Designer Foods

Nu blijkt dat bepaalde voedingsbestanddelen geneeskrachtig zijn, vervagen de grenzen tussen voedingsmiddel en medicijn. De opkomst van de designer foods en nutriceuticals. En een probleem erbij voor de wetgever.

Een knoflookhoudende sinaasappeldrank tegen borstkanker, een mueslireep met mineralen tegen botontkalking - designer foods veroveren zich een plaats tussen voedingsmiddelen en medicijnen. Ze zouden ziekten moeten voorkomen.

Farmacoloog dr. Herbert F. Pierson werd in 1989 na drie jaar voorbereidend werk programmadirecteur van het 20 miljoen dollar kostende Designer Foods Project van het Amerikaanse National Cancer Institute. Hij verliet het instituut toen de bureaucratie de voortgang verhinderde en is nu zelfstandig gevestigd adviseur van de voedingsmiddelenindustrie. Onlangs was hij in ons land op uitnodiging van de Europese importeur van een Japans knoflookextract.

Waarom subsidieert het National Cancer Institute een project om via veranderingen aan de voeding kanker te voorkomen?

"Het genezen van kanker is niet succesvol. Er zijn wat doorbraken, maar vanuit kosteneffectiviteit gezien is er niets verbeterd. Meer dan een miljoen stoffen zijn op kankerbestrijdende eigenschappen onderzocht, vrijwel zonder resultaat. Verzekeraars en overheid in de VS vinden het aantrekkelijk om naar preventie te kijken en er is ook een rationale voor. We weten dat kanker ontstaat als een verstoring van de stofwisseling van een enkele cel die daarna gaat groeien. Veel chemicaliën die van nature in onze voeding voorkomen - we noemen ze fytochemicaliën en ze zorgen voor kleur, smaak, kleur en verdediging tegen natuurlijke vijanden - kunnen de wijze van opbouw en afbraak van biomoleculen in onze cellen veranderen. Door syntheseroutes te verleggen geloven wetenschappers tegen kanker te kunnen beschermen.'

Een nadeel van planten is dat de concentratie fytochemicaliën varieert per soort, per variëteit, per grondsoort, met het seizoen en met de weersomstandigheden tijdens groei en rijping.

"Dat is waar als je van het hele produkt uitgaat. Maar als je fracties van een voedingsmiddel neemt en die aan andere voeding toevoegt, kun je standaardiseren op een gewenste hoeveelheid van een actieve stof. Dat is onderdeel van het designer foods concept. Als je de pulp uit sinaasappel haalt is wat je over houdt nog steeds sinaasappelsap. Je kunt dat mengen met ander sinaasappelsap en hebt dan nog steeds sinaasappelsap.

Je kunt een stap verder gaan. Stel dat je na chemische analyse in sinaasappelsap twintig fytochemicaliën vind die volgens de wetenschappelijke literatuur bescherming bieden tegen hart- en vaatziekten, tegen kanker en tegen DNA-beschadiging. Ik geef dat sap aan gezonde mensen - drie glazen per dag - en ik meet de concentratie van deze twintig stoffen in hun bloed. Stel dat zes ervan in meetbare concentraties voorkomen en dus de passage door het maag-darmkanaal hebben overleefd. Met die informatie ga ik naar een voedseltechnoloog en vraag hem een sinaasappelsap te bereiden waarin die zes moleculen in gewenste concentraties voorkomen. De voedseltechnoloog kan sinaasappelsap op verschillende manieren ontleden en uit die concentraten een sap formuleren met de gewenste eigenschappen. Ik spreek van formuleren, niet van verrijken of toevoegen. Ik zou hem vragen om een sap te maken waarvan - gelet op die zes fytochemicaliën die ik belangrijk vind - in een glas niet het normale equivalent van vier sinaasappelen voorkomt, maar het equivalent van twintig sinaasappelen. In de VS heet zo'n sap nog steeds sinaasappelsap en is nog steeds een voedingsmiddel, geen medicijn.

U beschouwt designer foods als voedsel en niet als geneesmiddel?

"Hoewel soms wordt geprobeerd het designer foods concept te veranderen gaat het nog steeds uitsluitend om voedsel. Er zijn tegenwoordig echter onderzoekers die voor de erkenning van nutriceuticals ijveren. Volgens hen zijn er voedingsmiddelen met harde medisch indicaties te bereiden. De vitamine- en mineralenpreparaten kunnen er bijvoorbeeld onder vallen. Er wordt gepleit voor regelgeving op een gebied tussen voeding en geneesmiddelen. De nutriceuten hebben hun doel nog niet bereikt, maar in de dit jaar van kracht geworden Nutrition Education Labeling Act zijn medische soft claims op bepaalde voedingsmiddelen toegestaan. Soft claims mogen een verband leggen tussen medische preventie of het genezen van ziekten en het eten van bepaalde voedingsmiddelen. De toegestane claims worden limitatief in de wet geregeld. Een soft claim over calcium en osteoporose is door de Food and Drug Administration goedgekeurd. Als een voedingsmiddel meer dan een bepaalde hoeveelheid calcium bevat mag de fabrikant op de verpakking zetten dat de inhoud misschien osteoporose helpt voorkomen.'

