Nostalgie

Vroeger was het altijd leuker. Speelt nostalgie de critici van de Haagse politiek ook parten? De Miljoenennota die het kabinet vorige week presenteerde heeft, afgezien van de twee regeringsfracties, bijna overal een uiterst lauwe ontvangst gekregen.

De teneur van de krantecommentaren was over het algemeen dat de boekhouding dan wel in orde was, bravo, maar dat er verder geen enkele bezieling in de stukken was te vinden. Grijs, kleurloos, ongeïnspireerd en mat, waren de trefwoorden. Bovendien werd in nogal wat stukken die naar aanleiding van de Miljoenennota en Troonrede verschenen, nog maar eens gewezen op de groeiende kloof tussen burgers en bestuur.

Afgelopen zaterdag kwam de wetenschap tegen deze "anti-stemming' in het geweer. In de Volkskrant schreef Kees van Kersbergen, verbonden aan de vakgroep politicologie en bestuurskunde van de Vrije Universiteit in Amsterdam, een vlammend stuk tegen de heersende opvattingen in de Haagse journalistiek: “Het veronderstelde politieke cynisme van de Nederlandse burger is voor een groot deel de projectie van een smaakmakende en commentaar leverende intellectuele elite die opgroeide in de jaren zestig, carrière maakte in de verheerlijkte jaren zeventig en zich nu geconfronteerd ziet met een frustrerend gebrek aan tegenstellingen, visies en idealen.” Dezelfde dag schreef Henri Beunders, hoogleraar maatschappijgeschiedenis aan de Erusmus Universteit in Rotterdam in deze krant over hetzelfde onderwerp: “Voor het gros van de bevolking zijn dezelfde zaken nog even belangrijk als vroeger: gezin, gezondheid, baan, auto, vakantie. Velen mogen gebrek aan oriëntatie voelen, maar het vacuüm dat hier zo hevig wordt betreurd is vooral het vacuüm van links.”

Stellen we, verblind door de jaren zeventig, teveel eisen aan de huidige generatie politici? Misschien. Voor een deel hebben Van Kersbergen en Beunders met hun kritiek gewoon gelijk. De meeste journalisten die het kabinet-Den Uyl hebben meegemaakt, kunnen niet echt opgewonden raken van de verrichtingen van het huidige kabinet. Hetzelfde geldt trouwens voor de Kamerleden die de roaring seventies uit de groene bankjes hebben meebeleefd. Maar is dat omdat “politieke patjepeeërs, parvenu's en parasieten” het tegenwoordig in Den Haag voor het zeggen hebben zoals de binnenkort uit Den Haag vertrekkende Volkskrant journalist Jan Tromp vorige week schreef? Nee natuurlijk. Er is de afgelopen vijftien jaar zoveel veranderd dat zelfs als de "idolen van toen' er nog allemaal zaten, zelfs als de oude vergaderzaal er nog was, het aanzienlijk minder sprankelend zou zijn. De scheidslijnen tussen links en rechts zijn vervaagd, de mondialisering maakte Brussel belangrijker en tegelijkertijd zorgde een andere maatschappelijke trend ervoor dat Haags beleid werd gedecentraliseerd. Het is voor sommigen even wennen maar Den Haag is niet meer het middelpunt van de samenleving, en de perskamer in de Tweede Kamer dus ook niet meer. Het ultieme banenplan van Den Uyl liet zich nu eenmaal makkelijker beschrijven dan het project sociale vernieuwing waarvan de uitvoering vooral aan gemeenten wordt overgelaten.

Maar betekent de "tijdgeest' nu een vrijbrief voor de huidige politici om het politieke debat volledig te mijden? De kritiek is niet dat er geen debat meer over vermogensaanwasdeling, ondernemingsraden, centen versus procenten of plaatsing van kruisraketten wordt gevoerd. Het probleem is dat er helemaal niet meer wordt gedebatteerd omdat onderwerpen òf in verband met een regeerakkoord voor vier jaar onbespreekbaar zijn gemaakt, òf worden gedepolitiseerd, of in verband met de politieke gevoeligheid worden doorverwezen naar externe adviescommissies. Politieke keuzes verdwijnen achter een horizon van cijfermatige exercities, waardoor degene die beschikt over de jongste uitdraai van het Centraal Planbureau het meeste gelijk heeft. De waarneming van een cynische buitenstaander? “De vervreemding die is ontstaan tussen burger en overheid, tussen electoraat en politiek heeft mijns inziens alles te maken met de vertechnisering van het publieke debat en het politieke discours”, aldus minister Hirsch Ballin afgelopen vrijdag tijdens een discussiebijenkomst in De Balie (zie de pagina hiernaast).

In feite maakt de ruiterlijke erkenning van politici dat er wat "mis' is het allemaal nog erger. Het probleem wordt erkend, maar niet opgelost. PvdA-fractievoorzitter Wöltgens pleitte twee jaar geleden in een opzienbarende rede voor de Technische Universiteit Eindhoven voor “de terugkeer van de politiek”. Want het begon er volgens hem op te lijken dat de politiek alleen nog maar goed was “om de uitkomst te bevestigen die voorgekookt is door ambtelijke en maatschappelijke groeperingen.” Maar wat heeft Wöltgens de afgelopen twee jaar gedaan om het primaat van de politiek te heroveren? De discussie over staatsrechtelijke en bestuurlijke vernieuwing, gestart door de fractievoorzitters van de grote partijen, is voorlopig uitbesteed aan externe maar natuurlijk wel partijgebonden commissies, er kon pas over de WAO worden gesproken nadat de sociaal-economische raad advies had uitgebracht, en het minderhedendebat mocht van hem alleen worden gevoerd op voorwaarde dat het boeken van politiek gewin taboe zou zijn. CDA-fractievoorzitter Brinkman klaagde ruim een jaar geleden in de Volkskrant dat zijn ervaring was dat “we hoe langer hoe meer onder druk van de procedures de ideeën eruit hebben gehaald. Ik doel niet op het verhevene, ik bedoel de ideeën van alledag: er moet kustverdediging zijn, er moet Frans geleerd worden op school, noem maar op. Ik houd van concrete politiek. De politiek moet vooral concreet zijn. Zeg waar je voor bent of tegen.” Wie met die uitspraak in het achterhoofd vervolgens de bijdrage van Brinkman in het onlangs verschenen CDA-jaarboek leest, gaat aan zichzelf twijfelen. Van alles wordt er opgeworpen om te worden 'bestudeerd' en 'doordacht' (“Zijn we in staat wereldwijde milieu-inspanningen te concretiseren?”), maar keuzes blijven uit.

De politiek die de mond zo vol heeft van stroperigheid, hanteert zelf de strooplepel nog het meest. Het oplaten van proefballonnen en het afschieten van natte vuurpijlen, liefst op plekken buiten Den Haag, hebben het politieke debat verdrongen. Onderwerpen zijn er ook in deze geontideologiseerde tijd genoeg, maar de durf om een debat door te zetten is afwezig. Tenzij de politiek vindt dat mensen die zo gelukkig zijn met gezin, gezondheid, baan, auto, en vakantie niet vermoeid moeten worden. Ook dat is een keuze. Maakten ze haar maar eens hardop.