Gelijkheid

Minister Ritzen van onderwijs mag de weg wijzen waarlangs de profijtelijke betrekkingen met Indonesië kunnen worden hersteld.

Totdat president Soeharto eerder dit jaar een abrupt einde maakte aan de ontwikkelingsrelatie met Nederland werden gezamenlijke onderwijsprojecten gefinancierd vanuit de portefeuille van minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking. Het aardige van dat onder Pronks verantwoordelijkheid samenwerken was dat het ogenschijnlijk in het teken stond van Nederlandse ontbaatzuchtigheid, maar dat het in de praktijk individuele Nederlanders en Nederlandse bedrijven en instellingen tevens een mooie kans gaf op zelfontplooiing. Het Haagse gelamenteer na Soeharto's ingreep vormde een aanwijzing dat de boterham niet uitsluitend aan Indonesische kant beboterd was.

Tijdens zijn visite heeft minister Ritzen te horen gekregen dat nu zijn departement in Indonesië onderwijsprojecten kan opzetten. De president zelf heeft dit genadelijk gegund zolang maar beide partijen profiteren en er dus van ontwikkelingssamenwerking - op zichzelf een eufemisme voor ontwikkelingshulp - geen sprake zal zijn.

Voor Nederland verandert er weinig, want van deze kant is er altijd al goed op gelet dat de baat werd verdeeld - zonodig is de vaderlandse regelgeving in voorkomende gevallen daartoe opzij gezet. Maar vanaf nu kan, neen, moet dat publiekelijk worden vastgelegd. Den Haag zou Jakarta haast willen toevoegen: had dat dan eerder gezegd.