Westerse problemen beheersen jaarvergadering van het IMF

WASHINGTON, 23 SEPT. Een breed gedragen gevoel dat de internationale gemeenschap de moeilijkste periode in de na-oorlogse economische verhoudingen doormaakt, beheerste gisteren de openingsdag van de jaarvergadering van het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank. Deze jamboree van duizenden bankiers en van financiële en monetaire autoriteiten uit de hele wereld heeft dit jaar plaats tegen de achtergrond van een opeenstapeling van economische uitdagingen waarvan de omvang nog nauwelijks is afgetast.

Het gevoel van machteloosheid wordt door drie factoren gevoed. Nog nooit hebben zoveel problemen zich gelijktijdig voorgedaan, terwijl ze van een complexiteit zijn waarvoor geen bewezen oplossingen bestaan. Ten slotte is sprake van een opzichtig gebrek aan leiderschap: de VS hebben zich van het internationale economische toneel teruggetrokken. De dollar is aan zijn lot overgelaten en zelfs de toespraak die de Amerikaanse president traditioneel houdt ter opening van de jaarvergadering, ging voor het eerst sinds onheugelijke tijden niet door.

Europa biedt geen alternatief voor leiderschap: de Europese landen moeten eerst de bijna-ineenstorting van het Europese Monetaire Stelsel van vorige week verwerken en hebben hun handen vol aan crisismanagement voor een nieuwe aanval op het EMS. De uitspraak van de Franse minister van financiën, Michel Sapin, gisteren in Parijs, dat de koers van de franc “onschendbaar” is en de steunaankopen van de Banque de France om de belegerde franc op koers te houden, versterkten het gevoel van een déja vu: ook de pond-crisis begon met politieke verklaringen over de onaantastbaarheid van de koers en massale steunaankopen.

Niet alleen de aanhoudende chaos in het EMS en de inspanningen om de monetaire as Duitsland-Frankrijk voor bezwijken te behouden, maar ook de "schaar' in de rentebewegingen tussen de VS en Duitsland, de afwezigheid van geloofwaardige beleidscoördinatie en de gelijktijdig optredende economische stagnatie in Japan, Duitsland en de VS zijn zonder na-oorlogs precedenten. Ze trekken alle aandacht terwijl bovendien de omschakeling van Rusland en de overige ex-communistische staten voor de deur staat, de Aziatische landen grotere marktaandelen opeisen, Latijns-Amerika de schuldencrisis van zich afschudt en Afrika verder wegzakt in een moeras van burgeroorlogen en onderontwikkeling.

Lewis Preston, de Wall street-bankier die vorig jaar president van de Wereldbank werd, vatte het gevoel van verlamming in de Westerse wereld samen: “Nu de Koude oorlog voorbij is, maken kwade kiezers zich zorgen om binnenlandse economische problemen. Handelsfricties nemen toe, de economieën van de ex-Sovjet-Unie en van de armste landen in de wereld krimpen in.”

De malaise van twee opeenvolgende magere jaren en de vooruitzichten op nog een jaar waarin de Westerse economieën nauwelijks van hun plaats zullen komen, is overal zichtbaar. De bankrecepties, die de IMF-jaarvergaderingen traditioneel begeleiden met een overdaad aan champagne en oesters, zijn soberder, de rijen met zwarte streched limousines zijn korter dan voorgaande jaren.

Het recept voor economische beterschap is simpel genoeg en het werd gisteren verwoord door Michel Camdessus, directeur van het IMF. Het is een kwestie van een verkeerde policy mix, zei hij: de autoriteiten hebben hun economische sturingsvermogen uit handen gegeven doordat het begrotingsbeleid en het monetaire beleid niet met elkaar sporen. Alle last komt terecht op het monetaire beleid.

De VS en Duitsland moeten daarom dringend beginnen met vermindering van hun overheidstekorten. Dat is de enige manier om ruimte te scheppen voor aanpassingen van het monetaire beleid, verlaging van de korte rente in het geval van Duitsland en van de lange rente in de VS. Bovendien, aldus Camedessus, moeten de industrielanden hun internationale samenwerking versterken.

Terwijl de directeur van het IMF gisterochtend deze orthodoxe waarschuwingen uitsprak op de jaarvergadering, zetten de valutahandelaren hun aanval op de restanten van het EMS voort. Na de lire en het pond kwamen de Spaanse peseta, het Ierse punt, de Deense kroon en vooral de Franse franc onder hernieuwde speculatieve druk te staan. De Duitse autoriteiten putten zich, voor de derde achtereenvolgende dag, uit in verbale ondersteuning van de franc. Minister van financiën Waigel en Bundesbank-president Schlesinger loofden het stabiliteitsbeleid dat Frankrijk sinds 1983 voert, prezen de solide fundamenten van de Franse economie en verklaarden dat de franc tot de "harde kern' van de Europese valuta behoort. “Speculeren tegen de de fundamenten heeft geen enkele kans”, verzekerde Waigel - en dat lag in het geval van het pond precies omgekeerd.

Van Franse kant werd de vastbeslotenheid om de franc binnen zijn smalle band van het EMS te houden onderstreept door nieuwe steunaankopen door de Banque de France. Maar vasthouden aan een bepaalde koers om redenen van politiek prestige maakt, zo hebben de Britten de afgelopen week geleerd, de yuppies van de valutamarkten alleen maar gretiger. Dan ruiken ze bloed - en winst.

De Britten poogden intussen om de schade van de verwijdering van het pond uit het EMS te beperken. Groot-Brittannië blijft de allerhoogste prioriteit geven aan prijsstabiliteit, beloofde de president van de Bank of England, Robin Leigh-Pemberton, terwijl de Britse rentetarieven gisteren opnieuw verlaagd werden. Een spoedige terugkeer van het pond in het EMS is niet te verwachten, zeker niet op Britse voorwaarden. De overige EMS-landen hebben de Britten duidelijk gemaakt dat na de eenzijdig vastgestelde koers van DM 2,95 voor een pond waarop de Britten in oktober 1990 toetraden, een eventuele nieuwe centrale koers door alle EMS-leden moet worden goedgekeurd.

De jaarvergadering van het IMF, de organisatie die in 1944 werd opgezet om wisselkoersstabiliteit in de wereld te bereiken, bleef intussen prooi van geruchten over instabiliteit, over nieuwe aanpassingen in het EMS, over een spoedberaad van het Monetair Comité, over crisisoverleg tussen de Fransen en Duitsers. Het wachten in Washington was op een verklaring uit Parijs die de Duitse bondskanselier zou afgeven na zijn gesprek met de Franse president.

De Russische inflatie van ruim 1000 procent, het akkoord van Brazilië met de banken voor schuldvermindering, het uitblijven van geld voor de armste landen en al die andere onderwerpen met een strekking van langere adem dan de waan van de beeldschermen op de financiële markten, blijven op aandacht wachten.