Overzichtstentoonstelling Matisse in MoMa New York; Evenwicht, zuiverheid en kalmte

Tentoonstelling: Henri Matisse: A Retrospective. New York, Museum of Modern Art, 11 West 53rd Street, 24 sept. 1 t/m 12 jan. Kaarten $ 12,50 (voor een bepaald tijdstip op een bepaalde dag), te koop in het museum of met credit card bij Ticketmaster, tel. 09-1212-307-4545. Catalogus met essay van samensteller John Elderfield $ 37,50 paperback, $ 75 gebonden.

De tentoonstelling "Henri Matisse: A Retrospective' in het Museum of Modern Art, is het grootste overzicht die ooit aan deze kunstenaar is gewijd (en het eerste sinds 1970). Het MoMa heeft de tweede en derde verdieping, waar gewoonlijk de vaste collectie hangt, geheel ontruimd voor de vierhonderd werken, voornamelijk schilderijen maar ook collages, tekeningen, sculpturen en een theaterkostuum. Dertig schilderijen kwamen uit de Hermitage in St. Petersburg en het Poesjkin Museum in Moskou. Veel werken zijn nooit eerder door hun openbare of particuliere eigenaars uitgeleend. De kans op een herhaling is gering, alleen al door de hoge kosten: vier miljoen dollar. Het meeste ging op aan verzekering; de kunstwerken zijn samen zo'n miljard dollar waard.

Een bezoek aan de tentoonstelling is een ervaring van puur visueel genot. Het verdiept bovendien het inzicht in Matisse' streven naar "evenwicht, zuiverheid en kalmte'. Hij wordt vaak beschouwd als een "makkelijk' schilder, met zijn prachtige kleuren, zijn luxueuze interieurs vol bloemen, vruchten, lome modellen en gedecoreerde tafelkleden. Tegenstanders in zijn eigen tijd vonden hem te hedonistisch, te bourgeois, of te "vrouwelijk'. Hij was zelf de uitvinder van het begrip "leunstoelkunst': “Ik droom van een kunst (. . .) die niet verontrustend of deprimerend is. Een kunst (. . .) die een kalmerende invloed heeft op de geest, zoals een goede leunstoel ontspanning biedt van fysieke vermoeidheid.” (Notes d'un Peintre, 1908). Gertrude Stein, samen met haar broer Leo Matisse verzamelaars van het eerste uur, liet hem na 1915 vallen, omdat hij naar haar mening niet meer voldoende aan het "worstelen' was, zoals Picasso.

Matisse leefde van 1869 tot 1964. Toen de twintig jaar oude aankomend jurist in zijn ouderlijk huis in Bohain-en-Vermandels in Noord-Frankrijk aan het bijkomen was van een blindedarmontsteking gaf zijn moeder hem een verfdoos. Op de tentoonstelling is het daarop volgende ruim zestig jaar lange kunstenaarsleven ingedeeld in zeven fasen. Ze verschillen minder radicaal van elkaar dan de periodes die vriend en concurrerent Picasso doormaakte. Het wordt wel duidelijk hoe Matisse zich steeds weer aan het vernieuwen was, en hoe revolutionair die vernieuwingen waren. La femme au chapeau, het portret van Matisse' vrouw met een lila en blauwe kaak, en een hoed van kleurvegen, was het meest aanstootgevende schilderij uit de Salon d'Automne in Parijs van 1905, waar het begrip Fauvisme geboren werd. Leo Stein vond het "de lelijkste smeer verf' die hij ooit gezien had. Hij kocht het wel, samen met zus Gertrude (voor 500 francs, toen $ 100).

Fauvisme wordt nu voornamelijk geassocieerd met wild kleurgebruik en het is allang niet schokkend meer. Matisse' uitvinding was de bevrijding van kleur: niet meer gebruikt om de realiteit te imiteren, maar om het gevoel van de kunstenaar ten opzichte van zijn onderwerp weer te geven. Kleur werd een zelfstandig element van een schilderij, met evenveel gewicht als alle andere elementen.

Een van de bijzondere belevenissen in het MoMa is dat uit verschillende collecties variaties van schilderijen zijn samengebracht die,sinds ze op Matisse' atelier stonden, zelden of nooit samen te zien waren. Voor deze schilderijen staan en ze met elkaar vergelijken is alsof je over Matisse zijn schouder meekijkt. Er hangen bij voorbeeld twee versies van Le jeune marin, beide uit 1906. Het zijn portretten van een jonge matroos met een pet, die dwars op een stoel zit. De eerste is op Cézanne-achtige manier gemodelleerd. De vlekkerige achtergrond suggereert gras en lucht. In de tweede veroorlooft Matisse zich meer vrijheden: een roze vlakke achtergrond, een vlak rood oor, een roze schoen. De jongen is opeens minder onschuldig geworden.

