Hervormingscircus is in Rusland een conjuncturele bezigheid; Jeltsin staat op een kruispunt; doordrukken of terugkrabbelen

MOSKOU, 24 SEPT. Bankiers spreken vaak cryptische taal. President Viktor Gerasjtsjenko van de nationale bank van Rusland is daarop geen uitzondering. Vorige week liet hij via een woordvoerder weten dat alle “geruchten over een nieuwe orde” der wisselkoersen “omgemotiveerd” waren omdat alleen het Russische parlement daarover kan beslissen. Wat hij daarmee wilde zeggen? Vermoedelijk dat er, met het oog op de vrije val van de munt, gedacht wordt een gedeeltelijke terugkeer naar het oude systeem van een van overheidswege vastgestelde roebelkoers.

Er is daar bij de Staatsbank kennelijk veel aan de hand. Want wat zei Gerasjtsjenko drie weken geleden tijdens een "werkontbijt' in de "marmeren-zaal'van het voormalige partijhotel Oktober, thans President genaamd? Dat in de maand december de koopkracht van honderd roebel nog slechts vier roebel zal zijn!

Bedoelde Gerasjtsjenko dat hij dit jaar een inflatie verwacht van 2500 procent? Dat zou opmerkelijk zijn. De somberste scenario's gaan tot nu toe uit van een geldontwaarding van 1200 procent. Maar het zou kunnen. Niet alleen de vooraanstaande econoom Jevgeni Jasin maar ook president Boris Jeltsin zelf heeft onlangs immers het gevaar van “hyperinflatie” aangekondigd. Volgens de richtlijnen is twaalfhonderd procent dat nog niet en mag 2500 die naam wel dragen.

Of was het een hint van Gerasjtsjenko dat hij een geldsanering in petto heeft, een monetaire hervorming waarbij de oude Sovjet-munt zal worden omgezet in een nieuwe Russische roebel tegen een koers van één op vijfentwintig? Het is niet minder onwaarschijnlijk. Nikolaj Petrakov, ook al zo'n befaamde econoom in Rusland die politiek overigens geheel buitenspel staat, heeft eerder deze maand keurig uiteengezet dat een sanering van de roebel onvermijdelijk aan het worden is. De autoriteiten hebben dat natuurlijk glashard ontkend. Maar volgens wantrouwige geesten heeft Gerasjtsjenko de roebel niet voor niets bewust overgeleverd aan de vrije val die de munt nu doormaakt. Dat is niet alleen een middel om de importen via het prijsmechanisme te ondermijnen en de binnenlandse produktie te steunen maar ook een bewuste truc om de tijd rijp te maken voor hardere maatregelen.

Is het van belang om de uitlatingen van Gerasjtsjenko aan enige exegese te onderwerpen? Jazeker. Want het economische hervormingscircus in Rusland is geen structureel proces maar een conjucturele bezigheid. Elke dag verandert er wel wat, zodat niemand weet waar hij aan toe is.

De officiële cijfers van het Goskomstat, het Russische staatscomité voor statistiek, en waarnemend premier Jegor Gaidar lijken helder. Op het verheven niveau der macro-economie is de toestand aldus te resumeren. De enige cijfers boven nul zijn die van de roebel, de lonen, de prijzen en de groei der werkloosheid. De roebelcirculatie is ten opzichte van 1991 met meer dan zeshonderd procent gegroeid. De inkomens zijn gemiddeld bijna 500 procent gestegen en de kosten van het leven ongeveer 1200 procent. Hetzelfde geldt voor het aantal roebels dat men voor een dollar krijgt. Begin juli zaten er 130 roebels in één dollar en nu meer dan 240, een groei van bijna 85 procent in nog geen drie maanden.

Voor het overige verkeren alle cijfers (op jaarbasis) beneden het nulpunt. Industriële produktie: min zeventig procent, in de maand augustus zelfs min 27 procent. Voedingswaren: min 23 procent. Olie- en gasopbrengsten: respectievelijk minus achttien en minus acht. Consumptiegoederen: min achttien. Buitenlandse handel: min 27 procent. Overheidstekort: 0,8 biljoen roebel, hetgeen acht keer zoveel is als begin dit jaar. Buitenlandse schuld: tenminste zeventig miljard dollar. Binnenlandse schuld der bedrijven: 3,3 biljoen roebel, een groei van tienduizend procent. Alles kort samen te vatten in het bruto nationaal produkt, dat met achttien procent (op jaarbasis) is gekrompen. Kortom, slechts twee punten verwijderd van grens van twintig procent die eind vorig door professor Grigorij Javlinski (voormalig economische adviseur van voormalig sovjet-president Michail Gorbatsjov) werd beschreven als het absolute nulpunt waarna geen redding meer mogelijk zou zijn.

En dan hebben we het over de officiële cijfers. Want afgaande op officieuze prognoses zou de industriële produktie dit jaar respectievelijk 27 procent (zware metaal) en 33 procent (lichte industrie) moeten kelderen en zou het investeringsklimaat het eerste kwartaal met maar liefst 56 procent zijn ingezakt.

