De Kloof

Bij het artikel "De Kloof - Van middenschool naar Basisvorming' in W&O van 10 sept. vallen enkele kanttekeningen te plaatsen.

1. Het LBO heet sinds augustus VBO, Voorbereidend Beroepsonderwijs. Naast de naamsverandering zijn er overigens ook niet onbelangrijke inhoudelijke accentverschuivingen doorgevoerd.

2. Of aardrijkskunde in uren terugloopt is zeer de vraag. De recente adviestabel, opgenomen in het "Inrichtingsbesluit dagscholen VWO-AVO-VBO', vergeleken met de huidige minimumtabel, wijst daar zeker niet op. Alleen voor Maatschappijleer, Kunstzinnige vakken en Lichamelijke Opvoeding komen verplichte mimimumtabellen. Alle andere vakken kennen alleen nog maar adviestabellen. Neemt een school de adviestabel over, dan blijven MAVO en VWO gelijk en levert HAVO uren in. Het VBO krijgt er dan uren bij, omdat in de huidige praktijk veel VBO-scholen de eerste 2 jaar 1 uur aardrijkskunde per week geven, wat neerkomt op 80 uur.

3. Als HAVO/VWO-scholen kiezen voor een tweejarige Basisvorming dient dat m.i. geen enkel doel. Bovendien maken ze het de roostermaker en leerlingen onnodig moeilijk. De roostermaker moet alle vakken in de eerste twee jaar proppen en de leerlingen moeten alle kerndoelen voor alle vakken in die periode afgerond hebben. Maar de leerlingen zitten het derde jaar toch ook nog op de school? Bovendien is er geen leerling die thuiskomt met "Hoi mam, ik heb de Basisvorming gehaald.' Wel nee. Hij gaat, hopelijk, over van 2-HAVO naar 3-HAVO en ongemerkt heeft hij in november van het tweede jaar de kerndoelen van geschiedenis afgerond en in maart van het derde jaar de kerndoelen voor Nederlands.

Basisvorming is in essentie een inhoudelijke vernieuwing van het bestaande onderwijs en dus van de schooltypen VBO, MAVO, HAVO, VWO. Als je die vernieuwing - toepassingsgericht onderwijs met meer aandacht voor vaardigheden - laat stoppen aan het eind van leerjaar 2 om in leerjaar 3 weer "gewoon' te gaan lesgeven heeft de school/schoolleiding er niets van begrepen. De docent moet de gelegenheid hebben anders te leren omgaan met lesstof, te variëren in didactische werkvormen en buiten het kader van z'n eigen vak te kijken en denken. Niet alleen in leerjaren 1 en 2. Sterker nog: liefst niet alleen tijdens de Basisvormingsperiode, maar tijdens alle leerjaren.

    • M.A.G. van Werkhooven