TAIWANESE REGISSEUR YEH-HUNG-WEI VERFILMT CHINEES VROUWENLEED; De keuze voor het paradijs

Five Girls and a Rope (Wuge nuzi he yigen shengzi). Regie: Yeh Hung-wei. Met: Yang Chieh-mei, Wang Hsiu-ling, Wu Pei-yu, Lu Yuan-chi, Ai Jing. In: Amsterdam, Kriterion; Den Haag, Filmhuis; Rotterdam, 't Venster

Het afgelopen Filmfestival Rotterdam vertoonde twee recente verfilmingen van dezelfde Chinese novelle van Yeh Weilin. De ene heet The Girls to Be Married (Chu jia nü) en is een produktie uit de Volksrepubliek geregisseerd door Wang Jin. De andere, iets later opgenomen versie is de Taiwanese, maar op het vasteland opgenomen film Five Girls and a Rope (Wuge nuzi he yigen shengzi) van de jonge regisseur Yeh Hung-wei (1963). De laatste film won in Rotterdam de Fipresci-prijs van de internationale filmkritiek en is na een succesvolle tournee langs de festivals nu ook in de Nederlandse filmtheaters te zien.

Beide films vertellen tot in details hetzelfde verhaal. Vijf meisjes op het Chinese platteland besluiten zich voor hun huwelijk collectief te verhangen. Het vooruitzicht van een vernederend bestaan als gehuwde vrouw boezemt hen meer weerzin in dan de dood. Bovendien hebben ze van een tovenares gehoord dat een maagdelijk sterven hen in het paradijs kan doen belanden. Daar mogen vrouwen aan tafel meeëten, dienen mannen slechts voor het genoegen van vrouwen en mogen meisjes trouwen wanneer en met wie ze zelf willen. Beide films schilderen zowel de feitelijke zelfmoord als de ervaringen van de vijf meisjes met het wrede lot van andere vrouwen in hun omgeving in indrukwekkende taferelen. Er zijn twee cruciale verschillen: de Chinese film plaatst het verhaal nadrukkelijk in het pre-communistische verleden, terwijl de Taiwanese regisseur de tijd van handeling niet definieert, maar in een persverklaring toelicht dat dergelijke gebeurtenissen in bepaalde streken van China nog steeds plaatsvinden. En de Chinese film heeft een verrassend einde, waarin de nok van de tempel, waar het touw aan bevestigd is, het begeeft. In een epiloog zien we alle vijf de meisjes tijdens hun bruiloft.

Die wrede ironie blijft ons in Five Girls and a Rope bespaard. Yeh gaf zijn film een tamelijk mechanische structuur. De film begint en eindigt met imposante beelden van de vijf in rode bruidskledij gestoken jonge vrouwen, die elkaar moed inspreken voor ze de hand aan zichzelf slaan. De toon is verstild, bijna sereen en toch niet gestileerd. Er is ruimte voor menselijke details, er wordt even gehuild en bescheiden afscheid genomen. De naderende dood is onontkoombaar, als in een noodlotsdrama.

In de kleine twee uur tussen dat magnifieke begin en slot, laat Yeh elk van de vijf een voor hun beslissing relevante episode meemaken. Die vijf korte verhalen zijn botweg na elkaar geplaatst, zonder noemenswaardige poging tot verbinding of cesuur. Het eerste meisje moet ervaren dat haar verzet tegen een naderende uithuwelijking geen zin heeft. De tweede is er getuige van dat het verzoek van haar grootmoeder om op haar zeventigste verjaardag voor een keer bij de mannen aan tafel te mogen zitten, genegeerd wordt. De derde ziet de ontrouw van haar schoonzuster bestraft worden; de overspelige wordt levend begraven, overigens samen met haar minnaar. De vierde maakt mee dat bij een stuitbevalling het leven van haar zuster zonder veel omhaal opgeofferd wordt aan dat van haar kind. De vijfde hoort dat de waanzin van haar tante het gevolg is van verstoting, omdat ze geen zoon heeft gebaard.

Deze opsomming van vrouwenleed is niet alleen tamelijk fantasieloos, maar ook verpletterend. Met groeiende ergernis en weerzin neemt men kennis van een gruwelijke, volstrekt inhumane samenleving. Zelfs de honden zijn hun leven niet zeker in deze hel op aarde; voorafgaand aan een moeilijke bevalling wordt er (onder het prevelen van excuses, weliswaar) alvast een doodgeknuppeld, omdat hondebloed bescherming biedt tegen de boze geesten die een overleden kraamvrouw zou kunnen oproepen.

De eerlijkheid gebiedt toe te geven dat het wrede lot van traditionele Chinese vrouwen filmkijkers niet helemaal vreemd meer is. In Raise the Red Lantern behandelt Zhang Yimou precies hetzelfde thema, bezien door de ogen van de vierde vrouw van een feodale heerser. De gruwelijkheid wordt in die film hanteerbaar door de distantie die Zhang legt in zijn stijl van waarneming. De granieten structuur van een onveranderlijke maatschappij, gesymboliseerd door de onbeweeglijke lokatie van een Chinees landhuis, maakt het kwaad universeel begrijpelijk, zoals bijvoorbeeld Pasolini ook deed in Salò o le 120 giornate di Sodoma. Wanneer een film wandaden van een onaanvaardbaar gehalte anekdotisch uit de doeken doet, sluit de kijker zich af en weigert hij zich te identificeren met slachtoffer of beul. Om diezelfde reden zijn realistische, anekdotische films over vernietigingskampen niet alleen tot mislukken gedoemd, maar ook in zekere zin moreel niet acceptabel.

Het succes van Five Girls and a Rope ligt, zoals wel vaker gebeurt met films, in de herinneringswaarde van een enkel beeld, dat de strekking overzichtelijk samenvat. Als dat beeld dan ook nog eens samenvalt met een eenduidige, plastische titel, dan is de film een hanteerbaar object geworden voor discussie, mondreclame en bespreking in festivaljury's. Voor het gemak verdringt men dan maar de erg lang durende beproeving die de overige scènes betekenden.