Niek Kemps verheft betekenisloosheid tot ideologie

Tentoonstelling: Niek Kemps: beelden, een overzicht. T/m 8 nov. in het Van Abbe Museum, Bilderdijklaan 10, Eindhoven.

"Not the presence of distance', staat er te lezen op een recent beeld van Niek Kemps (40). Vermoedelijk verwijst deze tekst naar het "aura' van kunstwerken waarover Walter Benjamin schreef in zijn bekende essay "Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid' (1935). Het aura definieerde Benjamin als "een verte, hoe nabij zij ook is'.

De discussie over wat Benjamin daar precies mee bedoelde, duurt nog steeds voort. Globaal zou je het aura kunnen omschrijven als de indringende aanwezigheid (nabijheid) van het kunstwerk zonder dat het zich in zijn volle betekenis prijsgeeft. Het blijft, tot op zekere hoogte, ongenaakbaar (verte). Het aura ontstaat door de materialiteit en de uniekheid van het kunstobject. Dankzij het aura kan het kunstwerk bij de beschouwer steeds weer, zelfs al is het eeuwen oud, nieuwe ervaringen en interpretaties oproepen. Die zijn allemaal benaderingen zijn van de ultieme betekenis van het werk. De teneur van Benjamins essay is dat het aura in de kunst van de twintigste eeuw verdwijnt omdat het kunstwerk, door de fotografie en andere ontwikkelingen, technisch reproduceerbaar is geworden.

De beelden van Kemps lijken Benjamins these te illustreren. De materialen zijn om zo te zeggen technisch: glas, staal, kunststoffen. Glanzende foto's zijn een belangrijk bestanddeel, en alles is even glas en hard. Soms gebruikt hij materialen die aan de tastzin appelleren, maar dan op een nadrukkelijke, ironische manier, met benauwd pluche-achtig vilt bijvoorbeeld. Deze beelden onttrekken zich aan een precieze waarneming door spiegelingen, wisselende invalshoeken en de lagen waaruit ze zijn opgebouwd.

Zo is het wandbeeld met de tekst "Not the presence of distance' opgebouwd uit vijf eenheden. Iedere afzonderlijke eenheid bestaat uit drie kleine ronde glazen platen, met een tussenruimte op elkaar gemonteerd en met metalen klemmen hoog aan de wand bevestigd. Ze variëren in kleur van blauwig geel tot rozig blauw, of zijn gewoon helder. De bovenste heeft een tekst, die eronder een fotografische afbeelding van een architecturaal element of gebouwtje, bijvoorbeeld een renaissancistisch torentje, die daaronder heeft weer een andere afbeelding. Door de tranparantie en de spiegeling van het glas is het allemaal moeilijk te onderscheiden.

Kemps schreef ooit dat het hem gaat om "de zinloosheid van betekenissen'. “Er ontstaat een opstapeling van niveaus die allemaal hetzelfde zeggen en die het onmogelijk maken het werk nog langer als een puzzel op te lossen. Doordat ik het zo doe, is er geen benoembaarheid meer.” Het lijkt of het hem erom te doen is, alles te ontkennen: betekenis, traditie, de materialiteit en de "heelheid' van de dingen. Klaarblijkelijk is voor Kemps alleen vervreemding werkelijk. Het hier beschreven kunstwerk gaat, als ik het goed begrijp, over de negatie van de kunst. De gewichtig aandoende motto's luiden: "Not the presence of distance', "Not any love for virtuosity', "Not a fact but an event', "Not at a cursery (ik neem aan dat bedoeld wordt: cursory) glance', "Not no for an answer'.

Wel is er in het werk van Kemps een nostalgische hang naar schoonheid te bespeuren. Hier en daar doemen, vaag zichtbaar achter of onder het spiegelend oppervlak, exotische bloemen op, weelderig gebladerte, of een bonte papegaai. In "Les Privilèges de la Promenade' zitten fragmenten van fraaie oude tuinen, met hagen, oude trappen, en planten in potten langs terrassen, opgesloten in met mosgroen vilt beklede kijkdozen. De boodschap is duidelijk: onze waarneming van de wereld is gefragmenteerd en willekeurig, en de schoonheid is onbereikbaar geworden.

Het verwondert dat in een van de "Sevillana's', sombere sepiakleurige fotowerken, plotseling de "Vrijheid op de barrikaden' opduikt naar het beroemde schilderij van Delacroix (1830). Temidden van een warreling van schaarsgeklede, heldhaftige jonge vrouwen verheft zij zich, in een identieke pose als bij Delacroix. Alom wapperen banieren in een vaal rood en groen als een echo uit het verleden. Ook is een mannenportret te ontwaren dat de beschouwer aankijkt en sterk doet denken aan een laat zelfportret van Rembrandt. Voor het eerst heeft Kemps hier "benoembare' motieven opgenomen. Maar de portee van de Vrijheidsallegorie ontgaat mij. Gaat het hier voor het eerst om een werkelijk thema, of is het weer ironie, een "sophisticated' spelletje met de kunstgeschiedenis? Ik houd het op het laatste.

Vier jaar geleden had Kemps een overzichtsexpositie in museum Boymans-van Beuningen. Ik ergerde mij vooral aan de opzettelijke, nadrukkelijke raadselachtigheid. Ik schreef dat een raadsel alleen kan bestaan bij gratie van het verlangen om het raadsel op te lossen. Bij Kemps is van een dergelijk verlangen geen sprake. Er is hier trouwens van geen enkel verlangen sprake. Ik erger mij daar nog steeds aan, ook nu zijn tentoonstelling in het Van Abbe Museum beter is ingericht dan die toen in Boymans.

Waarom mij dan weer bezighouden met Kemps? Omdat hij deel uitmaakt van een stroming die momenteel voor een belangrijk deel het beeld van de kunst bepaalt. Het is een stroming die de betekenisloosheid tot ideologie heeft. Zij en omvat uiteenlopende exponenten, van de Amerikaan Jeff Koons tot de Fransman Bustamante.

Volgens mij gaat het in de kunst nog steeds om inhoud, of eventueel om het gemis aan inhoud. In het laatste geval gaat het dan om de vraag hoe dwingend dat gemis is verbeeld. Bustamante, die kort geleden eveneens een tentoonstelling in het van Abbe had, heeft het zeer dwingend verbeeld. Bij Kemps is iets anders aan de hand. Zijn werk is arrogant, het suggereert dat het verlangen naar betekenis kinderachtig is, dat betekenisvolle werken eenvoudig als puzzels zijn op te lossen, en dat alle pogingen - van kunstenaars en van kunstbeschouwers - om betekenis te ontdekken naïef en overbodig zijn. Alsof inhoud iets overbodigs is waarvan we ons hebben bevrijd. (Vandaar misschien de allegorie van Delacroix.) Zijn beelden weten mij daarvan niet te overtuigen.