Jan Schaefer privatiseert de sociale vernieuwing

AMSTERDAM, 23 SEPT. Jan Schaefer is terug in de Realiteit. Na de Stuurgroep sociale vernieuwing en enkele politieke zijstapjes geeft de voormalig wethouder en staatssecretaris een verrassend nieuwe draai aan zijn carrière. Schaefer leidt het Amsterdamse projectbureau "de Realiteit', dat vandaag officieel wordt geopend door de burgemeester Van Thijn. Het bureau doet onderzoek naar de herbestemming voor de massieve Graansilo aan de Amsterdamse IJ-oevers.

Met de Realiteit lijkt Schaefer, droever maar wijzer, gehoor te geven aan de oproep in de Troonrede om de sociale vernieuwing nieuw leven in te blazen. En niet vanuit Den Haag, waar veel plannen van de Macher verzandden in een overmaat aan ambtenaren, overleg en evaluatie. De komende zes maanden onderzoekt de Realiteit in opdracht van het onroerendgoedfonds WestInvest Fortress in hoeverre de Graansilo in de toekomst onderdak kan bieden aan woningen, bedrijven en sociaal-culturele instellingen.

Als projectleider van de Realiteit brengt Schaefer ook zichzelf in als voorbeeld van sociale vernieuwing. “Het benutten en doorgeven van kennis en know how voor de samenleving is altijd een vast onderdeel geweest van de vernieuwing die ik heb bepleit”, verklaart de hij ten burele van de Realiteit. En kennis heeft Jan Schaefer. Van gebouwen, van gemeentelijke regelingen en van het opzetten van sociale projecten. Drie deelgebieden die zeer van pas komen bij de ontwikkeling van de Graansilo, een monumentaal voorbeeld van 19-eeuwse industriële architectuur van de bouwmeester Klinkhamer.

De tientallen meters hoge stortkokers waar het explosieve graanstof nog altijd ronddwarrelt, moeten plaatsmaken voor horizontale vloeren. Voor het ontwerpen van de nieuwe inrichting, die onherroepelijk ook aan de buitenzijde aanpassingen vergt, is de architect Van Stigt aangetrokken. Deze maakte in Amsterdam eerder furore met projecten als de pakhuizen aan het Entrepôtdok en het verbouwen van de Oranje-Nassau kazerne.

In zijn "haalbaarheidsstudie' besteedt Schaefer expliciet aandacht aan het “sociale rendement” dat het project voor de aangrenzende Spaarndammerbuurt oplevert in de vorm van werkgelegenheid, het aantrekken van koopkrachtige bewoners en gebruikers en de uitstraling van de culturele functies die in het gebouw worden ondergebracht. Buurtbewoners worden nadrukkelijk betrokken bij het maken van de plannen. “Vorige week sprak ik nog iemand die vroeg of er ook rekening was gehouden met de opvang van kinderen. Dat was ik even vergeten, maar dat hebben we direct in de plannen verwerkt.”

Oude kennis wordt geactiveerd. “Ik ben er achter gekomen dat er een man is die jaren het gebouw technisch heeft beheerd. Die is inmiddels ingeschakeld bij de architect. Zoiets zal je bij een gewone projectontwikkelaar niet snel zien”, zegt hij.

De Realiteit is een kleine, commerciële werkmaatschappij van de Buurtontwikkelingsmaatschappij (BOM). In de BOM, waar Schaefer bestuurslid van is, wordt een aantal sociale projecten in de oostelijke binnenstad in praktijk gebracht. In samenwerking met de lokale overheid en het bedrijfsleven werden projecten ontwikkeld als de "graffiti remover brigade', monumenten-beheerders, een kinderboerderij en het ontwikkelen van verschillende werkgelegenheidsplannen.

Als het aan Schaefer ligt zal de ervaring die op deze wijze in de Realiteit wordt opgedaan in de toekomst worden benut voor nieuwe projecten. Een niet onaardig voordeeltje voor de buurt is dat de Realiteit zijn winst beschikbaar stelt aan een fonds dat beginnende bedrijven en buurtvoorzieningen moet helpen door de eerste moeilijke periode heen te komen. Over de te verwachten winsten blijft Schaefer wat vaag, maar dat hij “niet voor Jan Doedel” werkt moge duidelijk zijn. “Ik ben een dure jongen”, verklaart de projectleider bescheiden.

Niet dat hij er zelf financieel beter van wordt. Schaefer is zeer slecht ter been, afgekeurd en geniet een uitkering. Dat hij niettemin een hoeveelheid werk verzet waar menig gezonde manager zich in zou verliezen, wil er bij Schaefer niet in. De projectleider spreekt liever over het inzetten van zijn “restcapaciteit”. Laat staan dat de directeur van de Realiteit problemen vermoedt in verband met zijn afkeuring. “Ik zit hier een paar uur per dag, het houdt me van de straat. Toen ik voor Binnenlandse Zaken werkte waren er ook geen problemen”.

De overheid en het bedrijfsleven zien elkaar nog te weinig als partners bij de verbetering van de plaatselijke sociale omstandigheden. Het bedrijfsleven zou meer dan nu het geval is betrokken moeten worden bij de sociale vernieuwing. Dat zei vanmiddag minister Dales (Sociale Zaken) op een symposium georganiseerd door het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart/Overtoomse Veld.

Volgens Dales kan het bedrijfsleven een belangrijke rol vervullen bij het plaatsen van groepen mensen die een zwakke positie op de arbeidsmarkt innemen. De minister noemde daarbij de werkervaringsplaatsen bij Philips, het aannemen van langdurig werklozen bij de pompstations van Shell en een op het werk toegespitste cursus Nederlands bij Sigma Coatings. Dales onderstreepte in haar betoog dat de gemeenten in ruil voor bepaalde faciliteiten iets van het bedrijfsleven terug kunnen vragen.

    • Steven Adolf