Leden mogen ruimte besteden; Vervoersbond: vooralsnog geen loon voor werk

ROTTERDAM, 24 SEPT. De Vervoersbond FNV zal niet op voorhand een deel van de "onderhandelingsruimte' reserveren voor uitbreiding van de werkgelegenheid, met name door arbeidstijdverkorting.

De leden van de bond mogen zelf, per sector, bepalen hoe ze deze ruimte willen besteden. De Vervoersbond wijkt hiermee af van de strategie van de andere FNV-bonden, die in het komende overleg over nieuwe CAO's werk voor inkomen willen stellen.

De Vervoersbond FNV maakte vanochtend bekend dat hij de totale onderhandelingsruimte in het vervoer op 7 procent raamt, bestaande uit een vergoeding voor de gestegen prijzen van 3,75 procent en een stijging van de arbeidsproduktiviteit van 3,25 procent. De bond wil zich sterk blijven maken voor invoering van een vierdaagse werkweek, maar verwijt werkgevers dat zij verdere arbeidstijdverkorting “gecoördineerd blokkeren”. De bond wil daarom niet van tevoren een deel van de ruimte reserveren voor uitbreiding en behoud van werkgelegenheid, omdat hij vreest bij een weigering van de werkgevers deze ruimte direct kwijt te zijn.

Zowel de Vervoersbond FNV als de Vervoersbond CNV menen dat een looneis van 4,25 procent mogelijk is. Voor de FNV-bond geldt dat er dan eerst op centraal niveau afspraken moeten worden gemaakt over verdere arbeidstijdverkorting en dat het kabinet de verslechteringen in de WAO herroept. De FNV-bond verwijt de werkgevers afspraken op centraal niveau tegen te werken. Een woordvoerder erkent dat de werkgevers de kans lopen met forse looneisen te worden geconfronteerd. “Maar we proberen van onze kant te voorkomen dat de leden de veronderstelde ruimte van zeven procent in zijn totaal in lonen omzetten.”

De Vervoersbond FNV zegt dit jaar “niet als Don Quichotte” de onderhandelingen in te willen gaan. Al is het uitblijven van goede afspraken over arbeidstijdverkorting ook aan de werknemers te wijten. Veel leden zouden wel een vierdaagse werkweek willen, maar niet bereid zijn hiervoor in actie te komen. De bond inventariseert nu eerst de actiebereidheid onder de leden en zal daarna kijken waartoe de werkgevers bereid zijn.

Werkgevers

De werkgevers hebben weinig fiducie in de koers die de Industriebond FNV gisteren voor het komende CAO-overleg is ingeslagen. “Ze roepen wel dat ze meer differentiatie in de loonvorming willen, maar ze belijden het alleen met de mond, want ze leggen de bodem in hun eisenpakket onhaalbaar hoog”, aldus drs. N.R. Meijer van de Algemene werkgeversvereniging (AWV). De werkgevers vinden dat de bond onvoldoende oog heeft voor de ontwikkeling van de loonkosten, die bepalend is voor de winstgevendheid en de internationale concurrentiepositie van de bedrijven.

De FNV-bond kondigde gisteren aan af te stappen van een uniforme looneis voor de hele industrie. Voor volgend jaar hanteert de bond een looneis van 4,5 procent als “richtsnoer”, waarbij afwijkingen naar beneden of boven mogelijk zijn al naar gelang de gang van zaken in de betreffende deelsector of onderneming. Daar bovenop claimt de bond tussen de 1 en 3 procent "loonruimte' voor uitbreiding van de werkgelegenheid en verlichting van de werkdruk.

De AWV, tegenspeler van de Industriebond FNV bij een groot aantal industriële CAO's, vindt dit “een onrealistisch en gevaarlijk uitgangspunt”, dat zou leiden tot “een onaanvaardbare loonkostenstijging van 7 à 10 procent, die de Nederlandse economie op dit moment absoluut niet kan dragen”, aldus Meijer. “De analyse van de Industriebond is best goed, maar de voorgestelde aanpak deugt niet. Het zijn woorden zonder daden.”