Leraren in staking voor hoger salaris

DEN HAAG, 24 SEPT. Op een groot aantal scholen in Nederland zijn vandaag door een staking geen of minder lessen gegeven. Ongeveer 24.000 mensen uit het basis- en voortgezet onderwijs doen mee aan de staking.

Ook conciërges, administratieve krachten en schoonmakers hebben het werk neergelegd. Vanmiddag was er een landelijke manifestatie in Utrecht.

De leuze van de bonden is: "Onderwijs geld(t) nu!'. Inzet van de staking is met name de verdeling van het geld over de verschillende categorieën leraren. In de zomer van dit jaar besloot het kabinet ruim 600 miljoen gulden uit te trekken voor hogere salarissen in het onderwijs. Eerder hadden de bonden 700 miljoen gevraagd.

In februari bleek uit onderzoek een salarisachterstand ten opzichte van andere ambtenaren van ten minste tien procent. Om dat in te halen zou 1,2 miljard gulden nodig zijn. Het onderzoek was verricht in opdracht van minister Ritzen. Nadat het kabinet verregaand aan de eis van 700 miljoen tegemoet was gekomen, leek de door de bonden alvast aangekondigde staking overbodig.

Al snel liep een al langer bestaand verschil van mening over de verdeling van de ruim 600 miljoen hoog op. Minister Ritzen wil een selectieve besteding van het geld: leraren die lesgeven in vakken of gebieden waar het moeilijk is voldoende leraren te vinden, moeten een toeslag op hun salaris krijgen.

De onderwijsvakbonden eisen daarentegen verhoging van de aanvangssalarissen, niet alleen van die van leraren op zogenoemde zwarte scholen of in de exacte vakken. Ook zijn zij het er niet mee eens dat Ritzen de wachtgeldregeling voor het onderwijzend personeel gelijk wil maken aan de WW-regeling. Het geld dat hij daardoor denkt te besparen vormt een substantieel deel van het extra budget dat deze zomer voor de salarissen beschikbaar kwam. De bonden willen dit geld hoogstens gebruiken voor een bovenwettelijke ontslaguitkering.