Franse politiek maakt de balans op

PARIJS, 24 SEPT. De Franse politieke partijen zijn begonnen met het opmaken van de balans na het referendum over het Verdrag van Maastricht, dat slechts een zeer kleine meerderheid voor ratificatie opleverde. De drie grote politieke partijen die pro-Maastricht zijn - de regerende socialistische partij, de gaullistische RPR en de liberale UDF - moesten immers constateren dat een deel van hun kiezers tegen "Maastricht' stemde. Bovendien hebben de partijen elk hun dissidenten die tegen "Maastricht' campagne voerden.

Bij de RPR, de grootste oppositiepartij, stelde partijleider Jacques Chirac gisteren orde op zaken. Hij kreeg met 487 stemmen voor en slechts negentien stemmen tegen het vertrouwen van de nationale raad van de RPR. De Parijse burgemeester blijft daarmee de potentiële kandidaat van de gaullisten voor het presidentschap. Maar de rangen zijn nog niet gesloten: Charles Pasqua en Philippe Séguin, de leiders van de "nee tegen Maastricht'-campagne waren niet aanwezig bij het beraad. Pasqua en Séguin kregen zondag circa zestig procent van de gaullistische kiezers achter zich en hebben daarmee een zekere machtspositie binnen de RPR verworven.

De socialistische partijleiders besloten gisteren hun onderlinge geschillen niet uit te vechten. Oud-minister van defensie Jean-Pierre Chevènement, eveneens een tegenstander van de Europese Unie, riep opnieuw op tot vorming van een nieuwe linkse beweging. De partijleiding achtte het kennelijk te vroeg voor een formele breuk en onthield zich van actie tegen Chevènement. Met een sterk geslonken aanhang - slechts achttien procent van de Franse kiezers steunt de PS - een monetaire crisis en een regering in moeilijkheden is een splitsing het laatste wat de partij zich kan permitteren.

Volgens een opinieonderzoek komt oud-president Valéry Giscard d'Estaing, de leider van de liberale UDF, als de grote winnaar uit het referendum. De UDF kent eveneens een anti-Maastricht-dissident, de conservatieve afgevaardigde Philippe de Villiers. Maar de invloed van de afgevaardigde van de Vendée, een arm en conservatief landsdeel is beperkt. De Villiers moest overigens constateren dat een meerderheid van de kiezers in zijn woonplaats Les Herbiers vóór Maastricht stemde. In dit relatief welvarende stadje (16.000 inwoners en 72 bedrijven) stemde, zoals overal in Frankrijk te constateeren was, de moderne, welvarende en goedopgeleide kiezer voor "Europa'. Hetzelfde deed zich voor in Montpellier, de universiteitsstad in het zuiden, waar ook een kleine meerderheid voor "Maastricht' was. In alle andere grote steden langs de mediterrane kust, zoals Marseille en Nice, was de meerderheid tegen.

De sociologisch/politieke breuklijnen bij het electoraat die in het referendum aan het licht kwamen, stellen vooral de gaullisten en de socialisten voor een probleem. Charles Pasqua boekte in zijn eigen departement Hauts-de-Seine (nabij Parijs) geen succes. De RPR-kiezers volgden hier, evenals in Parijs, massaal partijleider Chirac die zich voor "Maastricht' had uitgesproken. Maar de RPR wil ook een volkspartij zijn, die de "bescheiden mensen' kan mobiliseren, dezelfde kiezers die Pasqua en Séguin hebben gevolgd in hun afwijzing van "Maastricht'. Dat geeft Pasqua en Séguin een zekere machtspositie die ze kennelijk willen uitbuiten.

De socialisten staan voor de vraag hoe ze hun natuurlijke aanhang kunnen terugwinnen - dezelfde "bescheiden mensen' - werklozen, boeren, de kleinhandel etc. - die menen dat ze niets goeds te verwachten hebben van "Europa'. De kiezers in een groot aantal departementen in ruraal Frankrijk, die in 1988 in meerderheid bijdroegen aan de herverkiezing van Mitterrand als president, lieten zondag nee tegen Maastricht horen. En in industriecentra waar hoge werkloosheid bestaat, zoals Duinkerken (werkloosheid 14,8 procent) keerden de kiezers zich eveneens massaal van de regeringspartij af. Het nee tegen Maastricht was in Duinkerken in de eerste plaats een nee tegen de socialistische burgemeester Delabarre, die ook minister van openbaar bestuur is.

Het referendum heeft aangetoond dat de RPR en UDF bij de komende parlementsverkiezingen in maart een grote meerderheid zullen behalen. De vraag die alle Franse politici nu door het hoofd speelt is of president Mitterrand nog zin heeft in een "cohabitation' (samenleven) met een rechtse regering. De president heeft tenslotte de ratificatie van Maastricht binnengehaald en daarmee zijn belangrijkste politieke project, de vorming van de Europese Unie, naderbij gebracht. Hij lijkt enigszins verzwakt door de prostaatoperatie die hij onlangs onderging. Bekend is dat Mitterrand met weinig genoegen terugziet op de "cohabitation' met de regering Chirac (1986-1988). Speculaties over een vervroegd aftreden van Mitterrand of vervroegde parlementsverkiezingen geven alle politici nu haast bij het opmaken van de electorale balans.