Meteen al twee prijzen uitgereikt aan cineast Niek Koppen en bestuurder J. van Taalingen; Filmdagen geopend in rood-wit-blauwe sfeer

UTRECHT, 24 SEPT. Te midden van een decor van enorme kaasblokjes met rood-wit-blauwe vlaggetjes werd gisteren in Utrecht de twaalfde editie van de Nederlandse Filmdagen geopend. Twee van de vele prijzen van dit festival gingen er de eerste avond al uit: de prijs van de stad Utrecht voor Niek Koppens eerder dit jaar in de bioscoop uitgebrachte documentaire Siki, en een speciaal door het bestuur van de Filmdagen ingesteld Gouden Kalf voor J.Th. van Taalingen, de secretaris van het binnenkort op te heffen Productiefonds voor de Nederlandse Film en voormalig directeur van de Nederlandse Bioscoopbond.

Het erg lang uitgevallen dankwoord van de prijswinnaar paste goed bij het familiekarakter van de avond. Op het programma stond immers ook de korte film Gezellig van Joost Wieman, het tragikomische verslag van de verjaardag van een moeder (Mimi Kok), die vlak voordat de eerste visite arriveert, constateert dat haar man voor de televisie de laatste adem heeft uitgeblazen: net nu alles in huis is en de kinderen allemaal bij elkaar komen. Ze zet de overledene een zonnebril op en besluit ze het gezellig te houden. Een voor een ontdekken de gasten de gruwelijke waarheid, maar niemand wil moeders verjaardag verpesten. Wieman schiet raak in open doel met een voor de hand liggende zwarte komedie, die vermaak biedt en de juiste toon zet voor zo'n Hollands filmavondje.

De vergelijking met de eveneens weinig vitale Nederlandse filmcultuur dringt zich op. Het zou ook ongezellig zijn om tijdens de Nederlandse Filmdagen al te nadrukkelijk stil te staan bij die gezondheidsproblemen. Gelukkig lijkt het met de kwaliteit van de premières van dit jaar mee te gaan vallen. Grensverleggende of opzienbarende nieuwe films zijn misschien niet te verwachten, maar op grond van de aan de Filmdagen voorafgaande persvoorstellingen en het vertoonde op de eerste avond valt er veel aardigs te verwachten, vooral in de afdeling korte films en documentaires. De spreekwoordelijke knulligheid van zo menige vaderlandse speelfilm maakt steeds meer plaats voor bescheiden pogingen de realiteit van de Nederlandse samenleving weer te geven.

Transit, van de jonge debutant Eddy Terstall, een goedkoop gemaakte lange speelfilm, laat voor het eerst Amsterdam zien als een stad waarvan de economie voor een groot deel draait op de arbeidskracht van illegale vreemdelingen. Vier Braziliaanse muzikanten overleven door het verlenen van hand- en spandiensten aan de onderkoning van de Jordaan (Gerard Thoolen), die zowel hasj-coffeeshops, een ijsfabriek als een striptease-tent exploiteert. In verre van geraffineerde, maar levensechte taferelen illustreert Terstall het gevoel van de vreemdeling in het magische Amsterdam beter dan een documentaire dat zou kunnen.

Ook de officiële openingsfilm, De drie beste dingen in het leven, toont ons de hoofdstad door de ogen van een buitenstaander, een in Parijs opgegroeide en woonachtige Nederlandse violiste (de prachtige Loes Wouterson, op weg naar een tweede Gouden Kalf in successie). Ze komt haar yuppie-verloofde (Pierre Bokma) mededelen dat ze zwanger is, maar omdat hij onvindbaar is, zwerft ze, beroofd van haar geld, met een viool en een eend in een kooi aan de hand, door de stad. Troost biedt een sjofel, maar authentiek duo randcriminelen (Victor Löw en Jack Wouterse), dat geheel waarheidsgetrouw in geen enkel hokje meer past: ook kruimeldieven houden tegenwoordig van John Coltrane en hebben soms geschiedenis gestudeerd. De film, die is geschreven door de als speelfilmregisseur debuterende Ger Poppelaars, lijdt aan scenarioproblemen, ongemakkelijk laverend tussen absurde allegorie, romantische comedy, thriller en manifest van een verloren generatie. Het is wel een innemende, warme en voortreffelijk geacteerde film, die tenminste niet beantwoordt aan het ooit op het Filmfestival Rotterdam gelanceerde adagium dat je onderweg van het Centraal Station naar de bioscoop meer over Nederland leert dan van een speelfilm van eigen bodem.