Er zitten niet alleen beschermende stoffen in onze voeding, maar ook stoffen die kanker bevorderen. Naar schatting 30 tot 70% van de kankers - de meningen lopen daarover uiteen - worden door voedsel veroorzaakt. Blijven die schadelijke stoffen aanwezig in designer foods?

De veiligheid van voedingsmiddelen is primair de verantwoordelijkheid van de producent. Maar de wetten zijn niet duidelijk op dat punt. In voedingsmiddelen zitten soms stofwisselingsprodukten van schimmels die kankerverwekkend of schadelijk voor DNA kunnen zijn. Pesticide- en herbicideconcentraties zijn soms nog meetbaar. In de VS bestaat verder ongerustheid over de invloed van zowel huishoudelijke als industriële voedselbereiding op de ziekmakende eigenschappen. Vlees bakken of roosteren is een bekend probleem. Daarbij reageert de creatinine in spiercellen met aromatische aminozuren. Er ontstaat een heterocyclisch amine, dat in de lever wordt omgezet in een krachtig long-, blaas- en darmcarcinogeen. Wat betekent dit voor de volksgezondheid? Iedereen wordt doodsbang als je hem vertelt dat een rauw tartaartje een gevaarlijke kankerverwekker wordt zodra het een big mac is. De creatininereactie voorkom je als je vlees drie minuten in de magnetron stopt. De spiercellen worden opgeblazen door het verhitte water. Het sap komt uit de cellen. Dat gooi je weg, want daar zit bijna alle creatinine in. Daarna kan het vlees worden gebakken of geroosterd waarbij een minimale hoeveelheid schadelijke moleculen ontstaat. Deze magnetronbehandeling is onderdeel van de nieuwe aanbevelingen van het National Cancer Institute. Drie minuten en het is veilig.'

Het kost nogal wat moeite om natuurlijk voorkomende stoffen in voedingsmiddelen op hoeveelheid te standaardiseren. Wat is er verkeerd aan een pil met synthetische stoffen ter preventie van ziekten?

"Synthetisch vitamine C is precies hetzelfde als vitamine C uit rozebottel of citroenen. Geen twijfel aan. Maar met vitamine E is het al een ander verhaal. Synthetisch vitamine E is een racemisch mengsel, waarin acht moleculen voorkomen die chemisch gelijk zijn, maar waarin vier paren rond verschillende atomen elkaars spiegelbeeld. Slechts een van die acht vormen is biologisch actief. Ik geef toe, stereospecifieke synthese is tegenwoordig mogelijk, maar synthese is veel duurder dan vitamine E uit soja halen.

Er is echter nog een bezwaar. In de VS onderscheiden we voedselbereiding, voedseladditieven en geneesmiddelen. Vaak kost een nieuw voedseladditief net zoveel als de ontwikkeling van een nieuw medicijn. Wij werken aan voeding en de natuurlijk voorkomende fytochemische stoffen. We formuleren zinvolle combinaties die op wetenschappelijke gronden te verdedigen zijn.'

En dan komen er sappen, candy bars en brood waarvan de fabrikanten claimen dat ze beschermen tegen een bepaalde ziekte?

"Die claim kun je in de VS en hier niet aan voedsel verbinden. Het is verboden om te zeggen dat een glas per dag van een met carotenoïden geformuleerde sinaasappelsap beschermt tegen longkanker. Het duurt ook nog wel enige tijd voor er designer foods op de markt verschijnen, maar de ontwikkeling is niet meer af te stoppen. Alle grote voedingsmiddelenconcerns zijn er inmiddels mee bezig. De enorme concurrentie tussen de voedingsmiddelenindustrieën in de VS versnelt het proces op het ogenblik enorm. Niet alle analytische chemische basiskennis is echter al aanwezig. In proefdieren moet je veiligheids- en werkzaamheidsstudies doen. Daarna zijn er menselijke studies nodig, allereerst om de opname van fytochemicaliën en de relatie tussen bloedspiegels ervan en bepaalde stofwisselingsfuncties te bepalen. In het designer foods project ven het NCI concentreerden we ons allereerst op enkele stofwisselingsprocessen en een kleine groep voedingsbestanddelen. De voedingsmiddelen zijn lijnzaad, zoethout, knoflook, ontvet sojameel, schermbloemige groenten en citrusvruchten. We bestuderen hun invloed op de steroïdhormoonstofwisseling, prostaglandinenstofwisseling en de manier waarop we lichaamsvreemde stoffen afbreken. Daarbij spelen anti-oxydanten een grote rol.'

