaar is als "spannend avonturenverhaal' al net zo weinig verrassend als de Kluitmanpocket-achtige titel doet vrezen. Natuurlijk is Wienke, bijgestaan door enkele autochtone eilandbewoners, de onsympathieke dikkerd te slim af, zodat hij uiteindelijk afziet van het plan: we hebben het al lang zien aankomen.

Een minder voor de hand liggend element in zijn verhaal is de sterke binding met de oerkrachten in de natuur, zoals die wordt ervaren door de moeder van Wienkes vriendin. Deze biologisch-dynamische heks zweert niet alleen bij boekweitgrutten en wortelsap maar trekt ook ettelijke magische cirkels in de Vlielandse bodem om het kwaad af te wenden. Met dit soort alternatieve types en hun rituelen kan antropoloog Zwier aardig overweg, ook al wil hij nog wel eens vergeten dat zijn publiek uit kinderen bestaat. Zoals in de volgende passage: "Het probleem is (-) dat je kinderen doodongelukkig maakt met alleen müsli en bietensap. Ze willen ook wel eens eten wat de andere kinderen in de klas voorgezet krijgen. Het ergste is nog dat ze anders zijn dan de rest met hun knoflookadem en winterwortel in de pauze, en dat op een leeftijd dat geen enkel kind wil verschillen van andere kinderen.' Het lijkt wel alsof wijlen Dr. Spock aan het woord is.

De Britse schrijver Michael Morpurgo heeft veel meer ervaring met het schrijven van kinderboeken en dat is te merken. Zijn De reus uit zee is het in de ik-vorm vertelde verhaal van de ongeveer twaalfjarige Michael, die samen met zijn veel jongere nichtje Polly de meest wonderlijke avonturen beleeft. De fantastische verhalen die hun grootvader hun heeft verteld zijn daaraan schatplichtig. Een Zandman die tot leven komt, de geest van een ooit aan de kust van Wales gestrande Russische kapitein, surfen op levensgrote schildpadden - Michael beleeft het allemaal gretig, maar tegelijkertijd geneert hij zich voor zijn nichtje dat in haar argeloosheid alles maar wat graag doorvertelt. Dat Michael aarzelt tussen kinderlijke fantasie en het ongeloof van de puberteit is duidelijk, maar ligt er in dit solide, nuchter vertelde verhaal nooit dik bovenop.