Natuurrampen

Geografie. Maandblad, verschijnt tien keer per jaar, waarvan vier keer als Geografie Educatief. Uitgever het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG). Geografie is bedoeld voor alle geografen; Geografie Educatief is er vooral voor aardrijkskundedocenten. Jaarabonnement (inclusief KNAG-lidmaatschap) ƒ 105 per tijdschrift. ƒ 150,- voor beide tijdschriften. KNAG, Postbus 80123, 3508 TC Utrecht.

Vorige maand raasde de orkaan Andrew over het zuiden van de Verenigde Staten. De materiële schade liep in de miljarden, maar het aantal doden was gering. In april vorig jaar veroorzaakte de tyfoon Gorky in Bangladesh een schade van (officieel) slechts 80 miljoen dollar, maar 140.000 mensen vonden de dood, terwijl 10 miljoen mensen dakloos werden.

Het is een normaal patroon bij natuurrampen: de doden vallen in de ontwikkelingslanden, de rijke landen lijden de meeste materiële schade. Of zoals Pim Beukenkamp in het septembernummer Geografie Educatief, dat aan natuurrampen gewijd is, schrijft: "De armen betalen met hun leven, de rijken met hun geld'.

Geen enkele natuurramp is volledig natuurlijk. Altijd speelt de mens een rol, soms bij de oorzaken meestal bij de omvang van de gevolgen. Natuurrampen, schrijft Edwin Koopman, openbaren maatschappelijke problemen. In Bangladesh kopen de rijkere boeren de hogere gronden, de armen moeten op de lagere stukken een bestaan opbouwen. Als er overstromingen zijn, worden zij het ergste getroffen. Bij de aardbeving in Mexico-stad in 1985 vielen verreweg de meeste doden in de arme wijken omdat de mensen daar dicht op elkaar gepakt woonden (en wonen) in slechte huizen. Koopman pleit ervoor dat niet alleen natuurwetenschappers en technici zich met natuurrampen bezighouden, maar ook sociale wetenschappers. Rampenbestrijding is volgens hem ook "het rechttrekken van scheefgegroeide maatschappelijke verhoudingen die de gevoeligheid van mensen en milieu vergroten'. Betere huizen bouwen na een aardbeving moet gepaard gaan met werkgelegenheidsprojecten zodat mensen geld kunnen verdienen om hun huizen te onderhouden. Dijken aanleggen in Bangladesh heeft pas zin als arme boeren ook mogelijkheden krijgen op het ingedijkte land te blijven wonen. Anders kopen rijke boeren die gronden op en worden de armen weer verdreven aar de kwetsbare gebieden.

Het is jammer dat er in dit verband niet uitgebreider wordt ingegaan op het Flood Action Plan (FAP) in Bangladesh waar Nederland een vooraanstaande rol in vervult. Met megadijken en polders wil men de machtige Bengaalse rivieren, waarmee vergeleken onze rivieren kleine stroompjes zijn, temmen. Critici van het FAP noemen het "een nieuwe natuuramp in de maak' omdat het plan onvoldoende uitgaat van de belangen van de kleine en landloze boeren.

Het aantal slachtoffers van wat we ten onrechte natuurrampen blijven noemen, is de laatste decennia sterk gestegen. In de jaren zeventig verzesvoudigde het aantal slachtoffers ten opzichte van de jaren zestig en in de jaren tachtig steeg dat aantal verder (concrete getallen noemt het blad echter niet). Daarom hebben de Verenigde Naties de jaren negentig uitgeroepen tot de International Hazard Decade for Natural Disaster Reduction. Het programma is gericht op het verminderen van de effecten van natuurrampen. Bijvoorbeeld door minder nederzettingen te bouwen op gevaarlijke plaatsen.

In Zwitserland en Oostenrijk maakt men in dat kader veel werk van gevarenzoneringskaarten. In ontwikkelingslanden worden die hier en daar ook gemaakt, maar zij kunnen veel armen er niet van weerhouden een huisje te bouwen op instabiele hellingen en laaggelegen gebieden met een hoog overstromingsrisico. Waarschuwingssystemen voor voorspelbaar natuurgeweld als orkanen kunnen het aantal slachtoffers reduceren. In de Verenigde Staten, Japan en China blijken die prima te werken, maar op de Filipijnen en in Bangladesh veel minder. Enerzijds omdat de orkanen daar veel dichterbij onstaan en de waarschuwingstijd korter is, maar anderzijds omdat de slachtoffers, ondanks waarschuwingen, het weinige dat ze bezitten niet willen achterlaten.

Alle soorten natuurrampen komen aan bod: aardbevingen, aardverschuivingen, vulkaanuitbarstingen (auteur Henk Helmers legt opmerkelijke verbanden tussen de zwavelrijke erupties van de Mexicaanse vulkaan El Chicon in 1982 en onze laatste twee elfstedentochten en tussen de uitbarstingen van de Hekla op IJsland in 1783 en de Franse Revolutie in 1789!), orkanen en droogtes. Daarnaast is aandacht besteed aan rampenpreventie en -bestrijding. De leesbaarheid van de artikelen wisselt. Sommige artikelen (vooral die van universitaire medewerkers) lijken nog te veel op college-uittreksels of met vaktermen volgestouwde leerboekteksten. Andere auteurs hebben duidelijk meer schrijfervaring.

Geografie ontstond begin dit jaar uit het GeografischTijdschrift en de Nieuwe Geografenkrant. Met beide tijdschriften ging het al jaren bergafwaarts. Het eerste zag er saai uit, was slecht leesbaar en werd vooral volgeschreven (en gelezen) door wetenschappers. Het tweede zag er veel aantrekkelijker uit, maar werd steeds inhoudslozer. Het nieuwe blad begint er steeds aardiger in te slagen aantrekkelijkheid en leesbaarheid te combineren met inhoudelijke diepgang. Eerder dit jaar verschenen aardige nummers over "oude industriegebieden', "de rand van Europa', "toerisme', "Spanje 1992', "omgevingsonderwijs' en "de nieuwe wereld'. Niet alleen voor geografen maar ook voor de talrijke Nederlandse lezers van bladen als het Amerikaanse National Geographic, het Duits-Franse Geo of het Engelse Geographical Magazine kan Geografie een aardig blad worden, ook al is het binnenwerk in zwart-wit uitgevoerd. De koppeling van abonnementen aan een KNAG-lidmaatschap moet dan wel worden losgelaten.