Britse pond speelt met Unilever-aandeel

Vanmorgen ging op de Amsterdamse effectenbeurs het gerucht rond dat speculanten hun aandelen in Unilever NV inwisselen voor aandelen in Unilever PLC. De belangstelling voor de Britse tak van Unilever, die een eigen notering heeft aan de Londense beurs, zou het gevolg zijn van de sterk gedaalde koers van het Britse pond, waardoor de aandelen PLC voor Nederlandse beleggers goedkoper zijn geworden. De koers van de aandelen Unilever NV is de afgelopen dagen gedaald.

De valutaschommelingen zijn volgens een analist van Theodoor Gillisen Bankiers geen afdoende verklaring, “beleggers kijken naar de relatieve onderwaardering.” Deze morgen stond de koers van het aandeel Unilever PLC op 1030 pence, terwijl het aandeel Unilever NV omgerekend op 958 pence uitkwam. Daarmee is het Nederlandse aandeel bijna zeven procent ondergewaardeerd en dus aantrekkelijker voor beleggers dan het Britse aandeel. De onderwaardering is wel minder geworden, omdat de Unilever-koers in Nederland de afgelopen maanden sneller is gestegen dan in Engeland.

Dat de aandelen Unilever nu in Amsterdam lager noteren, heeft volgens de analist minder te maken met grensoverschrijdende beleggers - “al gebeurt dat wel heel vaak” - maar met de minder positieve verwachtingen in Nederland. “In ponden uitgedrukt neemt de winst nu veel meer toe dan in guldens”, zegt een analist van Credit Lyonnais, “en daardoor is het sentiment ten opzichte van de PLC's bij Britse beleggers nu gunstig”. Voor de koers van de aandelen Unilever NV is volgens hem heel belangrijk wat de reactie van de Amerikaanse beleggers de komende maanden zal zijn.

De waardering voor aandelen Unilever NV en PLC ten opzichte van elkaar is de afgelopen jaren sterk veranderd. In 1987 was het verschil het grootst: toen waren de Nederlandse aandelen 13 procent ondergewaardeerd. In 1990 was de situatie geheel omgedraaid en waren de Nederlandse aandelen 11 procent overgewaardeerd. Dat verschil is nu weer omgeslagen in 7 procent onderwaardering.

Vooral grote beleggers zoals pensioenfondsen, die weinig hinder ondervinden van fiscale verschillen tussen Engeland en Nederland en over voldoende mogelijkheden beschikken om zich tegen valutawisselingen in te dekken, profiteren van deze schommelingen.