IGNATZ BUBIS; Altijd waakzaam

BONN, 23 SEPT. Hij was eigenlijk niet van plan om net als Heinz Galinski, de een paar maanden geleden overleden voorzitter van de "Zentralrat der Juden' in Duitsland, geregeld stelling te nemen in actuele politieke kwesties. Maar de 65-jarige Ignatz Bubis, die zondag in Frankfurt als opvolger van Galinski werd gekozen, is de afgelopen dagen toch geen dag weggeweest uit de media.

Bubis voelt zich daartoe gedwongen door de golven van rechts-radicaal geweld tegen buitenlanders die nacht-aan-nacht door Duitsland gaan. Zondag, na zijn verkiezing, verweet hij de Duitse politie en justitie dat zij niet hard genoeg optreden tegen radicale relschoppers. En hij waarschuwde dat het nog “latent aanwezige antisemitisme” in Duitsland vlak naast de vreemdelingenhaat en het racistische geweld ligt.

Gisteren was hij uitgenodigd in het gemeenschappelijke "middagmagazine' van de beide grote Duitse televisienetten, die met een dagelijkse campagne tegen de radicale explosies begonnen zijn. Explosies die, zo bleek uit een interview met de voorzitter van het Duitse economische instituut in dezelfde uitzending, ook zó slecht zijn voor het Duitse aanzien in de wereld dat het bedrijfsleven zich er grote zorgen over maakt.

Bubis: “In plaats van op te treden tegen dat geweld wordt gedebatteerd over wijziging van het asielrecht. Maar dát debat is in democratisch opzicht een stap achteruit. De politie heeft de wettelijke mogelijkheden om eerder en harder op te treden, in Rostock duurde dat drie dagen, maar daarna was het ook afgelopen. Relschoppers aanhouden en alleen hun naam opschrijven en ze daarna laten vertrekken betekent dat je ze de kans geeft naar de volgende rel te trekken.

“De economische zorgen mogen groot zijn, maar hoe is het mogelijk dat mensen toekijken terwijl huizen in brand worden gestoken en buitenlanders worden aangevallen? De ministers van binnenlandse zaken en de regering moeten de groeiende rechtsradicale trend in dit land veel actiever tegengaan. En de justitie kán harder straffen dan bij voorbeeld die rechter laatst deed met vijf jongelui die (november 1990 in het Oostduitse Eberswalde) een Angolese gastarbeider hadden doodgeslagen en getrapt. Dat was geen mishandeling met dodelijk gevolg maar op zijn minst doodslag”.

De in 1927 in het toenmalige Breslau geboren Ignatz Bubis belandde als 15-jarige in het ghetto van Deblin (tussen Warschau en Lublin) en overleefde, als een van de weinigen van zijn familie, de Tweede wereldoorlog als dwangarbeider in een munitiefabriek. Hij kwam nadien via Dresden, Berlijn en Stuttgart naar Frankfurt waar hij lid (1969) en lokaal bestuurslid werd van de FDP. En waar hij als handelaar in onroerend goed en edelstenen ook miljonair werd. “U mag mij gerust speculant noemen”, zei hij tegen de Süddeutsche Zeitung, “als u maar geen joods speculant zegt”.

De nieuwe voorzitter van de “Zentralrat der Juden” in Duitsland verzamelt kunst en judaïca, is voetballiefhebber (Eintracht Frankfurt), voorzitter van de radioraad in Hessen en leidt al jaren de joodse gemeente in zijn woonplaats. Midden jaren tachtig had hij de leiding van een actiecomité dat zich verzette tegen het toneelstuk Der Müll, die Stadt und der Tod van Rainer Werner Fassbinder (waarin de rol van joodse onroerend-goedspeculanten wordt gekritiseerd) en de Frankfurtse premiére door een toneelbezetting verhinderde. Bubis vindt nog steeds dat die acties zinvol waren, ook voor vandaag. Want: “Veel jongeren in Frankfurt (...) begrepen toen pas dat je met mensen die op de drempel van de gaskamer hebben gestaan, héél anders over gas moet praten”.