Militair pact tussen Bosniëen Kroatië

NEW YORK, 24 SEPT. De presidenten van Kroatië en Bosnië-Herzegovina, Franjo Tudjman en Alia Izetbegovic, hebben gisteren in New York een “wederzijds zelfverdedigingspact” gesloten. Verder heeft Tudjman gisteren aangekondigd geen prijs te stellen op een verlenging van het mandaat van de VN-troepen in zijn land; dat mandaat loopt op 1 maart volgend jaar af.

Tudjman en Izetbegovic zetten hun handtekening onder een akkoord, dat neerkomt op een uitbreiding van het militaire samenwerkingsverdrag van 9 juli. Dat akkoord sloeg vooral op militaire samenwerking bij de verdediging van de grensgebieden van Kroatië en Bosnië. Het nieuwe akkoord gaat verder; het voorziet in militaire samenwerking op het hele grondgebied van beide landen en in de vorming van een gezamenlijke commissie, die de militaire samenwerking coördineert “totdat de agressie volledig tot staan is gebracht”, zoals het in het verdrag heet. (AP)

Een onzer redacteuren voegt hieraan toe:

Tudjmans aankondiging dat Kroatië per 1 maart de VN-troepen (Unprofor) wil zien vertrekken, betekent vermoedelijk dat het Kroatische leger de door de Serviërs veroverde en door Unprofor gecontroleerde gebieden wil heroveren op de Servische vrijwilligerseenheden, die er nu de dienst uitmaken. Meer nog dan de regerende partij in Kroatië, de HDZ, die altijd gezworen heeft “geen centimeter grond” aan het autonomiestreven van de Servische minderheid te willen opgeven, zijn grote delen van de publieke opinie in Kroatië geporteerd voor herovering van de Servische gebieden. De afgelopen weken worden handtekeningenacties onder Kroatische vluchtelingen uit deze gebieden gehouden, waarbij de verdrevenen zweren op eigen kracht naar hun woonplaats te zullen terugkeren, ook als Unprofor een terugkeer niet kan begeleiden. De VN-eenheden zijn daartoe tot nu toe niet in staat, mede door tegenwerking van de Servische milities ter plaatse, die de afgelopen maanden eerder zijn doorgegaan met het "etnisch zuiveren' van deze gebieden.

Een heroveringspoging van de Kroaten is niet kansloos. Anders dan in 1991, toen de Kroaten nauwelijks voorbereid waren op de oorlog, is het Kroatische leger inmiddels een goed geoliede machine en ook goed bewapend, in weerwil van het wapenembargo tegen Joegoslavië. Bovendien heeft het Joegoslavische leger, dat vorig jaar de voornaamste kracht was van de Servische minderheid in Kroatië, inmiddels zijn handen afgetrokken van de Servische gebieden in Kroatië en Bosnië-Herzegovina. Ernstig verzwakt door de voor zijn commandanten teleurstellend verlopen oorlog tot nu toe en de internationale sancties tegen Servië en Montenegro, lijkt het Joegoslavische leger ook nauwelijks in staat de strijd in Kroatië nogmaals aan te gaan.