Sereen debat over een groot conflict

AMSTERDAM, 24 SEPT. Onmacht en verontwaardiging golfden gisteravond in gelijke mate door de Beurs van Berlage tijdens een debat over Joegoslavië. Onder de titel "Volk en Vaderland' betraden tal van publicisten, politici en wetenschappers het sprekersgestoelte om na drie uur debatteren tot een conclusie te komen die eigenlijk al van tevoren vaststond: het is heel erg, maar we kunnen er niets aan doen.

Het debat over de burgeroorlog op de Balkan verliep in een, voor zo'n groot conflict, serene rust. Er waren geen spandoeken of leuzen te zien en geen aanklachten te horen: ingetogen woede over het geweld zette de toon. De voordrachten waren soms prikkelend, vaak studieus, en leverden meer vragen dan antwoorden op. Is de Servische leider Milosevic een oorlogsmisdadiger, zijn de Kroaten verkapte fascisten, heeft Genscher dubbel spel gespeeld of heeft Van den Broek de bijnaam "Broeka' (schlemiel, halvegare) die hij in Servië heeft gekregen eer aangedaan? Niemand durfde stellige waarheden te verkondigen: op de Balkan woedt een conflict met veel schuldigen en nog meer slachtoffers, in een land dat ooit als bakermat van het arbeiderszelfbestuur werd gezien. “Over Joegoslavië mocht je toch nooit een lelijk woord zeggen”, verzuchtte M. Broekmeijer, ex-hoogleraar aan het Europa-instituut in Amsterdam die al in 1985 een boekje publiceerde onder de titel: Joegoslavië in crisis.

Voor een emotioneel intermezzo zorgde Volkskrant-redactrice A. Bleich die een oproep deed “zoveel militairen als nodig naar ex-Joegoslavië te sturen”. De politici, zo meende zij, tonen een laf gedrag. De aantallen militairen die op de Balkan nodig zijn om een einde aan het conflict te maken liepen in de loop van haar betoog op van 15.000, 45.000, 75.000 tot 400.000: even leek het beursgebouw een veiling van vredestroepen. Het CDA-Tweede-Kamerlid J. de Hoop Scheffer stelde tegenover de vrijblijvendheid van de publicist het dilemma van de politicus: “Ik hoop dat Bleich ook naast me staat als er dan soldaten in lijkenzakken terugkomen”.

M.J. Faber, ooit leider van de vredesbeweging die honderdduizenden op het Amsterdamse Museumplein wist te krijgen tegen de Amerikaanse kruisraketten, schetste de onmacht van de vredesbeweging. Volgens hem is het wenselijk, maar niet waarschijnlijk dat er weer zo'n massale beweging ontstaat voor vrede in Joegoslavië. “Dat was toch een andere tijd, dat waren andere problemen. Het irriteert me dat sommige mensen denken dat we de jaren tachtig weer kunnen overdoen. In dit conflict zijn we geen participanten, bij de kruisraketten wél”. Vrijwel elke spreker etaleerde de onmacht om iets te doen aan het conflict. De publicisten K. Koch en P. Scheffer wezen met de verwijtende vinger naar Europa dat niet in staat is de strijd te beëindigen. “Europa doet nu niet meer dan het verzachten van het lijden dat de agressie veroorzaakt”, aldus Koch die pleitte voor een interventie. Volgens Scheffer heeft Joegoslavië “Europa overvraagd” en is de EG niet bij machte om conflicten in Europa te beëindigen. “Europa is een beweging zonder doel, Maastricht is een sprong voorwaarts die grotendeels is mislukt”. Staatssecretaris Dankert, die als internationaal secretaris van de PvdA ooit de woelige demonstraties tegen de Vietnam-oorlog meemaakte, schetste daarop de smalle marges van de Europese politiek op de Balkan. “We zijn tegen een militaire interventie en zoeken bondgenoten om konvooien te beschermen”.

De onmacht en frustratie over Joegoslavië zijn volgens H. Beunders, hoogleraar maatschappijwetenschappen in Rotterdam, terug te voeren op het wereldbeeld dat na de val van de Berlijnse Muur is gebroken. Het overzicht dat de Koude Oorlog bracht, het zwart-wit schema is verdwenen. “De scheiding tussen goed en kwaad is weggevallen, de culturele waarden worden in twijfel getrokken. De tijd van gratis engagement, van een popconcert voor Ethiopië en een demonstratie op het Museumplein is voorbij”. In Sarajevo wordt volgens hem “het symbool van de multi-culturele samenleving” aan stukken geschoten. Beunders raakte daarmee de gevoelige snaar, de zaal reageerde met gemor: “de opwinding in Nederland is zo groot omdat wij het idee van ónze multi-culturele samenleving dáár willen laten zegevieren”.