Industriebond gooit het roer om

NUNSPEET, 23 SEPT. Het roer moet om. “We kunnen ons geen loon-prijsspiraal permitteren. Dat is op korte termijn vooral slecht voor de mensen met een uitkering, maar op langere termijn zou het de werkgelegenheid zelf uithollen. Daarom willen we een geringere stijging van het consumptief inkomen”, zegt H. Krul, coördinator arbeidsvoorwaardenbeleid van de Industriebond FNV.

Meer en betere banen, daar wil de bond naar streven. Het is vanmorgen in Nunspeet tot speerpunt van het bondsbeleid in de komende jaren gekozen. Krul: “1993 moet het stabilisatie-jaar worden, het jaar waarin we de loonstijgingen van de laatste jaren ombuigen door voorrang te geven aan uitbreiding van de werkgelegenheid.”

De afgelopen jaren heeft de vakbeweging zich volgens Krul “nogal veel beziggehouden met de loonparagraaf”. Dat resulteerde, met instemming van werkgevers, in telkens oplopende loonsverhogingen, culminerend in de 4,75 procent die voor volgend jaar al is overeengekomen voor de metaalnijverheid. Toen J. Stekelenburg, voorzitter van de vakcentrale FNV, daar in het voorjaar een kritische kanttekening bij plaatste, kreeg hij de wind van voren van voorzitter B. van der Weg van de Industriebond FNV. Nu zingt diens rechterhand Krul hetzelfde lied van zelfkritiek.

Geplaagd door de actuele saneringsgolf (trefwoorden: Philips, Fokker, Hoogovens) en in het licht van niet al te rooskleurige vooruitzichten is het volgens Krul onverantwoord in het voetspoor van de kleinmetaal te treden. “Een heilloos parcours. We moeten echt ombuigen, anders verworden we tot loonmachine”, zegt Krul. De bond wil de komende jaren “stevig investeren in werk”. Daarom moeten er in de komende CAO-onderhandelingen eerst afspraken komen over uitbreiding van de werkgelegenheid en pas daarna over verhoging van de lonen. “Die aanpak zou geholpen zijn met een centrale aanbeveling van werkgevers en werknemers op nationaal niveau. Dat zou van psychologische betekenis zijn, een signaal naar de achterban. Maar ook zonder zo'n aanbeveling kiezen wij deze koers.”

Het werkgelegenheidsoffensief dat de bond voor ogen staat is volgens Krul gediend met tweejarige CAO's. “Het streven naar volledige en volwaardige werkgelegenheid vergt een consequent volgehouden meerjarenbeleid.” Als gemiddelde uitkomst voor het eerste jaar, 1993, lijkt hem een loonsverhoging van 4,5 procent reëel. Dat zou overeenkomen met de gemiddelde verhoging die in de lopende tweejarige contracten vastligt. Vandaar: stabilisatie-jaar. Voor "meer en betere banen' zou dan, afhankelijk van de gang van zaken, een financiële ruimte van 1 tot 3 procent overblijven, zegt Krul. Daarna, met ingang van 1994, zou de loonsverhoging lager uit kunnen vallen. “Als we goede CAO's voor twee jaar kunnen afspreken en dus zicht hebben op goede werkgelegenheidseffecten, dan kan de loonsverhoging in het tweede jaar beperkt blijven tot een vergoeding voor de prijsstijging.”

Maar wat te doen als werkgevers weigeren te praten over vermindering van de werkdruk en uitbreiding van de werkgelegenheid, in het bijzonder voor vrouwen, langdurig werklozen, allochtonen, gedeeltelijk arbeidsongeschikten of mensen die de voorkeur geven aan werken in deeltijd? Krul:“Het kan natuurlijk niet zo zijn dat zo'n onderneming, die niets wil en waar volgens ons toch mogelijkheden zijn, vrij-uit gaat. Dan kan het zijn dat er aan loonvorming toch wat méér gaat gebeuren. Maar lonen en banen zijn geen communicerende vaten, dat zou een te rigide benadering opleveren.” Anderzijds acht hij het denkbaar dat bij bedrijven die het moeilijk hebben de looneis wordt ingetoomd.

Krul maakt gewag van “een forse interne worsteling” om aan te geven dat de nieuwe koers méér behelst dan "nieuwe wijn in oude zakken'. Op het driejaarlijkse congres, afgelopen mei in Maastricht, kondigde de bond nog aan zich bij het arbeidsvoorwaardenbeleid voortaan minder te oriënteren op "Haagse cijfers' over de ontwikkeling van de Nederlandse economie en meer op gegevens over vergelijkbare bedrijven en bedrijfstakken in het relevante buitenland. Maar daarover wordt in de jongste notitie met geen woord meer gerept.

Liever had Krul trouwens helemaal geen concreet percentage voor de beoogde (gemiddelde) loonsverhoging voor de hele industrie meer genoemd. De tijd van zo'n uniforme looneis is volgens hem eigenlijk voorbij, doordat de onderlinge verschillen tussen de diverse deelsectoren en bedrijven te groot zijn geworden. Enerzijds wordt gepraat over verbetering van winstdelingsregelingen, anderzijds staan massa-ontslagen voor de deur.

Voor volgend jaar in de Industriebond FNV betrokken bij het overleg over circa 300 CAO's, waaronder bedrijfstakcontracten voor de metaalindustrie en de schoonmaakbranche en bedrijfs-CAO's voor Akzo, DSM, Heineken, Hoogovens, Unilever en Shell.