Sacrale woorden

De belastingregels zijn zo ingewikkeld dat de fiscus de helpende hand biedt aan mensen die er geen wijs meer uit worden.

Maar met die hulpvaardige houding is het afgelopen zodra de burger het waagt de wet op een andere manier te interpreteren dan de inspecteur doet en naar de rechter stapt. De inspecteur kan zich dan ontpoppen als een tegenstander die juist profiteert van de onwetendheid van een belastingbetaler. Kan de niet fiscaal geschoolde burger in zo'n situatie op hulp van de rechter rekenen? Vaak zal de rechter inderdaad proberen de balans wat in evenwicht te brengen. Soms stuit hij daarbij op wettelijke belemmeringen. Zo mag een belastingrechter zich niet bemoeien met zaken die niet uitdrukkelijk tot inzet van de procedure zijn gemaakt. Anders treedt hij, zoals dat heet, buiten de rechtsstrijd.

Een recent vonnis illustreert zowel het misbruik van kennisoverwicht door de inspecteur als de problemen van een rechter die iemand daartegen in bescherming wil nemen. De zaak draaide om een kleine ondernemer in Zeeland. Van bedrijfsvoering had de man weinig verstand en van belastingrecht nog minder. De inspecteur had hem (terecht) aangeslagen voor ruim 7.000 gulden te weinig betaalde BTW en had daarbij meteen een administratieve boete van ruim 3.000 gulden opgelegd. Zo'n boete moet volgens Europese rechtsnormen aan strenge eisen voldoen. Omdat de belastingdienst die eisen jaren over het hoofd heeft gezien, zijn een tijdlang de meeste administratieve boetes door de rechters ongedaan gemaakt.

Maar de rechter mag dat niet op eigen houtje doen. De belastingbetaler moet uitdrukkelijk een beroep doen op het negeren van die Europese regels. Elke belastingadviseur van enig niveau kent ze uit het hoofd. Mensen die zich hun (vaak kostbare) diensten konden veroorloven, beriepen zich dus steevast op de procedurefouten. Zo sneuvelden aan de lopende band voor het overige volkomen terecht opgelegde boetes. Helaas, het handelaartje stond in Middelburg in zijn eentje voor belastingrechter mr. J.W. Ilsink. In de rechtszaal waren tijdens de zitting drie partijen: de rechter, de inspecteur en het handelaartje. De eerste twee wisten dat één woord van de belastingbetaler voldoende zou zijn om een streep door de boete te halen. Maar het handelaartje had de Europese regels niet ingeroepen, zodat mr. Ilsink ze niet in zijn vonnis mocht laten meetellen. Wel ging de rechter zo ver de inspecteur te laten erkennen dat hij niet aan de "Europese formaliteiten' had voldaan. Het handelaartje begreep de hint niet en liet de juristenpraat gelaten over zich heengaan. Triomfantelijk pinde de inspecteur de rechter erop vast dat hij de boete intact moest laten omdat het handelaartje die fout van de belastingdienst niet in de rechtszaak had betrokken.

Toen deed mr. Ilsink iets dat menselijkerwijs heel nobel is, maar juridisch hoogstwaarschijnlijk fout. Met een kronkelredenering haalde hij ondanks de protesten van de inspecteur toch een streep door de boete. De kleine ondernemer heeft geen besef van de juridische bokkesprongen die uit zijn onwetendheid voortvloeiden. Staatssecretaris Van Amelsvoort wel. Die moet vóór 19 oktober beslissen of hij met deze zaak naar de Hoge Raad stapt. Deze hoogste belastingrechter zal de Middelburgse magistraat waarschijnlijk op de vingers tikken omdat deze zijn boekje te buiten is gegaan. De boete blijft dan toch gehandhaafd. Een dergelijk optreden van de staatssecretaris zou evenwel haaks staan op zijn beleid om belastingbetalers welwillend tegemoet te treden. Bovendien zou het politieke vragen kunnen oproepen. Is het acceptabel dat alleen degenen die een belastingadviseur kunnen betalen de heilige woorden kennen waarmee zij hun recht kunnen halen? Mag de fiscus op deze manier profiteren van de juridische onwetendheid van belastingbetalers? Van Amelsvoort moet zijn keuze maken. Rechter Ilsink heeft een moedige stap gezet door de juridisch juiste, maar moreel twijfelachtige argumenten van de inspecteur terzijde te schuiven. Maar Ilsink is een rechter en geen ombudsman. Welhaast als apologie voor zijn juridisch onvolkomen vonnis voegde hij er een opmerkelijke slotpassage aan toe: "Het Hof kan weinig waardering opbrengen voor een Inspecteur die, wetend dat zijn handelwijze niet in overeenstemming is met hetgeen de Hoge Raad leert en evenmin met hetgeen de Staatssecretaris van Financiën zijn ambtenaren voorschrijft, niettemin in zijn onjuiste standpunt volhardt, enkel en alleen omdat de belanghebbende - vermoedelijk uit onwetendheid - verzuimt enige sacrale woorden te spreken. Een dergelijke handelwijze is toch evident in strijd met het door de fiscus jegens de burger in acht te nemen zorgvuldigheidsbeginsel."