Imago valutahandelaren loopt deuk op

ROTTERDAM, 24 SEPT. “Sinds Christus de geldwisselaars de tempel heeft uitgezet kampt de valutahandel met een slechte naam”. De valutahandelaar van een grote Amerikaanse bank in Londen maakte zich altijd al weinig illusies over het publieke imago van zijn vak. Sinds vorige week geldt handel in geld in sommige kringen zelfs ronduit als besmet werk. Met een valuthandelaar kun je dezer dagen maar beter niet gezien worden.

“De seriemoordenaars van de City”, schreef een Britse avondkrant vorige week toen duidelijk werd dat de valutamarkt de ene munt na de andere op de korrel neemt om een devaluatie te forceren. Met de slag om de franse franc, die gisteren zijn voorlopige hoogtepunt beleefde, liep het imago van de handelaren opnieuw een fikse deuk op. Was in het geval van de lire en het Britse pond nog te verdedigen dat de economische zwakte van die landen een devaluatie rechtvaardigde, in het geval van de franc is een devaluatie gezien de kracht van de economie niet op zijn plaats. De Fransen hebben hun zaakjes zelfs zo goed op orde dat een revaluatie van de munt gerechtvaardigd zou kunnen zijn.

Voor een deel is de groeiende kritiek op de kracht en de beweegredenen van de internationale financiële markten begrijpelijk. De aanval op de franc staat onder de huidige omstandigheden gelijk aan een aanval op het EMS. De Londense valutahandel maakt er geen geheim van dat EMS voorlopig liever kwijt te zijn dan rijk. Fluctuaties in de Europese valuta betekenen handel, handel betekent omzet en omzet commissie. Bovendien is er met het innemen van eigen posities in de handel geld te verdienen. Met vaste koersverhoudingen vallen de inkomsten weg.

Daarnaast is juist de neerwaartse speculatiegolf lucratief. Gisteren bezorgde de golfbeweging van speculatie en interventie in de franc de handel mooie winsten. Iedereen verkocht hoog, en kocht vervolgens in op de door de massale verkopen gedaalde koers. De Bundesbank en de Banque de France waren vervolgens zo vriendelijk om in te kopen tot de koers weer was opgekrikt. Dit patroon herhaalde zich diverse malen. Het zogenaamde short gaan komt op hetzelfde neer. Een handelaar leent dan geld in een bepaalde valuta om het vervolgens direct te verkopen in de hoop dat de koers daalt. Later kan hij dan tegen de lagere koers het bedrag terugkopen om de oorspronkelijke lening mee af te betalen.

Temidden van alle kritiek op de valutahandel wordt vergeten dat de handelaren zelf voor een groot deel slechts de boodschapper zijn van het slechte nieuws. Opdrachten van buitenaf bepalen de richting van de koersbewegingen, de valutahandel speelt daar vervolgens voor eigen rekening op in. De Franse minister Sapin zou zijn woede even goed kunnen richten op de Franse pensioenfondsbeheerders, beleggers en bedrijven die via de valutahandel van hun francs af willen.

“De valutahandel werkt als windvaantje. De handelaren pakken een nieuwe ontwikkeling als eerste op. Maar een kentering komt pas van de grond als de klanten volgen”, aldus een handelaar. De City verdedigde zich vorige week dan ook met de opmerking dat niet alleen de handelaren ponden verkochten, maar dat iedereen uit sterling vluchtte.

De handelaren wijzen er bovendien op dat indien zij het mis hebben de verliezen hoog zijn. Mocht de slag om de franc worden verloren, dan zit de markt in de maag met omvangrijke, onverkoopbare voorraden vreemde valuta. Want ook op de valutamarkten staat ondernemen gelijk aan risico nemen. “Speculanten handelen altijd al in hun eigen belang. Pas nu de politici hun zin niet krijgen raakt de markt in opspraak.”