Het eerste en kleinste DDR-museum

Het kleinste DDR-museum is onregelmatig geopend: als de bewoners toevallig thuis zijn. Dresden, Tieckstrasse 2, tweede verdieping (naambordje Boden e.a.)

Drie jaar na de Duitse eenwording is in Dresden het eerste, en naar alle waarschijnlijkheid ook meteen het kleinste DDR-museum ingericht. In een kamertje van twee bij drie meter in hun gemeenschappelijke studentenhuis, hebben Marion Boden (25), Thomas Nadolny (26) en Steffen Jacob (25) een museumpje ingericht om de dingen uit het alledaagse leven in de DDR te bewaren.

Het is als een grap begonnen, maar ze zijn er tegelijkertijd serieus over. “We zijn dit gaan doen omdat sinds de eenwording in 1989 alle vertrouwde dingen om ons heen leken te verdwijnen. Straks weet niemand meer hoe het er allemaal uitzag” vertelt Thomas Nadolny. Vandaar dat er bonen, meelballen en andere levensmiddelen in de grauwe verpakkingen liggen uitgestald op een tafeltje. Klokjes, radio's, notitieblokken met grauw papier, allemaal vormgegeven in de stijl die wel als "Socialistische Eenheids Design' omschreven is. (SED was ook de afkorting van de in de DDR regerende socialistische partij.)

Maar daarnaast zijn er ook meer politiek getinte voorwerpen te zien, zoals speldjes en vlaggetjes van de Frei Deutsche Jugend, de communistische jongerenbeweging, boekjes van de Pioniere, ook een jeugdbeweging. En natuurlijk de in armoedige kleuren gedrukte portretten van Grote DDR-Leiders als Erich Honnecker. Verder in al even armoedige kleuren gedrukte gezellige tijdschriften met socialistisch verantwoorde breipatronen en doe-het-zelf-adviezen.

Nee, nostalgie is het niet, zeggen de oprichters van het museum. Ze willen niet terug naar de DDR-tijd. Maar alles weggooien uit die tijd willen ze ook niet. Ze hebben ook hun bedenkingen bij de snelle verwesterlijking van hun vaderland. Ze kunnen nu dan wel naar het buitenland reizen, maar geld hebben ze er niet voor. Toen ze met hun studie (medicijnen, wis- en natuurkunde) begonnen, waren ze zeker van een baan. Nu is dat nog maar afwachten. “Concurrentie, overal is concurrentie. Ook in onze persoonlijke relaties bestaat ineens concurrentie. Vroeger kenden we dat niet” klaagt Boden.

Zijn ze dan op z'n minst niet blij dat de Stasi, de DDR-veiligheidsdienst, niet langer ieders privé-gangen nasnuffelt? “Ach de Stasi,” zegt Nadolny terwijl hij de volgende bezoeker al weer binnenlaat “we wisten dat ze bestonden, maar wij hadden er niet echt last van. We namen ze nauwelijks serieus.”