Ontluikend talent staat klaar voor toekomstig Oranje

Het Nederlands elftal is op korte termijn toe aan verjonging. De gemiddelde leeftijd is achter in de twintig. De sterke generatie Gullit/Van Basten raakt over haar hoogtepunt heen. De druk op bondscoach Dick Advocaat om te verjongen neemt toe naarmate de resultaten van Oranje minder worden. Assistent-bondscoach Bert van Lingen overziet de rijpende talenten in de diverse leeftijdsgroepen.

Het Nederlands elftal vertoeft in een hotel hoog boven Oslo ter voorbereiding op de WK-kwalificatie interland tegen Noorwegen. Het is per auto minutenlang cirkelen om het ski-oord Holmenkollen (met de beroemde springschans) te bereiken. Boven heeft men een indrukwekkend uitzicht over Oslo dat zich als een olievlek heeft uitgesmeerd rondom een fjord. Is de locatie waar Oranje zijn tenten heeft opgeslagen aan de vooravond van een nieuw kwalificatietoernooi symbolisch? Gaat het Nederlandse voetbal de komende jaren bergopwaarts of juist steil naar beneden de peilloze diepte in?

Bert van Lingen is bij de KNVB de kenner van het jeugdvoetbal bij uitstek. In de periode dat hij assistent van het militaire elftal was haalde de toenmalige bondscoach Jan Zwartkruis hem in 1979 naar Zeist. Vanaf dat moment heeft hij zich bezig gehouden met de opbouw van het Jeugdplan Nederland, waar ook Rinus Michels zich erg voor inspande. De contacten met Advocaat leidden ertoe dat hij nu na de begeleiding te hebben verzorgd van de vertegenwoordigende vrouwen en amateurteams, is opgeklommen tot assistent-bondscoach.

Van Lingen kent zijn plaats in Zeist. Dat is en blijft vooral op het terrein van de begeleiding van jeugdvoetballers. Als hij een blik moet werpen in de toekomst voorspelt hij “dips”, maar ook “lichtingen waar we nog geweldig veel plezier aan gaan beleven.” Tamelijk essentieel voor de korte termijn is, dat de generatie die nu het Jong Oranje team vormt van Rinus Israel en gisteravond met 1-0 van Jong Noorwegen verloor, een kwalitatief magere groep mag worden genoemd. “Daar zijn de talenten dun gezaaid”, geeft Van Lingen aan. Maar hier achter zit een veel sterkere lichting in de leeftijdsgroep van zestien tot achttien jaar. “Hier zie je vijf, zes toppers. Sommigen zijn nu zelfs beter dan Gullit en Rijkaard op die leeftijd. Toch verwacht ik niet dat er straks ineens een heel nieuw Nederlands elftal staat, zoals we wel hebben gehad met de generatie van Gullit, Rijkaard, Van Basten en in de jaren tachtig. Het zal veel geleidelijker gaan.” Ontluikend talent is er volgens Van Lingen echter genoeg. In de categorie zestien-achttien jarigen noemt hij namen als Seedorf, Offenberg, Witzenhausen (allen Ajax), Dirkx (PSV) en Platvoet (FC Twente). Met name over de capaciteiten van Clerence See dorf wordt momenteel door elke coach met ontzag over gesproken. Van Lingen: “Hij is snel, tweebenig, bezit een enorm actieradius en gevoel voor leiderschap. Een toptalent moet een soort onafhankelijkheid hebben in denken en doen. Van Basten had dat eigenzinnige ook al op veertien, vijftienjarige leeftijd. Zo'n gevoel van: anderen moeten in mijn dienst spelen, dan schiet ik ze er wel even in. Seedorf houdt daarbij ook nog het collectief in de gaten. Bij Ajax verwacht ik ook heel veel van Danny Landzaat. Die jongen heb ik vorig week op een vierlandentoernooi in Italië zien spelen. We verloren daar in de finale (0-3) tegen het gastland, alleen omdat zij zich niet hielden aan de stilzwijgende afspraak om spelers van maximaal zeventien jaar op te stellen. Die Landzaat is niet groot, maar ik zag hem kopduels winnen van een langere speler die bij Atalanta in de Serie A speelt. Gewoon door zijn timing. Hij kan zo mee met de senioren, maar mist nog de spierkracht in zijn benen.”

