Groenink mag wachten op echte rechter

ROTTERDAM, 24 SEPT. Na het vertrek van twee directeuren, twee bestuursleden en afgelopen maandag ook topman Scherpenhuijsen Rom bij Internationale Nederlanden Groep, blijkt ook bij ABN Amro een ingreep in de top: de meest ambitieuze bankier in de raad van bestuur, Rijkman Groenink, is uit de vuurlinie gehaald.

Zowel ING als ABN Amro verwijt de pers een hetze tegen bepaalde bestuursleden. ING liet Scherpenhuijsen Rom opstappen, maar ABN Amro reageert anders. De bank springt op de bres voor haar bestuurder en lijkt zijn onschuld te willen verdedigen tot het tegendeel juridisch is bewezen. Groenink mag in de luwte doorwerken.

Dat verschil in houding tussen de twee grootbanken is niet alleen te verklaren uit het feit dat het bij ING gaat om de vraag of privé-misbruik is gemaakt van voorkennis en bij ABN Amro of institutioneel misbruik - ten behoeve van de bank dus - is gemaakt van voorwetenschap. Dat verschil voert terug op het verschil van aanpak van de toezichthouder, De Nederlandsche Bank.

Institutioneel en privé-misbruik van voorkennis staan pas kort in het brandpunt van de belangstelling. De Nederlandse Vereniging van Banken heeft begin dit jaar regels opgesteld om institutioneel misbruik te voorkomen. Voor privé-misbruik volgt invoering volgend jaar.

De nieuwe regels moeten tussen bij voorbeeld krediet- en effectenafdelingen een strikte scheiding garanderen, de zogeheten Chinese Walls. Zo'n scheidslijn eindigt echter bij de raad van bestuur, en dat stelt bijzondere eisen aan het vermogen van de leden ervan om belangen af te wegen. Dat is vooral aan de orde bij noodlijdende bedrijven.

De val van HCS, klant van ABN Amro, is vorig jaar waarschijnlijk de grootste aanslag op de stroppenpot van de bank geweest. Groenink had opdracht de schade te beperken. Hij moest daarbij kiezen tussen een verlies van honderden miljoenen guldens voor zijn eigen bank of een kleiner verlies door het duperen van kleine aandeelhouders.

De praktijk leert dat banken in zulke situaties niet verschillen van andere betrokkenen: iedereen denkt eerst aan zijn eigen positie. Toen bouwconcern Ogem begin jaren tachtig bankroet ging, benadeelde de toenmalige ABN andere schuldeisers door ten onrechte bezittingen op te eisen.

Dit soort spectaculaire gevallen heeft ertoe geleid dat institutioneel misbruik inmiddels beter is gedefinieerd dan privé-misbruik. In het juridische verkeer zou het feit dat de vertrokken ING-functionarissen opereerden in een grijs gebied in hun voordeel moeten werken. Maar in het bankwezen gelden andere normen. De Nederlandsche Bank heeft door middel van een vage formulering in de Wet Toezicht Kredietwezen juist alle macht over de privé-gedragingen van bestuurders in het bankwezen. Zonder openbare dossiers worden aan de hand van niet geopenbaarde criteria vonnissen geveld. Dat is lastig voor wie de ontwikkeling van de beroepsethiek van bankiers wil volgen. Bij accountants kan dat bij voorbeeld wel; zij brengen tuchtrechtelijke uitspraken ten minste naar buiten.

De vonnissen over bankiers worden echter in vertrouwelijk overleg tussen centrale bank en commissarissen geveld. Een goede afvloeiingsregeling waarborgt vervolgens dat ook de "veroordeelden' hun mond houden.

Het ligt voor de hand dat bij dit soort beoordeling de relatie tussen bankinstellingen en De Nederlandsche Bank meespeelt. ING lijkt als concern minder goed te scoren dan ABN Amro. Als bank annex verzekeraar drijft ING een wig tussen De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer, die beide toezicht moeten houden. Het risico van belangenverstrengeling bij ING lijkt groter dan bij ABN Amro. Verzekeraar Nationale-Nederlanden heeft immers grote bedragen geïnvesteerd in Nederlandse bedrijven, waarvoor ING als bankier optreedt. ING profileert zich ook als dè bank voor de door het Rijk gewenste publiek-private financiering, waartegen De Nederlandsche Bank zich afzet omdat de overheid daarmee op oneigenlijke wijze probeert te ontkomen aan verdere reductie van het begrotingstekort. De recht-toe-recht-aan relatie tussen ABN Amro en centrale bank kunnen eraan hebben bijgedragen dat Groenink rustig mag wachten op het oordeel van een echte rechter.