Studeren met uitkering kon zo leuk, maar nu niet meer; "Ze vallen van hun stoel als je vertelt dat ze nergens recht op hebben'

Minister Ritzen heeft de duur van de studiefinanciering teruggebracht van zes naar vijf jaar. Studenten met een laag studietempo moeten dus op zoek naar nieuwe bronnen van inkomsten.

Ze heet Ymke, is 31 jaar en studeert niet aan de Letterenfaculteit van de universiteit van Amsterdam. Of eigenlijk studeert ze er wel.

Ymke heeft zich dit jaar niet ingeschreven bij de universiteit omdat ze anders geen uitkering krijgt van de sociale dienst en dus niet zou kunnen studeren.

Toen ze in 1988 haar studie begon, had ze al een lerarenopleiding voltooid en twee jaar als lerares gewerkt. Om in haar levensonderhoud te kunnen voorzien tijdens de studie mocht ze, als oud-HBO'er, nog drie jaar een beroep doen op de studiefinanciering en kreeg ze een beurs.

Drie jaar financiering voor een studie die vier jaar duurt: in haar planning ging Ymke er daarom vanuit dat ze in drie jaar al haar colleges moest zien af te ronden en dat ze zich zou inschrijven als extraneus (die geen colleges mag volgen) voor het resterende jaar. Daarbij zou ze een RWW-uitkering aanvragen. Voor studenten in Amsterdam geen ongebruikelijke route.

De universiteit van Amsterdam telde 27.722 studenten voor het cursusjaar 1991-1992. Daarnaast schreven zich 1.310 personen in als auditor en 2.370 als extraneus (spreek uit: extrá-ne-us). Een auditor kan en mag alles wat een gewone student mag, heeft alleen geen recht meer op studiefinanciering. Hij of zij kan wel een beroep doen op ondersteuning uit het auditorenfonds van de universiteit. De auditor moet dan kunnen aantonen dat hij met reden vertraagd is in zijn studie. De ene universiteit hanteert een wat ruimer begrip van studievertraging dan de andere. Zoals studentendecaan J. Meerburg van de universiteit van Amsterdam zegt: ""Er is altijd wel een verbroken relatie, er is altijd wel een ouder ziek.''

Als decaan ziet Meerburg de geldzorgen van studenten vaak het eerst. Bij de balie van het Informatiecentrum van de Dienst Studentenzaken en -welzijn waar zij werkt, zitten zo'n twintig mensen in de wachtkamer. ""Tientallen per dag'', schat ze, zeker in de maanden rond de zomervakantie als studenten hun zaken moeten regelen.

Voor de studenten wier inschrijvingsduur is verstreken, hebben de decanen een aantal opties. Het auditorenfonds is al genoemd. Een student kan ook een commerciële lening afsluiten. Elke universiteit heeft een afspraak met een van de banken, waarbij zij de bank garandeert dat de betreffende student binnen een jaar zijn studie voltooit. Een student kan "uiteraard' (aldus een folder van de universiteit van Amsterdam) met een baantje in zijn eigen onderhoud voorzien. Maar hij kan zich ook inschrijven als extraneus.

Voordelen

Die laatste optie biedt beduidende voordelen. Colleges lopen en scriptiebegeleiding zijn de extraneus weliswaar verboden, hij mag alleen examens afleggen. Hij heeft evenmin recht op studiefinanciering, maar de extraneus studeert op eigen gelegenheid en is dus in principe heus 38 uur per week beschikbaar voor de arbeidsmarkt. Wat ligt meer voor de hand dan een bezoek aan de plaatselijke sociale dienst en verzoeken om een uitkering? Die is bijna twee keer zo veel waard als een basisbeurs en er hoeft niets van terugbetaald te worden.

Ymke had na de haar resterende drie jaar weliswaar al haar colleges met goed resultaat afgerond, toch moest ze aan het begin van cursusjaar 1991-1992 maar liefst nog 63 studiepunten halen, zonder studiefinanciering. De norm voor haar studierichting is 42 studiepunten per jaar. Zou de sociale dienst geloven dat ze 38 uur per week beschikbaar was voor de arbeidsmarkt?

Geen punt, beloofde haar studentendecaan (niet Meerburg). Die uitkering zou ze krijgen. De sociale dienst in Amsterdam verlangde dat Ymke haar studieresultaten zou overleggen en een verklaring van de universiteit dat ze binnen een jaar zou afstuderen. Van haar mentor kreeg Ymke een aangepaste studieprognose mee: zogenaamd hoefde ze nog slechts 42 studiepunten te halen. Na enige aarzeling ging de ambtenaar akkoord. Ymke, in praktijk een voltijd-studente, kreeg een RWW-uitkering.

Studentendecaan Meerburg kent deze praktijk: ""Er is een categorie studenten met een uitgebreid studieprogramma die zich als extraneus inschrijft. Die mensen zitten de hele dag te studeren.''

En docenten zijn kennelijk bereid deze verkapte studenten te begeleiden, hoewel een extraneus officieel geen gebruik mag maken van hun diensten. Amsterdam is, volgens Meerburg en niet alleen volgens haar, een soepele stad. Zowel wat betreft de houding van de decanen - die behartigen eerst en vooral de belangen van de student, auditor of extraneus - als wat betreft de houding van de sociale dienst.

