Europese Commissie is het zat

BRUSSEL, 23 SEPT. Kennelijk was het de Europese Commissie gisteren tijdens de wekelijkse vergadering te machtig geworden. Maandenlang was "Brussel' in de Franse campagne uitgemaakt voor een ongecontroleerd en bemoeizuchtig monster. Nu had ook kanselier Kohl na een bezoek aan Mitterrand al een tirade gehouden tegen de "Brusselse bureaucraten'. De Britse bezwaren tegen de Commissie, die zich volgens minister Hurd eerder dit jaar “met alle hoeken en gaten van het dagelijks leven” bezig houdt, bleken besmettelijk. Het had voor een sfeer van onzekerheid en lichte depressie op het EG-hoofdkwartier gezorgd.

Twee Commissarissen gingen daarom gisteren in de tegenaanval. Vice-president Bangemann (industrie) liet aan het eind van de ochtend, net vóór de dagelijkse briefing van de ruim zeshonderd EG-journalisten, een provocerende mededeling uitgaan. “Persconferentie 12.15 uur, Bangemann, richtlijn motorvoertuigen met twee of drie wielen.” De journalisten hadden elkaar aangestoten - die Bangemann durft. Zou "Brussel' de motorrijders van Europa gaan voorschrijven hoe hard ze hun banden mogen oppompen? Olie op het vuur van het oplaaiende anti-Europa sentiment. Het liep anders. De Duitse commissaris had er genoeg van om als de boeman van Europa te worden afgeschilderd. Juist de harmonisatie binnen Europa van de technische eisen aan motoren greep hij aan om voor eens en altijd duidelijk maken, waarom "Brussel' soms gedwongen is om gedetailleerde voorschriften uit te vaardigen. Niet omdat de Commissie om werk verlegen zit, maar omdat het op sommige terreinen niet volstaat om "gewoon' elkaars wettelijke normen te erkennen, zoals de hoofdregel van de Europese samenwerking luidt.

Bij de handel in motoren staan immers de nationale verkeersveiligheid en milieubescherming op het spel - van geen enkele lidstaat kan verwacht worden dat het de import van motoren toestaat die het zelf onveilig of vervuilend vindt. Dus bereidt de Commissie een pakket van maar liefst 23 richtlijnen voor, die inderdaad technisch en gedetailleerd zijn, maar dat zijn de nationale voorschriften op hetzelfde terrein ook. Daarna volgde een hartstochtelijk pleidooi voor de "Europese concurrentiekracht', die met dergelijke maatregelen wordt vergroot en waartegen ook de tegenstanders van Europa geen verweer “durven voeren”. Tenminste dat had Bangemann afgeleid uit de Franse spandoeken met "Non à Maastricht, Oui à l'Europe'.

Had de zaal trouwens wel begrepen dat de Fransen "ja' hadden gezegd tegen Maastricht, en geen nee? Bangemann zei “geen twijfels” te hebben over de haalbaarheid van het Verdrag, hooguit over de datum van ratificatie. Goed, hij moest in het huidige politieke klimaat met het voorstellen van maatregelen “voorzichtiger zijn, dan mijn karakter me voorschrijft”, maar dat moet eigenlijk iedereen.

Dàt was ook de boodschap van Kohl geweest - met kritiek op "Brussel' wordt iedereen bedoeld. De lidstaten, die het nationale eigenbelang per Euro-wet aan de buurlanden willen opdringen. Het Euro-parlement dat ook zo z'n wensen en ideeën heeft en natuurlijk ook de Commissie. “We hebben allemaal de plicht om wetgeving op Europees niveau steeds weer te rechtvaardigen.”

Dat was ook de lijn die de andere zwaargewicht uit de Commissie, Sir Leon Brittan (mededinging) 's avonds tijdens een symposium verdedigde. Het vertrouwen tussen de lidstaten en haar eigen EG-instellingen moet worden hersteld. “We moeten ophouden elkaar te beschuldigen en zondebokken te zoeken.” De Europese Commissie dwingt niemand in Europa om wetten te aanvaarden. “Het schaadt Europa als lidstaten wel de verworvenheden van EG-beleid claimen, maar "Brussel' de schuld geven als de resultaten van overeengekomen beleid minder goed uitkomen”.