Tijdbom geplaatst onder Turkse regeringscoalitie

De heroprichting van de Republikeinse Volkspartij, het geesteskind van de Turkse hervormer Atatürk, heeft politiek Turkije in rep en roer gebracht. De vraag is niet alleen of de tien maanden oude coalitieregering van sociaal-democraten en conservatieven genoeg zetels overhoudt voor een meerderheid in het parlement, maar tevens wanneer er in Turkije vervroegde algemene verkiezingen worden gehouden.

ANKARA, 23 SEPT. De Turkse premier Süleyman Demirel spreekt bezwerende taal, maar ondertussen staat zijn huis in brand. De coalitieregering rust nog maar op een nipte meerderheid van enkele zetels in het parlement nu de sociaal-democratische parlementariërs in grote getale terugkeren naar hun oude, vertrouwde huis, de Republikeinse Volkspartij (CHP).

In de hoop dat het de sociaal-democraten onder leiding van de ambitieuze Deniz Baykal in de toekomst beter mag vergaan, werd de partij van de Turkse hervormer Atatürk deze maand heropgericht. Een bewijs, zo wordt algemeen in Turkije gezegd, dat de militaire leiders van de coup in september l980 een ingrijpende fout hebben gemaakt: partijen kun je sluiten; hun bezittingen confisqueren, maar politieke ideologieën blijven overeind.

De CHP is de eerste partij die na de afkondiging van een nieuwe wet, die de oude politieke organen in staat stelt om zich opnieuw te organiseren, weer aan de oppervlakte verschijnt. Deels uit ongenoegen over het falende beleid van de regerende Sociaal-Democratische Volkspartij (SHP) onder leiding van professor Erdal Inüon; deels met het idee om de verdeelde sociaal-democraten in Turkije onder één dak te verenigen.

De poging van de oude leider van de CHP, Bülent Ecevit, om zich opnieuw tot voorman te laten kiezen liep ook op niets uit. Ecevit, die zijn sporen heeft verdiend als sociaal-democratisch leider en minister van arbeid, is de laatste jaren controversieel geworden. Hem wordt verweten persoonlijke rancune tot locomotief van zijn politiek handelen te hebben gemaakt, waar zijn kleine Democratisch Linkse Partij het bewijs van is.

De voorkeur ging uiteindelijk uit naar Deniz Baykal, die binnen de SHP al twee keer heeft geprobeerd om Inüon uit het zadel te wippen. Waarmee de heroprichting van de CHP voor hem tevens een mogelijkheid was om de rekening met zijn politieke rivaal te vereffenen. In kringen buiten de CHP wordt dan ook met enige huiver afgewacht of Baykal wel in staat is zijn persoonlijke ambities om te buigen in democratisch leiderschap. Meteen na het oprichtingscongres van de CHP bruiste de Turkse politiek evenwel van nieuw leven. Ongetwijfeld tevens een manier om even te ontsnappen aan een zekere mate van moedeloosheid die niet alleen van de coalitiepartners afstraalt, maar die tevens de oppositionele conservatief-liberale Moederlandpartij, waarvan president Turgut Özal de geestelijke vader is, parten speelt. Net zo min als de regering volledig bij machte lijkt democratische hervormingen door te voeren, zo blijkt ook de Moederlandpartij niet echt in staat om de rol van oppositiepartij voldoende uit te buiten. Een ontwikkeling die grotendeels wordt geweten aan de liberale leider Mesut Yilmaz, een serieuze politicus waar eigenlijk niets op aan te merken valt, maar die het charisme ontbeert om zalen en pleinen in beroering te brengen.

Een verschil bovendien met Baykal, die alle aandacht nu op zich heeft gericht. Welbewust is hij bezig een tijdbom onder de regeringscoalitie te plaatsen door meer en meer parlementariërs, zelfs uit het conservatieve kamp van premier Demirel, naar zich toe te lokken. Dezen kunnen niet zo maar overlopen naar de CHP, omdat de Turkse grondwet het tussentijds wisselen van partij verbiedt. Maar daar is natuurlijk al lang een juridisch foefje op gevonden. Men wordt eerst lid van een nieuw op te richten politieke partij - dat kan als minimaal 20 parlementariërs zich verenigen en dat is inmiddels al het geval - waarna deze partij vervolgens opgaat in de CHP. Het wachten is nu op die manoeuvre, waarna in feite de CHP weer terug is in het parlement.

Wat Baykal in feite voor ogen staat is macht, en wel op heel korte termijn. Baykal wil de leider worden van de grootste sociaal-democratische partij in Turkije, en hij mikt op vervroegde algemene verkiezingen om dat te bewerkstelligen. Of en wanneer dat gaat gebeuren hangt af van het feit of de CHP erin slaagt zoveel parlementariërs van de SHP aan te trekken dat de regeringscoalitie niet meer over een meerderheid in het 450 zetels tellende parlement beschikt.

Premier Demirel schuift het probleem voorlopig op het bord van de sociaal-democraten zelf. Zolang zijn coalitieregering nog niet door een motie van wantrouwen kan worden weggestemd, zijn zijn positie en die van zijn conservatieve Partij van het Juiste Pad immers nog niet echt in het geding. Maar ook hij voelt de hete adem van Baykal in de nek.

    • Froukje Santing