Tussen de lichting die de herfst van de carrière nadert en Jong Oranje zit nog de groep van de gebroeders De Boer, Roy, de Witschges, Numan, Vink, Scheepers. Het is een talentrijke categorie die zich toch nog moet bewijzen op het hoogste niveau. Voorlopig stagneert bij verschillende spelers de ontwikkeling. Van Lingen maakt duidelijk dat alleen een gedisciplineerd leven de weg kan plaveien naar de top. “Neem Dennis Bergkamp. Die viel mij als jeugdspeler alleen op door zijn timide houding. Bij Jong Oranje stond hij een beetje aan de zijlijn. Daar ging niets vanuit. Hij speelde in A2 bij Ajax. Maar nu onderscheidt hij zich van jongens uit zijn leeftijdscategorie die als tieners veel dominanter waren. Zijn rol in het veld, z'n spelbeleving en inzicht, dat zie je alleen maar bij de echte vedetten. Dat heeft Dennis vooral bereikt met een gedisciplineerd leven.”

De KNVB steekt veel energie en geld in de opleiding. Omdat het altijd heeft ontbroken aan een goede competitie - dit seizoen is een begin gemaakt met de opbouw van een landelijke B-junioren klasse - werd het Jeugdplan Nederland in het leven geroepen. Het had en heeft tot doel het kader beter te informeren, het voetbal in de breedte te ontwikkelen en te promoten. Daartoe werken twintig fulltime-coaches op afdelingsniveau die voor zestig procent worden betaald door het ministerie van WVC en voor veertig procent door de KNVB. De inspanningen worden tot dusverre beloond want de bond heeft nog steeds meer dan een miljoen leden. “Terwijl het Centraal Plan Bureau voor ons had uitgerekend dat we door het dalende geboortecijfer nu op 600.000 zouden zitten. Je moet tegenwoordig ontzettend veel doen om de interesse voor het voetbal bij kinderen vast te houden. Als je het op zijn beloop laat, zoals de korfbal- en de basketbalbond, dan verlies je terrein. Het heeft allemaal te maken met de veranderingen in de maatschappij. De mate van welstand, de wereld is vluchtiger geworden. De kinderen zitten vaker achter de tv, gaan weekendjes weg of langer op vakantie.”

Om de betrokkenheid van kinderen van rond de tien jaar bij het voetbal zo groot mogelijk te maken waren inventieve maatregelen noodzakelijk. “Op videobeelden zagen we dat kinderen soms een hele wedstrijd niet aan de bal kwamen. Die stonden dan te bibberen langs de lijn. Daarom hebben we de reglementen veranderd. Pas bij elf jaar spelen ze in elftallen. Daarvoor zeven tegen zeven op een half veld zonder buitenspelregel. Maar er is ook een vier tegen vier competitie. Nog zie je dat jongetjes bij pupillenvoetbal aan de lat hangen, bloemen plukken, of een molshoop uitgraven.”

De Van Bastens, die alles mee hebben gekregen om uit te groeien tot een topvoetballer, domineren in dat milieu. Maar zij komen onder alle omstandigheden toch wel bovendrijven en worden dan opgenomen door de opleidingen van Ajax, PSV of Feyenoord. “Denk niet dat ze het dan makkelijk krijgen. We kijken weleens nostalgisch terug naar de toppers van de jaren vijftig en zestig. Maar het voetbal is zo verschrikkelijk ontwikkeld. Een speler moet er heel veel moeite voor doen om op het hoogste niveau te komen.”

Van Lingen zit vanavond zoals bij elke interland op de tribune. Hij maakt een analyse van de ontmoeting op het veld en het deel van de eerste helft neemt hij tijdens de rust door met bondscoach Advocaat. Dekt Rijkaard wel scherp genoeg? Valt De Boer niet te snel? Het zijn details die pas interessant worden op het hoogste niveau, aan het einde van een lange rit.