Filmdagen stroomlijnen aanbod

12de Nederlandse Filmdagen. Utrecht, Rembrandt 1-2-3; City; Movies 1-2; 't Hoogt 1-2-3. T/m 30 sept. Inl en res bij de publieksbalie in Grand Café Broers. Inl 030-328314/322649.

Een van de meest gehoorde klachten van bezoekers van de Nederlandse Filmdagen betrof altijd de onoverzichtelijkheid van het programma. Toen Jos Stelling, de oprichter van de Filmdagen, in 1981 begon met het presenteren van alle gedurende het afgelopen jaar in ons land gereed gekomen speelfilms, was die jaaroogst nog wel te overzien. Vorig jaar telde het gehele programma, inclusief vele nevensecties, bijna vierhonderd titels.

Dit jaar heeft programmeur Alex de Ronde aan de hand van door het bestuur van de Filmdagen en een speciale Contourencommissie vastgestelde richtlijnen een aantal strepen getrokken, zodat de argeloze bezoeker niet meer bij voorbaat hoeft te verdrinken in het aanbod. In de eerste plaats zijn er minder films te zien, in totaal 310. Waren er in 1991 nog twee dozijn produkties uit Denemarken geprogrammeerd, omdat de produktieomstandigheden in dat land tijdens een seminar vergeleken werden met de onze, nu is de Duitse filmproduktie ter gelegenheid van de conferentie Holland meets Germany slechts met drie titels vertegenwoordigd, waaronder de aardige satire Schtonk van Helmut Dietl over de vervalsing van Hitlers dagboeken. Ook de andere nevensecties (Vlaams Panorama, Regionaal Acetaat: Films uit Friesland, Foreign Affairs: Nederlanders in het buitenland) zijn beperkter van omvang geworden.

In de tweede plaats zijn er twee filmzalen minder, omdat het Springhavertheater dit jaar niet meedoet. De derde en wellicht belangrijkste stroomlijning van het aanbod betreft de instelling van een zogenaamd "publieksprogramma'. Vier keer per dag (in Rembrandt 1 om 17u en 22u en in City om 14u en 19.30u) worden films of filmpakketten gepresenteerd, die geselecteerd zijn op hun toegankelijkheid en potentiële aantrekkelijkheid voor een breed publiek. Vaste presentatoren Ivon Pelasula en Jacques Dob zullen bij die gelegenheid ook zo veel mogelijk de makers van de film aan het publiek voorstellen.

Natuurlijk staat het iedereen nog steeds vrij om zelf op avontuur te gaan in Utrecht. Met een passe-partout of losse kaartjes kan men bij voorbeeld ruiken aan een aantal studentenfilms, voor het eerst dit jaar niet alleen van de faculteit Film en Televisie van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten (voorheen de Nederlandse Film- en Televisieacademie), maar ook van leerlingen van filmafdelingen van kunstopleidingen in Rotterdam, Den Haag, Tilburg, Breda en de Amsterdamse Rietveldacademie. De talloze premières van splinternieuwe documentaires, korte films en zelfs een aantal lange speelfilms zijn te bezoeken zolang de kaartvoorraad strekt; elke producent van een premièrefilm heeft in ieder geval recht op vijftig onder vrienden en familieleden te verdelen kaartjes.

De scheiding tussen professionals en hun entourage enerzijds en betalend publiek anderzijds zet zich ook voort in de in Utrecht altijd talrijke discussies, talkshows, recepties, werklunches en studieconferenties. Bijna dagelijks valt er 's avonds om 23u in het Polmanshuis te genieten van glamour en entertainment in gesprekken met prominente festivalgasten. In iets minder drukke zaaltjes wordt overdag gepraat over meer gespecialiseerde onderwerpen, zoals montage, trailers, filmbeleid, de verhouding tussen theater en film of de visie van buitenlandse critici op de Nederlandse cinema.

De heftigste debatten ontstaan tijdens de Filmdagen steevast over de toekenning van de vele prijzen. De media hebben al uitgebreid bericht over de uitsluiting door de Filmdagen van in eerste instantie voor televisievertoning vervaardigde produkties voor een bekroning met een Gouden Kalf. De jury van dit jaar, onder voorzitterschap van Cox Habbema, betreurde publiekelijk Op afbetaling en Het zakmes niet in haar overwegingen te kunnen betrekken, maar heeft nog keus genoeg. Traditiegetrouw worden ook in Utrecht uitgereikt de Tuschinski Award voor de beste (Amsterdamse) eindexamenfilm, de prijs van de Nederlandse Filmkritiek, een Cultuurprijs voor bijdragen aan de Nederlandse filmcultuur, een vakprijs (dit jaar voor montage) en de prijs van de stad Utrecht. Aan dat rijtje wordt dit jaar toegevoegd de door Grolsch gesponsorde prijs voor een aanstormend, nieuw talent, te beoordelen door een aparte jury onder leiding van Matthijs van Heyningen.

Zelfs wie niet van Nederlandse films houdt, kan dit jaar een prachtige week doorbrengen in Utrecht met een compleet overzicht van de door Paul Schrader geregisseerde (en een groot deel van de door hem geschreven) films. Het oeuvre van Schrader, de lector van de jaarlijkse Cinema Militanslezing, geboren in Grand Rapids, Michigan als telg uit een Nederlands-gereformeerde familie, is een festival op zichzelf.