Volle varkensstallen door vervoersverbod; Op sommige plaatsen beginnen ook de roosters van de mestkelders al over te lopen

DEN HAAG, 24 SEPT. Nee, de feestelijkheden rondom de aankomst op 6 oktober van het eerste Nederlandse varkensvlees in Japan komen door het exportverbod op levende Nederlandse varkens en het gedeeltelijk verbod op de uitvoer van varkensvlees niet in gevaar. “Klop dat maar af”, zegt R. Tazelaar, voorzitter van het Produktschap voor Vee en Vlees.

De afgelopen dagen bestond alom de vrees dat Nederland door de EG een algeheel exportverbod op varkensvlees zou worden opgelegd. Het scheelde bitter weinig. Gisteren besloot het permanent veterinair comité van de EG om het door minister Bukman afgekondigde exportverbod op levende varkens over te nemen. Het zal ten minste tot 15 oktober van kracht zijn. Ook vlees uit het gebied waar een vervoersverbod van varkens van kracht is, mag tot die tijd niet worden uitgevoerd. Voor varkensvlees uit de rest van het land gelden strengere eisen dan gewoonlijk.

De oorzaak van de draconische maatregelen is de "blaasjesziekte', in het Engels aangeduid met SVD (swine vesicular disease). Een onschuldige virusziekte waar het de kwaliteit van het varkensvlees betreft, maar minder onschuldig voor het dier zelf. Hoewel slechts enkele varkens aan de ziekte sterven gaat de ziekte gepaard met hoge koorts, algemene ongesteldheid van het varken en kreupelheid door blaasvorming aan poten en kop.

De varkenshouders en handelaren verbazen zich over het verbod op de export van varkensvlees uit het gebied waar het vervoersverbod voor varkens van kracht is. Het virus kan zich weliswaar ook via het vlees verspreiden maar levert voor mensen geen gevaar op. Varkenshouders en -handelaren gaan ervan uit dat de maatregelen slechts ter geruststelling van de burgers in met name Spanje, Frankrijk en Italië genomen zijn. Voor de varkenshouders in de landen waar Nederland varkens afzet zijn het Nederlandse exportverbod en de strengere eisen aan Nederlands varkensvlees goed nieuws. Dankzij de lagere buitenlandse aanvoer van varkens en varkensvlees krijgen zij nu een hogere prijs voor hun produkt.

In Nederland leidt vooral het vervoersverbod van varkens tot grote problemen. Bij talloze varkenshouders in het gebied waar het vervoersverbod van kracht isbarsten biggen en zeugen door ruimtegebrek uit de hokken. Op vermeerderingsbedrijven komen er dagelijks biggen bij maar door het vervoersverbod kunnen de varkenshouders geen enkel varken aan mesterijen en handelaren kwijt. Niet zelden beginnen de op elkaar gepakte varkens elkaar aan te vreten. Kannibalisme heet dat in het jargon van de varkenshouder.

“De overbevolking in varkensstallen, met name bij de vermeerderingsbedrijven, neemt hand over hand toe”, zegt adjunct-secretaris M. Westra van de Gelderse Maatschappij van Landbouw in Arnhem. Een groot deel van de 3.600 varkenshouders die bij de Maatschappij zijn aangesloten woont in het gebied waar het vervoersverbod geldt. “Vermeerderingsbedrijven leveren hun biggen meestal af als ze 22 tot 25 kilo wegen. Sinds op 8 september het vervoersverbod van kracht werd zijn de biggen flink aangekomen. Normaal komt er 600 tot 700 gram per dag bij. De biggen zijn dus intussen zo'n tien kilo zwaarder geworden en nemen navenant meer ruimte in.” Intussen blijven de zeugen hun biggen werpen, gemiddeld 11 à 12 per worp. “Voor een paar dagen kunnen veel varkenshouders wel wat extra ruimte creëren, er is altijd wel een schuurtje over”, aldus Westra. “Maar na twee weken zijn er grote problemen.” Westra wijst erop dat de kans op ziekten en infecties onder de varkens sterk toeneemt als gevolg van de kleinere ruimte waarin de dieren opgroeien.

J.G. Verbeek uit Wekerom is een van de varkenshouders in het getroffen gebied. Op zijn bedrijf met 200 fokzeugen gaan de biggen onder normale omstandigheden na 9 of 10 weken naar de mesterijen, maar als gevolg van het vervoersverbod blijven ze nu noodgedwongen op het bedrijf. Van de ongeveer 1.000 biggen op het bedrijf hadden er ongeveer 200 de deur uit moeten zijn. “Er kan niks meer bij”, zegt Verbeek. “Het probleem is dat je drachtige zeugen niet zo maar bij andere zeugen kan laten biggen. Die moeten in het kraamhok blijven, waar de temperatuur hoger is, zo'n 22, 23 graden. In de zeugstal is het een graad of 17.” Volgende week bevallen acht zeugen, de week erna veertien. Verbeek heeft geen idee waar hij de 10 tot 11 biggen per zeug moet laten. Een opkoopregeling ziet hij als enige mogelijkheid, waarbij de overheid de biggen opkoopt.

Verbeek is kwaad op de Dierenbescherming, van wie hij geen enkel kritisch geluid over de overbevolking in varkenshouderijen heeft gehoord. “Als ze wat willen doen, moeten ze nu van zich laten horen. Onder deze omstandigheden voelen de varkens zich niet happy.”

Er is niet slechts ruimtegebrek voor varkens. Doordat in het gebied waar het vervoersverbod geldt ook geen enkele vorm van mest mag worden vervoerd, vormt de mest in toenemende mate een probleem. Op enkele uitzonderingen na mag varkensmest niet over de weilanden worden uitgereden zolang het vervoersverbod van kracht is. “In een aantal gevallen lopen de roosters van de mestputten over”, weet Westra. Bijkomend probleem is dat vanaf 1 oktober de mest een half jaar lang niet meer mag worden uitgereden. Tot 1 oktober kunnen varkenshouders met een mestoverschot ontheffing krijgen om de mest nu alsnog uit te rijden, ondanks het vervoersverbod.

Varkenshouders kunnen kiezen voor verwerking van de mest, maar doordat de verwerkingscapaciteit in het gebied waar het vervoersverbod geldt gering is, moet de mest in de meeste gevallen in de graszode worden geïnjecteerd. Daarbij doet zich weer een nieuw probleem voor. Varkenshouders beschikken vaak niet over personeel dat een injector kan bedienen. Daar moeten loonwerkers aan te pas komen, maar die hebben het de komende weken nog erg druk met het oogsten van snijmais. Als de maisoogst achter de rug is, geldt inmiddels het uitrijverbod. Voor de Gelderse Maatschappij van Landbouw was dat deze week reden om er bij het Landbouwschap op aan te dringen het mogelijk te maken dat de mest nog enkele weken kan worden uitgereden.

Als het uitrijverbod niet wordt opgeschort, zullen de meeste mestkelders van varkenshouders begin volgend jaar vol zijn, verwacht Westra, waardoor naar andere opslagmogelijkheden moet worden gezocht. De mest gaat dan bijvoorbeeld naar mestsilo's in het noorden van het land. Ook dat betekent voor de varkenshouder hogere kosten.