Maar desondanks is de Russische economie tot nu toe min of meer doorgedraaid. Het aanbod op de markt is groter dan ooit, niet alleen met importgoederen maar ook met produkten van vaderlandse bodem. De oude staatsbedrijven verkeren voor de helft op de rand van het bankroet maar profiteren voor het andere deel van de mogelijkheden die de commercialisatie hun biedt. De jonge ondernemers hebben helemaal alle handen vrij. Ook al is er van enige structuur in die kring nauwelijks iets te merken en gaan hun bedrijfjes dus met de regelmaat van de klok op de fles, de dag daarop beginnen ze met hun verdiende zakken geld gewoon weer iets nieuws. De bureaucratie beleeft er eveneens plezier aan. Op elke tien dollar uitgevoerde olie verdwijnt twee dollar in ambtelijke zak. Dat kost de schatkist weliswaar geld maar verstevigt hun individuele koopkracht.

De enige beroepsgroepen die grosso modo de dupe lijken, zijn de collectieve agrarische sector en de arbeiders. De kolchozen moeten hun oogsten nog altijd grotendeels tegen staatsprijzen afstaan maar dienen hun materieel en olie tegenwoordig op de markt te kopen. Hetgeen de toch al lage produktiviteit van de landbouw alleen maar verder ondermijnt, Jeltsin's optimistische prognoses over de oogst dit jaar ten spijt. De werknemers op hun beurt hebben hun koopkracht met bijna tweederde zien teruglopen. Hun inkomens zijn tot nu toe met nog geen vijfhonderd procent gestegen. Dertien miljoen mensen (bijna negen procent van de bevolking) leeft onder de armoedegrens die op 1200 roebel per maand (24 kilo tomaten) is vastgesteld.

Als de gewone burger gevraagd wordt naar zijn toekomstbeeld is het dan ook een en al somberheid. Nog maar 42 procent denkt dat het deze herfst niet slechter wordt. In januari van dit jaar, toen de prijsliberalisatie de eerste schok onder het volk teweeg bracht, had een meederheid van 54 procent nog enig vertrouwen in het economische beleid van Jeltsin.

En wat doet Jeltsin om de politieke en economische tegenwind te weerstaan? Het roer wenden! Wat dit voorjaar begon met het opendraaien van de subsidiekraan omdat de staatsbedrijven anders een voor een over de kop zouden gaan, is nu uitgemond in een nog veel verdergaande breuk met de "krap-geldpolitiek' van waarnemend premier Jegor Gaidar. De bedrijven worden met injecties van staatswege opengehouden en het privatiseringsplan van Gaidar's bondgenoot Anatoli Tsjoebais ligt onder schot. Er zijn tal van protectionistische maatregelen genomen. Die moeten, als ze tenminste gaan werken, niet alleen wettelijk de import beperken maar zullen ook de uitvoer via tarieven gaan belemmeren. Curieus? Nee! Zeventig procent van de met export verdiende dollars blijft volgens het onafhankelijke onderzoeksbureau Epicenter namelijk in het Westen op buitenlandse bankrekeningen achter en biedt zodoende geen enkele steun aan de eigen betalingsbalans.

Kortom, een vorm van autarkie als overlevingsstrategie, is thans het parool. Met als politiek doel: het herstel van een “roebelzone', dat wil zeggen de voormalige Sovjet Unie, als gemeenschappelijke “economische ruimte”. Want hoewel de roebel in alle vijftien voormalige Sovjet-republieken nog altijd een gangbaar betaalmiddel is, is dat meer een mythe dan realiteit. In Kazachstan bijvoorbeeld is een roebel feitelijk drie keer zo weinig waard als in Rusland zelf. Zelfs Grigorij Javlinski, de laatste radicale econoom uit het Gorbatsjov-tijdperk die zich bovendien de laatste vice-premier van de Sovjet Unie mag noemen, pleit nu daarom voor herstel van de oude verhoudingen. Ook al heet het bij hem “vrijwillige integratie”.

Het paradoxale van de situatie is dat deze nieuwe koers geen onderwerp is van heftig debat. Buiten Rusland is de radicaliteit van het economische hervormingsprogramma nog dé lakmoesproef. In Rusland zelf daarentegen wordt slechts afgewacht hoe het parlement, dat dinsdag na het zomerreces weer bijeen is gekomen, het beleid van de zittende regering gaat afschieten. Jegor Gaidar, wekt de indruk alleen nog maar te wachten op het moment waarop hij door Jeltsin wordt bedankt voor bewezen diensten. Zijn optreden eergisteren in de volksvertegenwoordiging leek meer op dat van een expert van buiten dan van een politicus met verantwoordelijkheid. Het IMF, de steun en toeverlaat van Gaidar, weet het daarom ook niet meer. Wel “zorgen” over het tempo van de hervormingen maar uiteindelijk toch hoopvol, is de teneur van de commentaren van de Westerse financiële specialisten die in Moskou vertoeven.

De “toestand” wordt nu derhalve vergeleken met het najaar van 1990, toen Gorbatsjov voor de keuze stond tussen doordrukken of terugkrabbelen en onder pressie van leger, geheime dienst en partij uiteindelijk tot het laatste besloot. Jeltsin heeft thans een identiek kruispunt betreden.