Daarom kent Amsterdam naar verhouding ook zoveel extraneï. De Katholieke universiteit Brabant in Tilburg bijvoorbeeld telt 7.820 studenten en daarnaast 450 audtitoren en maar 250 extraneï. ""Het verbaast me niet'', zegt decaan W. Meeuwesen. Op zijn universiteit wordt de extraneus-die-eigenlijk-gewoon-student-is niet getolereerd. Docenten begeleiden hen dus ook niet - ""Een kwestie van mentaliteit''.

Bovendien is de sociale dienst in Tilburg bepaald kieskeurig welke extraneus een uitkering krijgt. Iemand die "het voornemen heeft de studie voort te zetten', is naar zijn regels niet beschikbaar voor de arbeidsmarkt. Wat Meeuwesen opvalt is dat studenten die op de mogelijkheid wordt gewezen om een lening bij een commerciële bank af te sluiten, plotseling wel aan geld kunnen komen. Van hun ouders of uit een bijbaantje. Je moet hun de gang naar de sociale dienst dus vooral niet te makkelijk maken.

W. van der Poel van de sociale dienst in Leiden is nog beslister: ""Wij verlenen nooit een uitkering aan extraneï.'' Juist omdat Leiden zo'n echte studentenstad is, zegt hij, is de sociale dienst zo streng. Als iemand zijn studie heeft afgebroken en een uitkering aanvraagt, moet hij zelfs een verklaring ondertekenen dat hij niet meer gaat studeren.

Studentendecaan L. Engel van de rijksuniversiteit Leiden is al even onvermurwbaar als de sociale dienst van zijn stad. Zijn universiteit telde in 1991-1992, op 16.783 studenten, zo'n 900 extraneï - volgens hem vooral studenten die hun propaedeuse niet hebben gehaald en dus na twee jaar studeren geen beurs meer krijgen. Deze mensen kloppen dan bij hem aan (""het zijn meestal juristen'') en vragen ongelovig: ""Is het mogelijk dat ik op geen enkele financiële ondersteuning meer aanspraak kan maken?'' Kan het, bedoelen ze, dat in de verzorgingsstaat Nederland anno 1992 geen loket meer voor hen openstaat? Engel: ""Als ik dan rustig "nee' zeg, vallen ze van hun stoel.''

Loketten dicht

Ook in Groningen, toch bekend als een tamelijk studentvriendelijke stad, gaan de loketten dicht of op een kier. Van de 633 extraneï die de Rijksuniversiteit Groningen telt (op 19.500 studenten) krijgen er "vrij veel' een uitkering, aldus studentendecaan H. Meijer. ""Maar vroeger'', zegt N. Beets van de sociale dienst, ""gaven wij zelfs uitkeringen aan voltijd-studenten onder het motto dat ze zo hun kansen op de arbeidsmarkt konden verbeteren.''

Een boze richtlijn van het ministerie van sociale zaken heeft daar zo'n anderhalf jaar geleden een eind aan gemaakt. De gangbare praktijk was dat de student, nadat zijn studiebeurs was verlopen, een sociale uitkering kreeg die hoger was dan zijn beurs. Beets ziet de student die aanklopt bij de sociale dienst nadrukkelijk als "calculerende burger': ""De kansen liggen er bij de sociale dienst.'' En de dienst heeft zich voorgenomen die kansen te minimaliseren.

Dus wordt ook die kier dichtgestopt, voorspelt beleidsmedewerker A. Mulder van de sociale dienst in Amsterdam. ""Men is wakker op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid'', dreigt hij. ""Daar zitten ze heus niet te juichen dat ze een deel van de klanten van Onderwijs overnemen.'' Het ministerie weigert te fungeren als opvangnet voor luie studenten.

Een woordvoerder van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bevestigt dat zijn ministerie bezig is ""in kaart te brengen wat er aan de hand is''. Het Amsterdamse bureau Regioplan heeft in opdracht van het ministerie de bestanden van zeventien sociale diensten in het hele land vergeleken met die van de Centrale Registratie Inschrijvingen van de Informatiseringsbank. Onderzoeker R.C. van Waveren van Regioplan mag nog niets zeggen over de resultaten. Bij het onderzoek werden drie varianten onderscheiden in de "samenloopgevallen': de rechtmatige variant, mensen die een avond- of weekendstudie volgen. De lokaal geaccepteerde variant - zoals Ymke - waarvan het onduidelijk is of dat nu mag of niet. En de strikt onrechtmatige variant, mensen die zich doodleuk als student inschrijven en een uitkering aanvragen.

Sofi-nummer

Mulder laat zich ontvallen dat hij de voorlopige cijfers van Regioplan heeft gezien. Er zijn teveel studenten die leunen op de sociale dienst, is zijn conclusie: ""Wij fungeren gewoon als tweede mogelijkheid voor de studenten''. Per 1 september kunnen de sociale diensten gebruik maken van het sofi-nummer om zelf hun bestanden te vergelijken met die van andere instellingen.

Ymke is alweer een stap verder en voor de sociale dienst een nog moeilijker vast te pinnen geval. Na een jaar als extraneus-met-uitkering heeft ze zich niet meer ingeschreven voor het studiejaar 1992-1993. Ze moet nog altijd 34 studiepunten halen. Ondershands heeft de docent die haar scriptie uiteindelijk zal beoordelen, beloofd dat hij haar ook wil begeleiden.

Ymke heeft inmiddels een woud van papier van de diverse instanties op haar bureau en een totale studieschuld van tegen de 20.000 gulden, maar ze is optimistisch. September 1993 zal ze zich voor het laatst, als extraneus, inschrijven bij de universiteit om haar doctoraalexamen af te leggen. Daarna kan de grote schuldaflossing beginnen.