Zelfbewustzijn bepaalt houding Indonesië; Soeharto wil een betere verhouding met Nederland hebben

Minister J. RITZEN (onderwijs) blikt tevreden terug op zijn reis door Indonesië: de samenwerking op het terrein van onderzoek en onderwijs heeft een nieuwe impuls gekregen.

JAKARTA, 24 SEPT. “Dat Soeharto Nederland voorstelt om een bijdrage te leveren aan de samenwerking tussen Indonesië en andere ontwikkelingslanden, heeft twee kanten: het drukt de wens uit de relatie met Nederland te normaliseren, maar het is ook een blijk van zefbewustzijn”.

Minister Ritzen (onderwijs) is zeer ingenomen met de resultaten van zijn zevendaagse reis door Indonesië. De samenwerking op zijn eigen beleidsterrein - onderwijs en onderzoek - wordt op een nieuwe leest geschoeid en president Soeharto koos dit bezoek uit om Nederland duidelijk te maken dat het in Indonesie een genteresseerde, maar zelfbewuste partner heeft.

Ritzen: “Ik kwam hier niet met de hoed in de hand. Het kabinet heeft de Indonesische beslissing van 25 maart om de hulprelatie met Nederland te beendigen betreurd, maar ook gerespecteerd. Aan onze kant bestaat belangstelling om samen verder te gaan, maar alleen als daarvoor een gemeenschappelijke basis is”.

Het "signaal van Soeharto' op vrijdagmorgen heeft de minister al meteen gesterkt in de overtuiging dat ook Indonesië de betrekkingen buiten ontwikkelingssamenwerking om wil "voortzetten en verdiepen'.

Ritzen: “Mijn conclusies uit het gesprek met de president zijn dat de beslissing van 25 maart op geen enkele wijze tussenbeide komt in de samenwerking op het terrein van onderwijs en wetenschappen. Maar Soeharto gaf nog een andere boodschap: we willen zo snel mogelijk komen tot een normalisering van de betrekkingen. Indonesië heeft daar een bijzonder belang bij: het is sinds kort voorzitter van de Beweging van Niet-Gebonden Landen. De conferentie in Jakarta, begin deze maand, is onverwacht goed verlopen en dat heeft Indonesie het zelfvertrouwen gegeven om die leidersrol op zich te nemen”.

Een voorbeeld is Soeharto's pleidooi voor meer Zuid-Zuid-samenwerking. Met het verzoek aan Nederland om daarin een rol te spelen wil Soeharto, zo interpreteert Ritzen, twee vliegen in een klap slaan: “Door hulp aan armere Derde Wereldlanden Indonesië profileren als een succesvol ontwikkelingsland en verbetering van de betrekkingen met Nederland. Dat laatste overigens met inachtneming van de principiele positie: geen hulp. Nederland is een trots land, maar Indonesië ook”.

Minister Pronk heeft gezegd dat het verzoek van Soeharto "op gespannen voet' zou staan met de hulpweigering van 25 maart.

Ritzen: “Ik heb die geluiden alleen via de pers vernomen. We zullen daar in de Ministerraad ongetwijfeld over doorpraten. Ik bespeur in het kabinet een grote mate van enthousiasme over het denkbeeld van trilaterale hulp. Dat idee is al verwoord in Pronks nota "Een wereld van verschil'. Ik sluit niet uit dat Soeharto daarvan op de hoogte was”.

Staat dit verzoek nu wel of niet "op gespannen voet' met de hulpweigering van 25 maart?

Ritzen: “Ik denk het niet. Nederland wordt namelijk verzocht om een financiële bijdrage aan andere Derde Wereldlanden, die daarmee expertise uit Indonesië kunnen verwerven”.

Gaan de Indonesische uitspraken van deze week verder dan de verklaringen die men in juli aflegde tegenover minister Van den Broek?

Ritzen: “Ik heb de indruk van wel. Toen ik naar Indonesië kwam, was nog onduidelijk in hoeverre Nederlandse overheidsbijdragen uit den boze waren: bijvoorbeeld middelen op de onderwijsbegroting voor samenwerking op het gebied van onderwijs en onderzoek. Die onzekerheden zijn weggenomen. Er waren ook nog onzekerheden op het gebied van handel en investeringen. Inmiddels is duidelijk gemaakt dat de beslissing van 25 maart daarop geen enkele invloed heeft”.

Nederland wil graag via Indonesie toegang tot dat dynamische Zuid-Oost Azie. Maar wil Indonesië echt via Nederland naar het Westen? Indonesiërs die zich dat kunnen veroorloven, laten hun kinderen in de VS en Australie studeren.

Ritzen: “Het moet duidelijk zijn dat Indonesië niet voor Nederland kiest uit nostalgie of vanwege onze blauwe ogen, maar op grond van onze kwaliteiten. De tijd is voorbij dat Indonesiërs vanzelfsprekend voor Nederlandse universiteiten kozen. Kwaliteit is nu het enige dat telt. En die is er”. Dit bezoek heeft het karakter van een doorbraak, zowel psychologisch als zakelijk, maar er hangt wel een prijskaartje aan. Wanneer het ministerie van onderwijs de financiering van samenwerking op onderwijs- en onderzoeksgebied, voor eigen rekening wil nemen gaat dat een hoop geld kosten. Krijgt U dat van het kabinet?

Ritzen: “In eerste instantie wegen we de samenwerkingsprojecten op hun belang voor Nederland. Is dat belang er, welnu, dan moeten we daar het geld bij zoeken. In eerste instantie binnen mijn eigen begroting, maar het vereist wellicht ook een afweging binnen de Rijksbegroting als geheel. Ik ken de moeilijkheden, maar ik deins daar niet voor terug'.