Gaswinning op Waddenzee na 5 jaar mogelijk

ROTTERDAM, 24 SEPT. De Waddenadviesraad vindt dat er de eerste vijf jaar geen aardgas op de Waddenzee mag worden gewonnen, maar sluit boringen na die periode niet uit. Dit staat in een advies aan de ministers Alders (milieubeheer) en Andriessen (economische zaken).

Vertegenwoordigers van de Landelijke Waddenvereniging in de raad kunnen met het advies leven, zegt actiecoördinator drs. J. Revier. De oliemaatschappijen zijn blij dat er een mogelijke opening voor toekomstige winning wordt geboden, maar ze vinden de termijn van vijf jaar te lang omdat Nederland vanaf 1995 een aanzienlijke extra hoeveelheid aardgas nodig heeft om de export op peil te houden.

Volgens de Waddenadviesraad moet er binnen vijf jaar een beheersplan voor de delfstofwinning in de Waddenzee worden opgesteld, waarin wordt aangegeven of aardgaswinning noodzakelijk is vanuit de nationale energievoorziening. Als daarna besloten wordt tot het verlenen van vergunningen, zou de winning geleidelijk moeten gebeuren om ecologische schade zoals bodemdaling vertraagd optreden, waarbij natuurlijke processen, zoals zandaanvoer door stroming, de schade kunnen compenseren.

Uit een oogpunt van energievoorziening en de belangen van de schatkist (aardgasbaten) kan met de gaswinning een groot maatschappelijk belang gemoeid zijn, erkent de raad. Maar snelle winning van het gas onder de Waddenzee (naar schatting 125 miljard kubieke meter ofwel 6 procent van de totale Nederlandse reserves) acht de Waddenadviesraad uit natuuroogpunt ongewenst. Vooralsnog verwacht de raad geen belangrijk gastekort in Nederland als besloten wordt tot voortzetting van het huidige moratorium (dat in 1994 afloopt) tot het jaar 2010.

J. Mathey, secretaris-generaal van de organisatie van olie- en gas exploratiemaatschappijen Nogepa is het oneens met dat standpunt. Vanaf 1994 moet gaswinning op de Waddenzee mogelijk worden gemaakt, zegt hij, omdat de Gasunie vanaf 1995 tot het jaar 2015 in totaal een extra behoefte aan aardgas heeft van 150 miljard kubieke meter om de export en de binnenlandse gasvoorziening op peil te houden. “In het jongste Plan van afzet van de Gasunie is die behoefte duidelijk aangetoond”, aldus Mathey. Bovendien wijst hij op de noodzaak om het laagcalorische gas uit het grote veld in Slochteren te mengen met voldoende hoogcalorisch gas uit de kleine velden op zee om de kwaliteit te handhaven.