Groene paden

Het artikel Groene paden door Europa wekt de indruk dat Nederland een geweldige daad heeft gesteld op het gebied van natuurbescherming. Die indruk is ten dele juist. Het starten van internationale actie door Nederland om de Habitatrichtlijn aangenomen te krijgen heeft veel in gang gezet. Een van de Nederlandse activiteiten op dit gebied was een aanzet voor Europese samenwerking op het gebied van natuurbescherming middels een rapport getiteld Towards a European Ecological Network, waarvan ik een der auteurs ben.

Dat dit een nieuwigheid zou zijn die door Nederland in de EG-Habitatrichtlijn zou zijn gentroduceerd, is echter onjuist. Reeds in de concept-Habitatrichtlijn uit 1988 staat in artikel 6 “Member States shall assist the Commission in the creation of a European Network of classified special protection areas named Natura 2000”.

Nederland is ook niet het eerst op de gedachte van een ecologische hoofdstructuur gekomen. In de wetenschappelijke wereld is in heel Europa in de jaren tachtig een ontwikkeling van die gedachten te vinden. Het ministerie van Milieu van Nordrhein-Westfalen publiceerde begin 1990 een rapport over Natura 2000 in Nordrhein-Westfalen. In 1991 publiceerde WWF/ADENA in Spanje een inventarisatie van gebieden voor Natura 2000. In maart 1991 bracht Vlaanderen een nota uit over de zg. Groene Hoofdstructuur en door de regio Piemonte werd al in 1989 een natuurontwikkelingsplan voor de Po gepubliceerd. Ecologische verbindingszones zijn opgenomen in de Deense streekplannen uit de tachtiger jaren. De Ecologische hoofdstructuur van Litauen is ontwikkeld in de jaren 1982-1985. Ook de Tsjechische en Poolse varianten stammen uit de jaren 1980-1990.

Het ontwikkelen van corridors als verbinding tussen belangrijke natuurgebieden is typisch een gedachtengoed uit landen met intensieve landbouw zoals Nederland, Duitsland en Tsjechoslowakije. In deze landen is de noodzaak tot aanleg van corridors evident. Waar in Tsjechoslowakije corridors in het monotone landbouwlandschap zijn aangelegd, keren de vogels terug die er verdwenen waren. Dat Zuideuropese landen geen belangstelling voor corridors hebben, kan met de hoge kosten ervan te maken hebben. Een andere reden is het uit de eigen situatie niet herkennen van de noodzaak voor corridors, omdat er grote aaneengesloten min of meer natuurlijke gebieden zijn. Daarnaast is er op dit moment meer EG-subsidie te krijgen voor ontginning en regionale ontwikkeling, dan voor natuurbescherming.

Uit het artikel spreekt een zekere zelfvoldaanheid. En natuurlijk mag men zich op het ministerie van LNV voldaan voelen over de resultaten die tijdens het Nederlandse voorzitterschap op Europees niveau bereikt zijn. Men dient echter wel te beseffen dat projecten als EECONET geen uitsluitend Nederlandse ideeën zijn, maar complexe, internationale samenwerkingsprojecten.

Noot van de redactie. De foto's en kaarten bij het artikel waren afkomstig van het rapport Towards a European Ecological Network van het Instituut voor Europees milieubeleid, Jansbuitensingel 14, 6811 AB Arnhem. 085-422929. Prijs: ƒ 65,-.