"Sommigen hebben de puf niet om zich voor iets te interesseren'

Geen cijfers, geen rapporten, geen straf en huiswerk alleen op eigen verzoek. Op de Leef-werkschool Eigenwijs in Nijmegen heerst geen leerplicht, maar leerrecht. Leerlingen heten er jongeren en ze bepalen zelf wat ze willen leren en in welk tempo. Wat de 36 jongens en meisjes van Eigenwijs gemeen hebben is dat ze zijn afgeknapt op het gewone onderwijs. Ze dreigden van het VWO en de HAVO omlaag te tuimelen naar de MAVO, het LBO of het randgroepenwezen. Niet omdat het niveau te hoog gegrepen was, maar omdat ze hun draai niet konden vinden in het schoolsysteem.

"Ik zat in 4 VWO', vertelt Akkie (18), "en toen stokte het waanzinnig. Ik droomde dat ik de school ging opblazen en de leraren met kettingen te lijf wilde gaan.' Het constant liegen en smoezen ophangen deed haar tenslotte de das om. Toen ze bleef zitten kapte ze helemaal met school. Ze kon er niet meer tegen: alleen al de aanblik van die dertig tafeltjes die allemaal één kant opstaan stemde haar diep treurig. Ook Remy (15) liep vast in een "systeem van onredelijke regels'. Hij negeerde ze gewoon, maar dat bracht hem in conflict met de schoolleiding. "Ik deed niets meer en kwam op het laatst niet meer op school. Ze hebben me toen in de computer gegooid en daar kwam Eigenwijs uit.'

Leef-werkschool Eigenwijs is gevestigd in een afgedankte kleuterschool en de rommelige sfeer van lege koffiekopjes, volle asbakken en nooit afgemaakte muurschilderingen doet de jaren zeventig weer geheel tot leven komen. Dat geldt evenzeer voor het idealisme waarmee de school gedreven wordt. Berni Drop, een van coördinatrices van Eigenwijs, schaamt zich er niet voor het woord "bezieling' in de mond te nemen en te concluderen dat het lesgeven "een voortdurende dialoog' moet zijn. "Het kind dient zich niet naar de school te vormen, maar de school moet zich richten op de behoefte van het kind.'

Zelf was Berni nooit zo rebels op school, maar ze is wel altijd heftig verontwaardigd geweest over de "smoezencultuur' die op scholen heerste. "Op Eigenwijs wordt juist gestimuleerd dat jongeren eerlijk zijn. Als ze een rotbui hebben of niet uit hun bed kunnen komen is er niemand die ze verplicht naar school te komen. Als ze maar wel afbellen, want dat is een kwestie van fatsoen', vindt Berni Drop. De school, die nu haar tiende jaar in gaat, draait voor het overgrote deel op vrijwilligers. Sinds drie jaar wordt er door de gemeente Nijmegen een arbeidsplaats van veertig uur gesubsidieerd, die over twee medewerkers is verdeeld. De groep vrijwilligers bestaat uit studenten en werklozen, maar er zitten ook leerkrachten tussen die een baan in het reguliere onderwijs hebben en bij Eigenwijs een prettig soort tegenwicht vinden.

"Een bepaalde categorie jongeren functioneert niet binnen de massale onderwijsfabrieken', is de ervaring van Berni Drop. "Ze zijn autoriteitsgevoelig en kunnen het nut niet inzien van de schoolregels en de dingen die ze moeten leren.'

Ze vallen stelselmatig buiten de boot, want ze horen doorgaans niet tot de bekende achterstandsgroepen. Ze zijn intelligent genoeg om VWO of HAVO te halen. Eigenwijs heeft een minimum aan regels, "het allerminste waarop een school kan draaien', vindt Akki en ze realiseert zich dat de school daardoor heel kwetsbaar is. "Als je niet komt opdagen schop je de poten onder het lijf van die vrijwilliger uit.' Remy beaamt dat: "Wij moeten er voor zorgen dat ze het leuk blijven vinden om ons les te geven.'

"We kennen hier geen hiërarchie', zegt Berni Drop, "er heerst gelijkwaardigheid tussen de jongeren en de medewerkers. We gaan op basis van afspraken met elkaar om. Zij bepalen zelf welke vakken ze willen volgen en het kan dus voorkomen dat iemand met wiskunde op het niveau van 5 VWO zit en met aardrijkskunde nog niet verder is dan een tweedeklasser.' Jongeren zijn de laatste jaren heel wat doelgerichter geworden, valt Berni op, "ze willen per se dat papiertje hebben.'

Twee keer per week wordt er aan een project gewerkt, eigenlijk het enige onderdeel van Eigenwijs dat verplicht is. De projecten kunnen variëren van muziekinstrumenten maken en de tuin opknappen tot het bedenken van een levensspel. Ze zijn belangrijk om interesses te ontwikkelen, maar ook om te leren luisteren naar elkaar, iets te leren afmaken en verantwoordelijkheid met anderen te delen. "Vaak moeten we er flink aan trekken en duwen', erkent Berni Drop. "Sommigen hebben gewoon de puf niet om zich voor iets te interesseren. Het kost veel tijd en veel energie, maar er zijn altijd jongeren die uit dat dal komen en helemaal opbloeien. Daar doen we het voor. Door het individuele contact zie je de mens achter zo'n strontvervelende zeiker. Als je voor een klas met dertig kinderen staat, lukt je dat nooit.'