De Hef vormt de ziel van de stad

Sommige kunstwerken is het gegeven boven zichzelf uit te stijgen en tot een symbool te worden van iets dat groter is dan zijzelf. Kunstwerken, al dan niet civiel, waarvan alleen al de naam als een steen in de vijver van het collectieve beeldgeheugen werkt, die hun tijdperk en meer dan dat in zich verenigen. Voor een stad die in de oorlog haar hart verloor is Rotterdam relatief rijk aan dergelijke monumenten: het beeld van Zadkine, en de spoorbrug de Hef.

Vandaag bespreekt de Rotterdamse gemeenteraad de toekomst van de Hef. Het college van B en W is zo verdeeld, dat het eerlijkheidshalve twee voorstellen aan de raad heeft gestuurd, één voor sloop en één voor behoud. De redenen om de Hef te slopen lijken redelijk: als de nieuwe spoortunnel open gaat is de Hef overbodig, zij hindert het scheepvaartverkeer, behoud is duur en bovendien is al in 1983 het sloopcontract getekend.

Rotterdam viert juist nu het feit dat de stad al drie decennia lang de grootste haven ter wereld is. De stad heeft onlangs besloten miljoenen extra uit te trekken voor de nieuwe brug over de Maas, de "Zwaan' van Ben van Berkel. Hoe is het dan te verklaren dat juist nu de Hef - "een triomfboog', zoals de NRC in 1926 schreef - zou moeten verdwijnen? Dan moet er op z'n minst een serieus haalbaarheidsonderzoek worden gedaan naar nieuwe bestemmingen en moeten de mogelijkheden van sponsoring goed zijn onderzocht.

De Hef is prachtig, een monument dat niet gemaakt is om te behagen maar om te functioneren, en dat daarmee de ruwe schoonheid van zijn stad belichaamt. Van een besluit tot sloop zal de stad tot in de lengte der dagen spijt hebben. Zuinigheid met wat zo plechtig cultureel erfgoed heet, hoeft niet te getuigen van een sentimentele heemschuttersmentaliteit, maar juist van besef voor die dingen waaruit de ziel van de stad bestaat.