Thaise koning benoemt premier

BANGKOK, 24 SEPT. De Thaise koning Bhumibol Adulyadej heeft gisteren de 54-jarige jurist Chuan Leekpai benoemd tot premier van een coalitieregering bestaande uit vijf partijen, die kan rekenen op 207 van de 360 parlementszetels.

“Ik acht het gepast om meneer Chuan Leekpai toe te vertrouwen het premierschap op zich te nemen”, zo luidde het koninklijk decreet van gisteren, dat met grote spoed van het paleis naar het hoofdkwartier van de Democratische Partij werd gebracht. De kersverse premier nam de boodschap geknield voor een portret van Bhumibol aan. “Ik besef ten volste dat vanaf deze minuut de taak die me te wachten staat groot en grenzeloos is”, zei Chuan tegen een groep juichende aanhangers.

Chuans Democratische Partij kwam bij de verkiezingen van 13 september als grootste uit de bus (79 zetels), hetgeen hem het recht opleverde als eerste een poging te ondernemen tot het vormen van een regering. Samen met de andere drie partijen die zich tegen de militaire invloed op de politiek hadden gekeerd kwamen de Democraten op 185 zetels, maar die kleine meerderheid werd als te krap gezien voor een krachtig beleid. Vandaar dat Chuan de minst gecompromitteerde partij uit het pro-militaire kamp, de Sociale Actie Partij (22 zetels), verzocht aan de regering deel te nemen, een verzoek dat werd gehonoreerd.

Met het aantreden van een democratisch gekozen regering komt - voorlopig - een einde aan de woelige periode in de Thaise politiek die begon in februari 1991 toen de corrupte regering van Chatichai Choonhavan door het leger aan de kant werd gezet. Thailand kreeg een zakenkabinet onder leiding van Anand Panyarachun, dat tot de verkiezingen van maart dit jaar bleef zitten.

Die verkiezingen brachten een overwinning voor de aan het leger gelieerde partijen, die generaal Suchinda Krapayoon naar voren schoven als premier. Suchinda's benoeming leidde in mei tot een golf van protesten van vooral de middenklasse in Bangkok, die genoeg had van de militaire spelletjes en de corruptie. Suchinda liet op de betogers schieten, ten minste 52 werden gedood en enige honderden "verdwenen'. Na ingrijpen van de koning trad Suchinda af en hernam de democratie haar loop. Anand kreeg een tweede kortstondige termijn als waarnemend premier en voerde in die korte tijd verregaande zuiveringen van het leger door.