Waarom koos u bijvoorbeeld steroïdhormonen?

"Oestrogeenafhankelijke borstkanker is een veelvoorkomende vorm van borstkanker waarbij de tumorgroei gerelateerd is aan de hoeveelheid oestrogeen in het lichaam. Als oestrogeenreceptoren op de borstweefselcel het oestrogeen herkennen, gaan de cellen snel delen. Borstkanker is een belangrijk gezondheidsprobleem voor vrouwen. Er is zoveel bekend over de steroïdenstofwisseling dat je kunt nadenken over beïnvloeding via de voeding.

In het vrouwenlichaam wordt cholesterol - zowel die uit de voeding Oestradiol wordt in het lichaam, vooral in de lever, op twee manieren afgebroken. Er kan een OH-groep op de koolstofatoom 2 of koolstofatoom 16 van het steroïdeskelet worden gesynthetiseerd. Bij 16-hydroxylering wordt het een krachtig soort oestrogeen dat rotsvast aan de oestrogeenreceptor bindt. Het blijft daar zodat de receptor voortdurend signalen de cel in stuurt die zeggen dat het tijd is om te delen. Het 2-hydroxyleringsprodukt heeft geen receptorbindende activiteit. De verhouding tussen in het bloed circulerende 16- en 2-hydroxyleringsprodukten wordt beschouwd als een maat voor het risico op borstkanker. Vrouwen met een hoge 16/2 verhouding behoren tot een hoge risicogroep voor borstkanker en baarmoederkanker.'

Hoe moet die risicogroep zich wapenen?

"Groenten als kool, broccoli, bloemkool, spruitjes en boerenkool, die tot de familie van de kruisbloemigen behoren, bevatten indolen. Die bevorderen in de lever selectief de 2-hydroxylering. Veel invloed op 16-hydroxylering hebben ze niet, maar de verhouding verandert er toch al door. Maar er zijn mogelijkheden voor een synergetisch effect. Zoethoutwortel bevat een soort triterpenoïden die lijken op het steroïdhormoon aldosteron in het lichaam. Hoge concentraties daarvan kunnen de aldosteronactiviteit verhogen. Daardoor wordt water en natrium in het lichaam gehouden wat resulteert in hoge bloeddruk. Dat weet iedereen want te veel drop veroorzaakt hoge bloeddruk. Door excessieve dropconsumptie zijn zelfs doden gerapporteerd, hoewel je bijna een kilo per dag moet eten om giftige waarden te bereiken.

Lage concentraties zoethoutextract bevorderen niet alleen de 2-hydroxylering, maar verminderen ook de 16-hydroxylering. Samengevoegd hebben kruisbloemige groenten en zoethout een synergetische werking. Je hebt aan lagere concentraties voldoende om de 16/2 verhouding te verlagen.'

Dat klinkt goed, maar indolen en triterpenoïden zullen wel niet alleen invloed hebben op de oestrogeenafbraak. Wat doen ze verder in het lichaam. Is er een risico van overdosering?

"Er is altijd een risico. Maar het is moeilijk om met gewone voeding of met designer food schadelijke concentraties te bereiken, alleen al omdat je je ongans moet eten. Wij deden bijvoorbeeld een experiment met een groentedrank met schermbloemigen. Wortel, selderij en peterselie zijn bijvoorbeeld schermbloemigen. In die drank zat 40% tomate-, 15% wortel- en 10% selderijsap, wat kruiden en voor de rest water. We gaven dat sap, een flink glas, een-, twee- of driemaal daags aan gezonde vrijwilligers. De mensen die driemaal daags namen begonnen na ruim twee weken oranje te kleuren. Dit is niet toxisch. Er is geen hoogste dosering van carotenen bekend. Je kunt het natuurlijk wel een ongewenste bijwerking noemen. Daarom moet je voor designer foods de dosis zoeken die routinematig met het voedsel kan worden opgenomen die de maximale impact op de stofwisseling heeft.

Maar er zijn natuurlijk risicogroepen. Ouderen slikken vaak medicijnen. Veel slikken medicijnen die het bloed niet laten stollen. Anti-oxyderende vitaminen kunnen de werking daarvan versterken. Het is duidelijk dat mensen met hun arts over hun dieet moet praten. Maar dat is onderdeel van de toekomstige medische onderzoek. Artsen worden beter getraind, ze raken erop gespitst en spreken met hun patiënten over hun eten. Gezonder voedsel zal de volksgezondheid verbeteren, maar iedereen die zijn dieet ingrijpend wil veranderen raad ik aan om er met zijn arts of diëtist over te spreken.'