"Je kunt elkaar helpen door juist degeen die niet goed is in voetbal, vaak een bal toe te spelen'

Ik volg niet alle lessen. Bij Engels ben ik niet welkom, want die leraar wil niet op zijn vingers worden gekeken. Een beetje jammer is dat wel, want als er ergens iets veranderd is de laatste twintig jaar, dan is dat wel in de Engelse les. Het is vermoedelijk de eerste keer dat deze leerlingen Engels krijgen, maar ze zitten de leraar goedmoedig toe te knikken. Hij spreekt de taal heel behoorlijk vinden ze en als ze een vergissing menen te bespeuren, laten ze het weten: moet sea niet met dub- bel e?

Van gym heb ik zelf gespijbeld. Het regende een beetje, het eerste uur begon zo vroeg en dan heb ik nog mijn treurige jeugdherinneringen. Op de lagere school was ik de enige die niet kon slagballen, ik was bang voor trefbal en bij de vaardigheidsproef ben ik uit het wandrek gevallen. En ik zat niet eens hoog. Op de middelbare school ben ik nooit verder gekomen dan een zes-min. Ik ga wel ná gym naar school, besloot ik de eerste week, maar omdat de gymleraar me zo begrijpend aankeek, heb ik moed gevat en ben ik de volgende keer naar het veld gegaan. Buitengym.

Het begint niet eens slecht, we mogen rondjes rennen. Dat kan ik wel. Maar dan komen de voetballen tevoorschijn.

"Blèèèh, voetbal!' roepen de meeste meisjes onmiddellijk.

"Disgusting,' zegt Kim. Alleen Lily, een elfje van twaalf vindt het leuk. Ze is er goed in, ze voetbalt als een kerel. Dat had ik nooit achter haar gezocht. Maar ze zit op voetballen, vertelt ze. Verbaasd kijk ik hoe ze zich in het spel stort en scheldt op een van de jongens, die de bal niet doorspeelt. "Egospeler', is haar meedogenloze oordeel.

Door haar enthousiasme gaan nog een paar meisjes serieus meedoen, maar een heel aantal staat aan de zijlijn te mankeren.

"Ik wou dat we een juf hadden,' zucht er een.

Op de meeste Nederlandse scholen wordt gemengd gym gegeven. Daar zit een filosofie achter, maar die vergeet ik steeds. Onze gymleraar vindt het onzin dat jongens en meisjes verschillende gymnastiekoefeningen zouden moeten doen.

"Je kunt niet alleen ván elkaar leren als we samen voetballen, maar ook áán elkaar', zegt hij, "je kunt elkaar helpen door juist degeen die niet zo goed is in voetbal, vaak een bal toe te spelen. Daar leert iemand van.'

De meisjes die niet willen voetballen kijken hem verveeld aan.

"Zeg dat je iets anders wilt', stook ik. Maar ze hebben hun eigen methode.

Kim onderbreekt het spel voortdurend door tegen vermeende onrechtmatigheden te protesteren, Leonie gaat even plassen en Saar heeft een blaar.

"Meneer, ik heb een blaar!'

De gymleraar gaat op zoek naar een pleister, maar deze blaar laat zich niet zomaar onschadelijk maken.

"Ik geloof dat ik maar aan de kant ga staan', zegt Saar en schaart zich aan mijn zij. Er komen nog twee meisjes bij staan. Het wordt gezellig.

"Ken jij echt geen Ko Boersma?'

"Jawel, ik ken er wel een, maar die is dood.'

"Dat is dan toch een andere. Deze is wel altijd dronken, maar dood, nee.'

Ik ben een en al oor, maar de gymleraar onderbreekt het gesprek: "Ik weet iets leuks voor jullie.'

"Maar ik heb een blaar,' zegt Saar.

"Hierbij hoef je niet te hollen', zegt de gymleraar, "jullie mogen frisbieën. Heb je dat al eens gedaan?' Hij haalt een rose plastic schijf tevoorschijn en kijkt ons uitnodigend aan. Wij gaan braaf in een kring staan en gooien elkaar de frisbie toe. Het is de bedoeling dat je hem vangt, maar dat doen we niet. Dat is deels onvermogen, maar ook afkeer. De frisbie is nat en een beetje modderig. Ik raap hem liever voorzichtig uit het gras dan dat ik die natte kledder uit de lucht grijp. Tersluiks kijk ik op mijn horloge. Het is natuurlijk lief en ontroerend dat de gymleraar een aangepast programma voor ons heeft verzonnen, maar het helpt niet echt.

Ik doe nog steeds niet meer dan een zes-min.

    • Yvonne Kroonenberg