Adembenemend is de grote zaal waar naast elkaar de reusachtige La Danse I en II hangen (1909 en 1909/10). Ze zijn bijna identiek: vereenvoudigde vrouwenfiguren, deansend in een kring op groen gras tegen een blauwe lucht. Versie I (van het MoMa) is wat lieflijker; de lijven van versie II van de Hermitage zijn roder en gespierder, de dans lijkt woester, de vrouwen schieten in hun vaart bijna uit de randen van het schilderij. In de zaal er naast hangen Capucines a la Danse (I) en (II): twee schilderijen van een bankje, een piedestal met een vaas bloemen en respectievelijk La danse I en II (beide uit 1912). Ze verschillen van kleur en iets van perspektief.

Dit weer herhalen van eerdere schilderijen als achtergrond van nieuwe schilderijen is een van de thema's waar Matisse telkens weer op terugkomt. Het geeft al een gevoel van dansen op zichzelf. In zijn eerste "periode' (1890-1904) verwerkte Matisse in snel tempo de lessen van zijn meesters en tijdgenoten. Hij maakte bruine negentiende-eeuwse academische schilderijtjes, geïnspireerd op Chardin en Hollandse stillevens; impressionistisch, pointillistisch, post-impressionistisch werk, en werk dat doet denken aan Cézanne en Odillon Redon. Hier werden zijn thema's al duidelijk: een doorkijk door raam of deur van binnen naar buiten; een interieur met gedekte tafel waarover een vrouw gebogen staat, ook weer met uitzicht naar buiten; stillevens met bloemen en fruit; een hoek van een atelier met een model; de herhaling van (fragmenten van) zijn eigen schilderijen als decoratief element.

Op het abstractere werk, van vlak voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog, Matisse' antwoord op het kubisme, valt meestal niet de nadruk als men aan Matisse denkt. Hier hangen zes zalen vol. Men vermoedt dat Matisse het kubisme op het oog had, toen hij tegen "het modernisme' preekte. Hij vond dat "bepaalde delen verwezenlijkt werden, ten koste van andere delen', waardoor "een gebrek aan eenheid', daardoor zwakte en een "verwarring van de geest' ontstond. In zijn abstracties bereikt Matisse zelf zijn grootste harmonie. Hij verwerkt al zijn eerdere thema's (men is geneigd naar voorafgaande zalen terug te lopen voor vergelijkingen), maar sommige van de doeken zijn nauwelijks meer als figuratief te herkennen. Bij voorbeeld: het schitterende, bijna egaal blauwe schilderij Une vue de Notre-Dame (1914); lege vertikale zwarte, blauwe, groene en grijsgroene vlakken in Porte Fenêtre a Collioure' (1914) en, niet te vergeten, het beroemde blauwgroene portret met gele sjaal van Mevrouw Matisse waarin haar armen lijken afgehakt en gebruikt als de leuningen van de stoel (1913, Hermitage).

Indrukwekkend zijn ook de monumentale "knipsels' in de laatste paar zalen (1943-1954). Matisse' favoriete thema's, elegante plant-, vis-, vrouwenvormen, zelfs vormen van groentes, zijn geknipt uit met felle kleuren beschilderde papier, ritmisch gerangschikt en opgeplakt op grotere vellen anders gekleurd papier. Ze lijken gisteren gemaakt en niet door een doodzieke, bedlegerige, circa tachtigjarige man zo'n veertig jaar geleden. Het is de paukeslag van de tentoonstelling. Al het voorafgaande heeft hier toe geleid. Voor Matisse vormden ze de bevrijding van "het eeuwige conflict tussen tekening en kleur'. Hij vond dat door met een schaar in gekleurd papier te knippen, hij direkt met kleur aan het tekenen, of beeldhouwen was.

Het begrip "leunstoelkunst' met betrekking tot Matisse is bepaald aan herziening toe. Deze tentoonstelling werkt niet sussend, maar juist vitaliserend. Men komt eruit in de stemming om meteen ergens een goede daad te gaan doen.

    • Reineke Hollander