Wat blijft

Gesteld dat de afgelopen week het communisme nog in volle fleur was geweest en Moskou het centrum van de halve wereld; zouden dan niet de chaos op de Europese geldmarkt, de devaluatie van de lire, het Franse referendum met zijn pseudo-beslissing en het gehakketak over de militaire dienst van Dan Quayle en Bill Clinton als de laatste doorslaggevende bewijzen voor de ondergang van het kapitalisme zijn beschouwd? Zou de Westelijke wereld zich niet hebben geschaamd en er signalen in hebben gezien dat de eigen maatschappij, de politieke beschaving niet deugde? Zouden ze niet worden lastig gevallen met nieuwlichters van de Morele Herbewapening en verscheidene visionairen van uiteenlopende partijen die hun zendingsdrift op de volken wilden proberen? Het laatste nieuws uit het westen is de droom van een oude Sovjet-propagandist.

Maar het communisme is verslagen en daarom kan de Westelijke wereld zich al die vraagstukken gelijktijdig veroorloven zonder te worden getroffen door de honende kritiek van een grote vijand.

In drie jaar is de supermacht met zijn bondgenoten vervallen tot een mêlee van strijdende belangen waaraan zelfs de dringende behoefte tot eensgezindheid ontbreekt.

Van het begin af is het besluit van Mitterrand, een referendum te houden door de Maastricht-Europeanen als een onverantwoordelijke daad beschouwd. Europa kon zich het "nee' van de Denen nog veroorlogen. In Frankrijk had alleen een "ja' met een meerderheid van driekwart een redelijke grondslag gegeven tot voortzetting van de lijn die met Maastricht is gegeven. Een duidelijk "nee' was voor andere landen een voorbeeld geweest ook een referendum te houden en daarna voor de kiezers een aanleiding de Fransen te volgen. Een meerderheid van 1,6 procent is voor de oppositie tegen Maastricht in andere landen een aanmoediging tot een referendum, terwijl de voorstanders een argument minder hebben om dat te weigeren.

Met uitslagen van omstreeks vijftig procent wordt in een democratie geen politiek van radicale verandering gemaakt. Evenmin is er een grondslag voor behoud van het oude mee gegeven. Zo'n resultaat rechtvaardigt in een democratie alleen een politiek van trage compromissen, en daarmee is het referendum geworden tot een middel dat het tegendeel bereikt van hetgeen werd beoogd.

Intussen draait het in Europa van dag tot dag niet om datgene wat het verdrag van Maastricht over vijf jaar voorschrijft. In werkelijkheid gaat het om de blijvende vraagstukken die in de Europese politiek een voortgezette fragmentarisering hebben veroorzaakt. Het is begonnen met de Joegoslavische burgeroorlog waaraan een reeks van conferenties, een boycot, dringende beroepen en andere unaniem toegepaste lapmiddelen geen eind heeft gemaakt. Daarop is de stroom van vluchtelingen gevolgd die nu, zoals iedereen had kunnen voorzien, politieke ruzies in de ontvangende landen veroorzaakt. Het is relatief gering vergeleken bij wat de Duitsers in de voormalige DDR overkomt. De investering van miljarden is niet voldoende om na drie jaar een begin van economisch herstel te bewerkstelligen. Economische malaise gepaard aan de aanwezigheid van grote hoeveelheden vluchtelingen leidt tot agressie van rechts-radicalen met wie, zoals nu in Rostock is gebleken, door een deel van de politie en plaatselijke politici is gesympathiseerd. Dat is een fase verder dan spontane kloppartijen.

De voormalige DDR is een demonstratiemodel. In Polen werken Russische gastarbeiders; het land is een doorgangsgebied voor Roemenen op weg naar Duitsland en het verdere westen. Bonn financiert de verbetering van de Poolse grensbewaking. Er bestaat geen enkele hoop dat de economieën van Roemenië en de landen van het GOS binnenkort zullen verbeteren; er is in tegendeel een gerede kans dat daar burgeroorlogen zullen uitbreken. De pogingen van de afgelopen drie jaar om een gecoördineerd hulpprogramma voor de verliezers van de Koude Oorlog op touw te zetten, zijn mislukt. Het is trouwens de vraag of de overwinnaars daarvoor de middelen zouden hebben als ze al de politieke overtuiging konden opbrengen. In het Europese binnenland vraagt een totaal van 14 miljoen werklozen de aandacht. De monetaire politiek van Duitsland, voortgekomen uit de lasten van de vereniging, belemmert de Britten hun eigen monetaire politiek ter bestrijding van de recessie te voeren.

Drie jaar na de bevestiging van de overwinning herontdekt Europa zich als het middelpunt van een aantal concentrische vicieuze cirkels. De eerste is gegeven met de onmacht een hoopvol begin te maken met het economisch herstel der overwonnenen. De tweede komt voort uit het gebrek aan een oplossing voor de migratie. De derde is het monetaire vraagstuk dat weer door het voorgaande wordt veroorzaakt. Met de uitslag van het Franse referendum is de vierde getrokken: de demonstratie van het gebrek aan overtuigingskracht der politici, die door een moedig streven naar eenheid de hoop op een oplossing voor de eerste drie moesten wekken.

Daarom is de overwinning van 1,6 procent niet simpelweg een nederlaag voor de Maastricht-Europeanen; het is een bevestiging van de algemene Europese crisis omdat het de oorzaken daarvan onverlet laat. Wat onder zulke omstandigheden blijft, kan alleen gevaarlijker worden.