Grote kans gestraft te worden bij dopinggebruik sporter; Coaches ook aansprakelijk

ARNHEM, 24 SEPT. Coaches moeten er rekening mee houden dat zij (mede)verantwoordelijk gesteld kunnen worden voor het gebruik van doping door een sporter. Dat was de boodschap waarmee mr. Emiel Vrijman, beleidsmedewerker van het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken (NeCeDo), een select gezelschap bondscoaches gisteren de schrik op het lijf joeg. Hij wees er op dat de laatste jaren de internationale reglementen zodanig zijn aangepast dat niet alleen de sporter, maar ook betrokken officials bestraft kunnen worden. Zij lopen de kans in zowel tuchtrechtelijke (schorsing) en arbeidsrechtelijke (ontslag) als in strafrechtelijke sfeer (hechtenis) gestraft te worden.

Vrijman was één van de "docenten' die op Papendal zeventien coaches ter gelegenheid van de vijftiende sessie van het het Nationaal Coach Platform op de hoogte stelde van de laatste ontwikkelingen in de dopingmaterie. Hij leverde een bijdrage aan de discussie door voorbeelden aan te halen van het ontslag van trainer Thomas Springstein van de op grond van dopinggebruik bestrafte hardloopster Katrin Krabbe, de buitensluiting door de Candese sportorganisaties van trainer Charly Francis van de gedrogeerde hardloper Ben Johnson. Dezelfde sancties kunnen Nederlandse coaches tegemoet zien wanneer alleen maar is aangetoond dat zij op de hoogte waren van dopinggebruik door hun pupillen.

Sinds de Russische schaatser Goeljajev begin 1988 werd betrapt op handel in anabole steroïden (hij overhandigde een pakketje van 750 tabletten van in Rusland gefabriceerde anabolen) heeft een accentverschuiving in de sportjuridische sfeer plaatsgevonden. Goeljajev kon destijds nog niet worden bestraft omdat het aan bepalingen in de reglementen aangaande handel in doping ontbrak. Het IOC voerde eind 1988 een verruiming van de sanctie-mogelijkheden in, onder meer door de "Rule against the trafficking of prohibites drugs'.

In datzelfde jaar werd Johnson tijdens de Olympische Spelen van Seoul betrapt op het gebruik van stanozolol. Zijn trainer Francis werd op last van de Canadese regering buitengesloten van alle functies binnen de sport. Francis zou later in een boek toegeven dat hij veelvuldig doping had verstrekt aan atleten. De openheid van Francis en andere atleten tijdens het Johnson-proces leidde in 1989 tot herziening van het dopingreglement van de Internationale Atletiek Federatie (IAAF), waarin onder meer coaches die kennis hebben van dopinggebruik voor vier jaar kunnen worden geschorst. Springstein is daar het slachtoffer van.

Vrijman hamerde er gisteren op dat de jacht op doping zich heeft uitgebreid. Niet alleen sporters, maar ook coaches zijn het mikpunt. De coach wordt gezien als de kwade genius. De afhankelijkheid van een sporter wordt steeds groter. Wat een coach zegt wordt opgevolgd, dient de coach te beseffen. Achterhouden van kennis over schadelijke bijwerkingen kan volgens artikel 174 van het Wetboek van Strafrecht zelfs leiden tot een vrijheidsstraf van tien jaar.

De verzamelde coaches was door NCP-voorzitter Wil Westphal een aantal stellingen voorgelegd waarin betrokkenheid bij dopinggebruik van een sporter gold. Eén van de stellingen hield in dat een coach dopinggebruik bij een zeer getalenteerde sporter vermoedt, zelfs bemoeienis van een arts, maar het niet kan bewijzen, mede omdat de arts zich beroept op zijn zwijgplicht. De kans op een olympische medaille is aanwezig, evenals de kans betrapt te worden.

Geopperd werd het Nederlands Olympisch Comité vóór uitzending naar de Spelen een "screening' te laten doen. Wanneer dan gebruik wordt aangetoond, is de coach gedekt. Mocht het NOC zeggen niet over financiële middelen te beschikken om dergelijke testen uit te voeren - die mogelijkheid is in Nederland zeer groot - dan zou de coach schriftelijk kunnen laten vastleggen dat hij niet verantwoordelijk kan worden gesteld. Of dit juridisch haalbaar is, kon Vrijman niet met zekerheid zeggen.

Vrijman wees de coaches er op dat zij zich op de hoogte moeten stellen van de mogelijke gevolgen. “Je ziet steeds meer dat een sporter het niet pikt dat hij wordt gestraft. Hij gaat zijn gelijk halen, tot bij de rechter.”

Dit voorjaar publiceerde Vrijman een boekje "Doping in de sport' waarin bijna alle facetten van doping, ook de juridische, worden belicht. Over de medeplichtigheid van een arts kan nog geen duidelijkheid worden gegeven, omdat artsen niet aangesloten zijn bij een sportorganisatie, maar verantwoording moeten afleggen aan het Koninklijk Medische Genootschap. Binnenkort verschijnt een proefschrift over die materie.

Het boekje van Vrijman is verspreid onder artsen, apothekers en sportmensen. Met name onder apothekers vond het gretig aftrek. Het NOC zegde, volgens Vrijman, toe het boekje onder sportmensen te verdelen. “Maar alleen de Nederlanders die aan de Spelen deelnamen, kregen het. Andere sportmensen gaat het zeker niet aan?”